Wijziging van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, het Besluit overlegstelsel BES, het Bezoldigingsbesluit 1998 BES en het Besluit rechtspositie korps politie BES (formalisering participatieraden en verzamelbesluit),
- Kenmerk
- W04.20.0443/I
- Datum aanhangig
- 1 december 2020
- Datum vastgesteld
- 13 januari 2021
- Datum advies
- 13 januari 2021
- Datum publicatie
- 29 maart 2021
- Vindplaats
- Staatscourant
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 1 december 2020, no.2020002452, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, het Besluit overlegstelsel BES, het Bezoldigingsbesluit 1998 BES en het Besluit rechtspositie korps politie BES (formalisering participatieraden en verzamelbesluit), met nota van toelichting.
Dit ontwerpbesluit regelt verschillende onderwerpen die betrekking hebben op de rechten van overheidspersoneel in de Caribische openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het ontwerpbesluit regelt medezeggenschap middels participatieraden voor medewerkers van de Rijksdienst Caribisch Nederland (hierna: RCN). (zie noot 1) Een dertiende maand wordt eveneens geformaliseerd voor ambtenaren van de RCN. (zie noot 2) De van overeenkomstige toepassing verklaring van de Arbeidswet 2000 BES inzake de positie van zwangere en bevallen werkneemsters geldt voor alle ambtenaren in de openbare dienst in de Caribische openbare lichamen. (zie noot 3)
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over het vastleggen van het informatierecht en eventuele andere bevoegdheden van de participatieraden. Zij acht in verband daarmee aanpassing wenselijk van het wetsvoorstel en de toelichting.
Het ontwerpbesluit regelt dat voor iedere organisatie-eenheid van de Rijksdienst Caribisch Nederland van ten minste tien medewerkers een participatieraad wordt ingesteld. Ook kan een centrale participatieraad worden ingesteld, waarvoor iedere afzonderlijke participatieraad een lid kan afvaardigen. Binnen kleinere organisatieonderdelen wordt eens per half jaar een personeelsbijeenkomst georganiseerd, waarin de zaken worden besproken die eveneens onderwerp van medezeggenschap zijn. (zie noot 4) De minister dient "open en reëel" overleg te voeren met de participatieraden en de centrale participatieraad. (zie noot 5) Het adviesrecht is het belangrijkste instrument van medezeggenschap van de participatieraden. (zie noot 6)
De Afdeling merkt op dat voor een goede invulling van het adviesrecht, en het anderszins goed functioneren van iedere vorm van medezeggenschap, het recht op informatie moet zijn gewaarborgd. Het ontwerpbesluit stelt hierover geen regels, maar biedt wel een delegatiegrondslag om nadere regels te stellen over het verstrekken van informatie die de verschillende participatieraden redelijkerwijs nodig hebben voor het vervullen van hun taak. (zie noot 7) Gezien het belang van het informatierecht adviseert de Afdeling om de kaders van dit recht in het besluit vast te leggen. (zie noot 8) Het gaat hierbij over welke informatie, wanneer en aan wie wordt overlegd.
Tot slot merkt de Afdeling op dat de delegatiegrondslag in het ontwerpbesluit ook voorziet in de mogelijkheid om nadere regels te stellen over de bevoegdheden van de participatieraden. De Afdeling adviseert om, indien de regering wenst te voorzien in meer bevoegdheden dan het adviesrecht en informatierecht, zoals bijvoorbeeld een initiatiefrecht, de kaders hiervan eveneens in het besluit vast te leggen.
De Afdeling adviseert het ontwerpbesluit en de toelichting op deze punten aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het ontwerpbesluit en adviseert daarmee rekening te houden voordat een besluit wordt genomen.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 8 maart 2021
De Afdeling advisering van de Raad van State maakt een opmerking over het vastleggen van het informatierecht en eventuele andere bevoegdheden van de participatieraden. Zij acht in verband daarmee aanpassing wenselijk van het wetsvoorstel en de toelichting.
Het ontwerpbesluit regelt dat voor iedere organisatie-eenheid van de Rijksdienst Caribisch Nederland van ten minste tien medewerkers een participatieraad wordt ingesteld. Ook kan een centrale participatieraad worden ingesteld, waarvoor iedere afzonderlijke participatieraad een lid kan afvaardigen. Binnen kleinere organisatieonderdelen wordt eens per half jaar een personeelsbijeenkomst georganiseerd, waarin de zaken worden besproken die eveneens onderwerp van medezeggenschap zijn. De minister dient "open en reëel" overleg te voeren met de participatieraden en de centrale participatieraad. Het adviesrecht is het belangrijkste instrument van medezeggenschap van de participatieraden.
De Afdeling merkt op dat voor een goede invulling van het adviesrecht, en het anderszins goed functioneren van iedere vorm van medezeggenschap, het recht op informatie moet zijn gewaarborgd. Het ontwerpbesluit stelt hierover geen regels, maar biedt wel een delegatiegrondslag om nadere regels te stellen over het verstrekken van informatie die de verschillende participatieraden redelijkerwijs nodig hebben voor het vervullen van hun taak. Gezien het belang van het informatierecht adviseert de Afdeling om de kaders van dit recht in het besluit vast te leggen. Het gaat hierbij over welke informatie, wanneer en aan wie wordt overlegd.
Overeenkomstig dit advies is een nieuw artikel 72p van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES (RpbaBES) opgenomen (artikel I, onderdeel D, van het ontwerpbesluit), waarin het kader voor het informatierecht geregeld is, en is de nota van toelichting aangevuld.
Tot slot merkt de Afdeling op dat de delegatiegrondslag in het ontwerpbesluit ook voorziet in de mogelijkheid om nadere regels te stellen over de bevoegdheden van de participatieraden. De Afdeling adviseert om, indien de regering wenst te voorzien in meer bevoegdheden dan het adviesrecht en informatierecht, zoals bijvoorbeeld een initiatiefrecht, de kaders hiervan eveneens in het besluit vast te leggen.
De regering wenst alleen nog in een initiatiefrecht te voorzien. Daarom is naar aanleiding het advies van de Afdeling een nieuw artikel 72o aan het RpbaBES toegevoegd, waarin dit recht geregeld is (artikel I, onderdeel D, van het ontwerpbesluit). Tegelijk is mogelijkheid om nadere regels te stellen over de bevoegdheden van de participatieraden uit de delegatiegrondslag geschrapt.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Voetnoten
(1) Artikel I, onderdeel D van het ontwerpbesluit.
(2) Artikel III van het ontwerpbesluit.
(3) Artikel I, onderdeel B van het ontwerpbesluit.
(4) Onderdeel D, artikel 72j, tweede lid, van het ontwerpbesluit.
(5) Onderdeel D, artikel 72j, tweede lid, van het ontwerpbesluit.
(6) Onderdeel D, artikel 72n, van het ontwerpbesluit.
(7) Onderdeel D, artikel 72p, van het ontwerpbesluit.
(8) Zie ook aanwijzing 2.24 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.