Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200302450/1

Uitspraak 200302450/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AN8836
Datum uitspraak
26 november 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 september 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van zijn woning op het perceel kadastraal bekend gemeente Voorschoten, sectie […], nr. […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200302450/1.
Datum uitspraak: 26 november 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage van 5 maart 2003 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van zijn woning op het perceel kadastraal bekend gemeente Voorschoten, sectie […], nr. […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 8 februari 2002 heeft het college het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 maart 2003, verzonden op 10 maart 2003, heeft de rechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 12 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op 16 april 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 14 juli 2003 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 november 2003, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. E.L. Gonsalves, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. H. Wester, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in een uitbreiding van de woning van vergunninghouder aan de zijgevel, met een breedte van 3 meter.

Achter de woning bevindt zich een garage/berging waarvoor destijds met toepassing van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder c, van de planvoorschriften vrijstelling en bouwvergunning is verleend. Ingevolge die bepaling kan vrijstelling worden verleend voor de bouw van een garage met daarbij opgenomen bergruimte, groter dan 15 m2, onder de voorwaarde dat het achtererf per auto bereikbaar is.

2.2. Appellant betoogt dat uitvoering van het bouwplan tot gevolg heeft dat niet langer aan bovengenoemde voorwaarde is voldaan en dat de rechtbank heeft miskend dat de vrijstelling en bouwvergunning voor de uitbreiding van de woning daarom niet konden worden verleend.

Dit betoog faalt. Vast staat dat door de uitvoering van het bouwplan een voor wat betreft de garage met het bestemmingsplan strijdige situatie ontstaat. Het college heeft daarin echter terecht geen belemmering gezien de vrijstelling te verlenen, nu appellant door het feit dat de garage niet langer per auto bereikbaar is niet in zijn belangen wordt geraakt. Het college heeft voorts in redelijkheid aansluiting kunnen zoeken bij actuele stedenbouwkundige inzichten op grond waarvan thans ook de aanwezigheid van een bergruimte met een oppervlakte groter dan 15 m2 toelaatbaar wordt geacht.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Haan, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Haan
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2003

58-422.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon