Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202203451/2/R4

Uitspraak 202203451/2/R4

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1956
Datum uitspraak
7 juli 2022
Inhoudsindicatie
Bij de uitspraak van 22 april 2022 in zaak nr. 21/2417 heeft de rechtbank het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 21 april 2021 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest het bezwaar van [verzoeker] tegen een besluit van 10 november 2020 ongegrond verklaard. Dat laatste besluit is een last onder dwangsom.
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202203451/2/R4
Datum uitspraak: 7 juli 2022

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 22 april 2022 in zaak nr. 21/2417 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Soest.

Openbare zitting gehouden op 7 juli 2022 om 14.30 uur.

Tegenwoordig:

staatsraad mr. A. Verburg, voorzieningenrechter

griffier: mr. M.L.M. van Loo

jurist: mr. F.W.A. van Driel

Verschenen:

-         [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde]

-         het college, vertegenwoordigd door mr. P.S. Dijkstra.

======================================

Bij de uitspraak van 22 april 2022 in zaak nr. 21/2417 heeft de rechtbank het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 21 april 2021 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft het college het bezwaar van [verzoeker] tegen een besluit van 10 november 2020 ongegrond verklaard. Dat laatste besluit is een last onder dwangsom.

[verzoeker] heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.

Daarnaast heeft hij om een voorlopige voorziening verzocht.

Het verzoek heeft als strekking dat door de voorzieningenrechter wordt bepaald dat de begunstigingstermijn doorloopt totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak. De begunstigingstermijn is de termijn die een overtreder krijgt om aan de last te voldoen en te voorkomen dat dwangsommen verbeuren.

De voorzieningenrechter:

I.  wijst het verzoek toe en bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn doorloopt totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Soest tot vergoeding van de in verband met de behandeling van het verzoek bij [verzoeker] opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.607,26, waarvan € 1.518 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende

rechtsbijstand;

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Soest het in verband met de behandeling van het verzoek door [verzoeker] betaalde griffierecht ten bedrage van € 274,- vergoedt.

De voorzieningenrechter heeft de volgende redenen om tot dit oordeel te komen.

Het belang van [verzoeker] is daarin gelegen dat hij wenst te voorkomen dat door hem dwangsommen worden verbeurd hangende de procedure in hoger beroep.

Daartegenover staat het belang van het college, dat wenst dat de overtredingen, die volgens het college aan de orde zijn, zo snel mogelijk door [verzoeker] worden beëindigd.

Bij afweging van de belangen is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van [verzoeker] meer weegt dan dat van het college. Hierbij is van belang dat:

- er met de last onder dwangsom wel een zwaard van Damocles boven het hoofd van [verzoeker] hangt; dat kan terecht wezen, maar daar moet je discussie over hebben in de hoofdzaak, in de recente ontwikkelingen ook omdat via de vergunning van rechtswege de vraag is opgekomen wat al of niet impliciet vergund is,

- terwijl er geen acuut gevaar voor het milieu is en evenmin een ander acuut ruimtelijk belang in het geding is,

- er geen belangen van derden in het spel zijn en

- er verder sprake is van een al jaren bestaande situatie, waarbij het handhavingstraject in feite al vanaf 2008 loopt, waarbij pas sinds 2018 echte handhavingsmiddelen zijn ingezet.

Het college moet de proceskosten vergoeden.

w.g. Verburg                                        
voorzieningenrechter

w.g. Van Loo

griffier

418.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon