Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200205945/1

Uitspraak 200205945/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2003:AF9846
Datum uitspraak
11 juni 2003
Inhoudsindicatie
In antwoord op zijn schrijven van 20 februari 2000, heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam (hierna: het college) appellant bij brief van 11 april 2001 medegedeeld dat geen sprake is van de door hem gestelde verlening van rechtswege van bouwvergunning.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200205945/1.
Datum uitspraak: 11 juni 2003

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank te Dordrecht van 27 september 2002 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam.

1. Procesverloop

In antwoord op zijn schrijven van 20 februari 2000, heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam (hierna: het college) appellant bij brief van 11 april 2001 medegedeeld dat geen sprake is van de door hem gestelde verlening van rechtswege van bouwvergunning.

Bij besluit van 27 november 2001 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 27 september 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Dordrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 7 november 2002, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 december 2002. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 6 februari 2003 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 april 2003, waar het college, vertegenwoordigd door mr. J.H.A.M. Scheiffers, advocaat te Rotterdam en C. Corbeau, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op de bij de gemeente Alblasserdam op 3 juli 1996 ingekomen bouwaanvraag van appellant voor het oprichten van een woning aan de [locatie] heeft het college bij besluit van 18 maart 1999 afwijzend beslist. Het daartegen gerichte bezwaar van appellant heeft het college bij besluit van 17 augustus 1999 ongegrond verklaard. Dat besluit is in rechte onaantastbaar geworden, zodat de rechtmatigheid daarvan als vaststaand moet worden aangenomen.

2.2. In het licht van het vorenstaande heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat hun voormelde brief van 11 april 2001 niet is aan te merken als een aan een besluit gelijk te stellen rechtsoordeel, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Het in die brief vervatte rechtsoordeel dat voor de bouwaanvraag van 3 juli 1996 niet van rechtswege geacht kon worden bouwvergunning te zijn verleend, ligt immers reeds besloten in het voormelde besluit van 17 augustus 1999. Het college heeft het tegen die brief gerichte bezwaar van appellant dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank is ook tot dat oordeel gekomen.

2.3. Het besluit van 17 augustus 1999 ligt in de onderhavige (hoger)beroepsprocedure niet ter toetsing voor. De gronden die appellant in hoger beroep tegen dat besluit aanvoert, dienen dan ook onbesproken te blijven. Aangezien appellant geen gronden heeft aangevoerd gericht tegen de aangevallen uitspraak en/of het besluit van 27 november 2001, bestaat voor vernietiging daarvan geen aanleiding.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Haan, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Ettekoven w.g. Haan
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2003

27-380.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon