Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200306084/2

Uitspraak 200306084/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AN9299
Datum uitspraak
25 november 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 oktober 2000 heeft verzoeker [wederpartij] een bedrag toegekend van ƒ 10.000,00/€ 4.537,80 ter vergoeding van planschade als gevolg van de bepalingen van het bestemmingsplan "Horeca [naam]" en geen vergoeding toegekend voor deskundigenkosten.
  • Voorlopige voorziening
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200306084/2.
Datum uitspraak: 25 november 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Millingen aan de Rijn,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank te Arnhem van 1 augustus 2003 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats]

en

verzoeker.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 oktober 2000 heeft verzoeker [wederpartij] een bedrag toegekend van ƒ 10.000,00/€ 4.537,80 ter vergoeding van planschade als gevolg van de bepalingen van het bestemmingsplan "Horeca [naam]" en geen vergoeding toegekend voor deskundigenkosten.

Bij besluit van 26 juni 2001 heeft verzoeker het daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, aan [wederpartij] een planschadevergoeding toegekend van ƒ 15.000,00/€ 6.806,70, alsmede een vergoeding voor deskundigenkosten van ƒ 2.500,00/€ 1.134,45 en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 augustus 2003, verzonden op 4 augustus 2003, heeft de rechtbank te Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit op bezwaar vernietigd en verzoeker opgedragen binnen drie maanden na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar van [wederpartij] te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 11 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 12 september 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 26 september 2003.
Bij brief van 26 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 2 oktober 2003, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 november 2003, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A.M.C. Groenhuis, ambtenaar van de gemeente, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Verzoeker heeft de Voorzitter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het hem wordt toegestaan om de uitspraak van de Afdeling op het door hem ingestelde hoger beroep af te wachten en hij niet reeds thans gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.

2.2. Tegenover het belang van verzoeker, zoals dat in het verzoek en ter zitting is toegelicht, staat het belang van [wederpartij] om reeds – al was het maar voorlopig – te kunnen beschikken over het bedrag, waarop hij aanspraak meent te kunnen maken. Dit belang is louter financieel van aard. Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken, weegt het reeds om die reden als onvoldoende spoedeisend niet op tegen het hiervoor bedoelde belang van verzoeker.

2.3. Het verzoek dient op na te melden wijze te worden toegewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker geen nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van [wederpartij] hoeft te nemen, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Groenendijk
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2003

164.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon