Uitspraak 202307155/3/R1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:4130
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2024
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het uitwerkingsplan "Food Center Amsterdam - 1e uitwerking" vastgesteld. Het uitwerkingsplan heeft betrekking op een gedeelte van het terrein van Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat (hierna: het FCA-terrein). Het is gebaseerd op de bestemming "Bedrijventerrein - Uit te werken" van het op 1 juni 2016 vastgestelde bestemmingsplan "Food Center Amsterdam (2e herstelbesluit)". Met het uitwerkingsplan wil het college nieuwe bedrijfsbebouwing mogelijk maken op de gronden van het noordelijke deel van het FCA-terrein die inmiddels vrij van bebouwing zijn. Het college heeft bij besluiten van 27 juni 2024 en 16 juli 2024 omgevingsvergunningen verleend voor de bouw van een levensmiddelengroothandel en een bedrijfsverzamelgebouw op die gronden. Bidfood heeft bezwaar tegen die twee besluiten gemaakt. Daarop is nog niet beslist. Marktkwartier draagt zorg voor de herontwikkeling van het FCA-terrein. Bidfood heeft een bedrijfsvestiging op het FCA-terrein.
- Voorlopige voorziening
- Verordeningen
Toon inhoud
202307155/3/R1.
Datum uitspraak: 16 oktober 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
Bidfood B.V., gevestigd in Ede,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft het college het uitwerkingsplan "Food Center Amsterdam - 1e uitwerking" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer Bidfood beroep ingesteld.
Bidfood heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Bidfood en Marktkwartier C.V. hebben nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 oktober 2024, waar Bidfood, vertegenwoordigd door mr. I. Haverkate en mr. J.M. Gerritsen, beiden advocaat te Amsterdam, en [gemachtigde A], en het college, vertegenwoordigd door mr. F. Arents, P.A. Hazewinders en M. Jalloh, zijn verschenen. Verder is op de zitting Marktkwartier, vertegenwoordigd door mr. W.D. de Vos, advocaat te Amsterdam, en [gemachtigde B], als partij gehoord.
Overwegingen
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het beroep tegen het besluit van 3 oktober 2023 is het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van dat besluit bepalend.
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter is een voorlopig oordeel en niet bindend in de bodemprocedure.
3. Het uitwerkingsplan heeft betrekking op een gedeelte van het terrein van Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat (hierna: het FCA-terrein). Het is gebaseerd op de bestemming "Bedrijventerrein - Uit te werken" van het op 1 juni 2016 vastgestelde bestemmingsplan "Food Center Amsterdam (2e herstelbesluit)" (hierna: het moederplan). Met het uitwerkingsplan wil het college nieuwe bedrijfsbebouwing mogelijk maken op de gronden van het noordelijke deel van het FCA-terrein die inmiddels vrij van bebouwing zijn. Het college heeft bij besluiten van 27 juni 2024 en 16 juli 2024 omgevingsvergunningen verleend voor de bouw van een levensmiddelengroothandel en een bedrijfsverzamelgebouw op die gronden. Bidfood heeft bezwaar tegen die twee besluiten gemaakt. Daarop is nog niet beslist. Marktkwartier draagt zorg voor de herontwikkeling van het FCA-terrein.
Bidfood heeft een bedrijfsvestiging op het FCA-terrein. Haar locatie heeft in het moederplan de bestemming "Bedrijventerrein" en de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied 1’. Het uitwerkingsplan heeft geen betrekking op gronden met die bestemming. Het uitwerkingsplan is volgens Bidfood wel bepalend voor toekomstige plannen voor het FCA-terrein en daarmee ook voor haar perceel en de gronden waarop zij zou kunnen worden geherhuisvest. Zij vreest dat er na de herontwikkeling van het FCA-terrein geen plaats meer is voor haar bedrijf.
Bidfood heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het uitwerkingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.
4. Het verzoek wordt afgewezen. In wat Bidfood heeft aangevoerd is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat het uitwerkingsplan niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter licht dit hierna toe.
4.1. Bidfood betoogt in haar beroepschrift dat het uitwerkingsplan in strijd met de goede ruimtelijke ordening is omdat er geen zicht bestaat op een integrale herontwikkeling van het FCA-terrein. Dat het uitwerkingsplan verenigbaar is met de uitwerkingsregels van het moederplan, ontslaat het college volgens haar niet van de verplichting om te toetsen of de uitwerking, gelet op de betrokken belangen, nog steeds gerechtvaardigd is.
De voorzieningenrechter overweegt dat in het moederplan een uitwerkingsplicht is opgenomen en dat het college daarom in beginsel een uitwerkingsplan moet vaststellen. Bij een beroep tegen een uitwerkingsplan kan ter beoordeling staan of dit plan is voorbereid en genomen in strijd met het recht. Onder die beoordeling valt de vraag of de uitgewerkte bestemming strookt met de uitwerkingsregels in het moederplan en, als die regels daarvoor de ruimte laten, met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij geldt de planologische aanvaardbaarheid van de uit te werken bestemming als een gegeven.
Dit betoog van Bidfood heeft geen betrekking op naleving van de uitwerkingsregels of de ruimtelijke effecten van de uitwerking in het uitwerkingsplan. In haar beroepschrift noemt zij in dit verband omstandigheden die volgens haar de met het moederplan beoogde herontwikkeling van het FCA-terrein onzeker maken. De voorzieningenrechter houdt het er gelet daarop voor dat het Bidfood gaat om de uitvoerbaarheid van het uitwerkingsplan. De genoemde omstandigheden worden daarom, voor zover van belang, meegenomen bij de beoordeling van het volgende betoog van Bidfood.
4.2. Bidfood betoogt dat het uitwerkingsplan niet uitvoerbaar is. Haar belangrijkste argument daarvoor is dat de in de Realisatie- en Exploitatieovereenkomst FCA (hierna: de REOK) opgenomen afspraken over uitgifte van gronden in erfpacht in strijd zijn met de beginselen van transparantie en gelijke behandeling. Zij verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 21 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam). Deze strijdigheid maakt deze afspraken nietig of vernietigbaar en zonder de REOK is het uitwerkingsplan volgens haar financieel niet uitvoerbaar. Bidfood stelt ook dat de herontwikkeling van het FCA-terrein opnieuw moet worden aanbesteed en volgens haar zijn er geen partijen in de markt die de herontwikkeling voor hun rekening kunnen nemen als Marktkwartier ermee moet stoppen. Zij stelt verder dat de kans bestaat dat Marktkwartier niet slaagt in de herhuisvesting van de op het FCA-terrein gevestigde ondernemingen en dat het onzeker is of ondernemers gaan investeren in een nieuw FCA nu per 1 januari 2025 een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s wordt ingevoerd en de capaciteit van het elektriciteitsnet niet voldoende is voor nieuwe laadvoorzieningen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een betoog over de uitvoerbaarheid van het uitwerkingsplan alleen kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit als het college redelijkerwijs had moeten inzien dat de uitwerking om financieel-economische of andere redenen op voorhand niet uitvoerbaar is. Eventuele gevolgen van het door Bidfood aangehaalde arrest van de Hoge Raad voor de REOK - die in deze procedure bij de bestuursrechter niet ter beoordeling staat - betekenen niet dat het uitwerkingsplan als zodanig op voorhand niet uitvoerbaar is. Het uitwerkingsplan regelt namelijk niet door welke gegadigde het moet worden uitgevoerd. Er zijn geen aanwijzingen dat het uitwerkingsplan niet kan worden uitgevoerd zonder dat de daarvoor benodigde gronden in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel, zoals uitgewerkt in dat arrest, worden verkocht of in erfpacht worden uitgegeven. Ook een nieuwe aanbestedingsprocedure, als die nodig zou zijn, betekent niet dat het uitwerkingsplan op voorhand niet uitvoerbaar is. De enkele stelling dat er geen gegadigden zullen zijn, is daarvoor niet voldoende. Dat Marktkwartier niet zou kunnen slagen in verplaatsing van bedrijven naar de gronden waarvoor het uitwerkingsplan geldt, is verder niet aannemelijk gemaakt. Daarin en in de voorgenomen nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s heeft het college ook redelijkerwijs geen aanleiding hoeven zien voor het standpunt dat het uitwerkingsplan op voorhand niet uitvoerbaar is. Het betoog slaagt daarom niet.
5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier.
w.g. Hoekstra
voorzieningenrechter
w.g. Visser
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2024
148