Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202108163/3/V3

Uitspraak 202108163/3/V3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2276
Datum uitspraak
5 juni 2024
Inhoudsindicatie
Bij uitspraak van 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4620, heeft De Afdeling Bestuursrechtspraak het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202108163/3/V3.
Datum uitspraak: 5 juni 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op een verzoek om schadevergoeding van:

[de vreemdeling],
verzoeker.

Procesverloop

Bij uitspraak van 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4620, heeft de

Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de gevorderde schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Partijen hebben niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een nadere zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

Overwegingen

1.       De vreemdeling heeft een verzoek ingediend om een schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn.

2.       De vraag of de redelijke termijn is overschreden, wordt beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van betekenis de ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van de betrokkene gedurende de hele procesgang en de aard van het besluit en het daardoor getroffen belang van de betrokkene. Als uitgangspunt geldt dat in zaken die uit twee rechterlijke instanties bestaan een totale lengte van de procedure van vier jaar redelijk is. Daarbij mag de behandeling van het beroep twee jaar en de behandeling van het hoger beroep ook twee jaar duren (uitspraak van de Afdeling van 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188, onder 4.3). Bijzondere omstandigheden kunnen echter aanleiding zijn tot verlenging van de termijn.

3.       De redelijke termijn vangt in een geval als dit aan bij het indienen van het beroepschrift. De vreemdeling heeft op 23 april 2019 beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 28 januari 2020 uitspraak gedaan. Daartegen heeft de staatssecretaris op 4 februari 2020 hoger beroep ingesteld bij de Afdeling. De Afdeling heeft het hoger beroep bij uitspraak van 22 december 2020 gegrond verklaard en de zaak teruggewezen naar de rechtbank. De rechtbank heeft daarna op 22 december 2021 uitspraak gedaan. Hiertegen heeft de staatssecretaris op 29 december 2021 opnieuw hoger beroep ingesteld. Tot aan de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2023 heeft de procedure dus vier jaar, zeven maanden en eenentwintig dagen geduurd. Dit is langer dan de hiervoor genoemde termijn van vier jaar.

4.       De Afdeling is echter van oordeel dat de ingewikkeldheid van de zaak in dit geval tot een verlenging van de redelijke termijn moet leiden. Het dossier is zeer omvangrijk en het betreft een lastige materie waarover meerdere deskundigen medisch rapporten hebben uitgebracht. De Afdeling is daarom van oordeel dat de termijn van vier jaar en bijna acht maanden niet tot gevolg heeft dat de redelijke termijn is overschreden.

5.       Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzitter, en mr. C.J. Borman en

mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, leden, in tegenwoordigheid van

mr. D.I. Schipper, griffier.

w.g. Steendijk
voorzitter

w.g. Schipper
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2024

872


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon