Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200301830/2

Uitspraak 200301830/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:148
Datum uitspraak
12 juni 2003
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 juli 2002 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Minister) het verzoek van verzoekster om haar op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten te verstrekken met betrekking tot de werkzaamheden van de werkgroep “Opslag Vuurwerk en Ontploffingsgevaarlijke Stoffen” van de Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen gedurende de periode van 1974-1983, gedeeltelijk ingewilligd, en voor het overige afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200301830/2.
Datum uitspraak: 12 juni 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de maatschap van besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Houthoff Buruma, gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam van 7 februari 2003 in het geding tussen:

verzoekster

en

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2002 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Minister) het verzoek van verzoekster om haar op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten te verstrekken met betrekking tot de werkzaamheden van de werkgroep “Opslag Vuurwerk en Ontploffingsgevaarlijke Stoffen” van de Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen gedurende de periode van 1974-1983, gedeeltelijk ingewilligd, en voor het overige afgewezen.

Bij besluit van 14 november 2002 heeft de Minister het daartegen door verzoekster gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, en voor het overige ongegrond.

Bij uitspraak van 7 februari 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 21 maart 2003, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 22 april 2003.
Bij brief van 22 april 2003, bij de Raad van State ingekomen op 24 april 2003, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 juni 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. V.H. Affourtit, advocaat te Amsterdam, en de Minister, vertegenwoordigd door mr. C.M. Bitter, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Naar ook door verzoekster niet wordt betwist zal toewijzing van het verzoek tot onomkeerbare gevolgen leiden. Immers, zij zal dan kennis kunnen nemen van de inhoud van de stukken, waarvan de Minister haar inzage heeft geweigerd, hetgeen, wanneer het hoger beroep vervolgens ongegrond wordt verklaard, niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Het is duidelijk dat de Minister er groot belang bij heeft een dergelijke situatie te voorkomen. Gelet daarop bestaat voor inwilliging van het verzoek alleen aanleiding, indien sprake is van daartegenover staande zeer zwaarwegende belangen van verzoekster. Daarvan is evenwel niet gebleken.

2.3. Gelet op het voorgaande bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening geen aanleiding, zodat het verzoek daartoe moet worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Koutstaal
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2003

383.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon