Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200103978/1

Uitspraak 200103978/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AF2505
Datum uitspraak
24 december 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 april 1999 hebben burgemeester en wethouders van Ameland (hierna: burgemeester en wethouders) met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek van appellant om handhavend op te treden ten aanzien van een berging/paardenstal op het perceel [locatie] afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200103978/1.
Datum uitspraak: 24 december 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden van 16 juli 2001 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van Ameland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 april 1999 hebben burgemeester en wethouders van Ameland (hierna: burgemeester en wethouders) met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht een verzoek van appellant om handhavend op te treden ten aanzien van een berging/paardenstal op het perceel [locatie] afgewezen.

Bij besluit van 20 augustus 1999 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften van de gemeente Ameland van 19 juli 1999, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.

Bij uitspraak van 16 juli 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 9 augustus 2001, bij de Raad van State ingekomen op 10 augustus 2001, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 september 2001. Deze brieven zijn aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 mei 2002, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. W. Bustin, advocaat te Leeuwarden, en burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door R. Korvemaker, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling stelt vast dat appellant in hoger beroep geen andere gronden dan reeds in beroep bij de rechtbank heeft voorgedragen.

2.2. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, heeft de rechtbank terecht en op juiste gronden overwogen dat de eerste beslissing op bezwaar van 21 oktober 1998 – tegen welke beslissing geen beroep is ingesteld -, ofschoon deze bij appellant enige verwarring kan hebben veroorzaakt doordat het bezwaar gegrond is verklaard, redelijkerwijs niet de verwachting kon wekken dat aan zijn verzoek tot toepassing van bestuursdwang gevolg zou worden gegeven. Uit die beslissing blijkt genoegzaam dat burgemeester en wethouders niet voornemens waren om op te treden en dat derhalve weigerden. De rechtbank heeft dan ook terecht geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat burgemeester en wethouders zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat hetgeen appellant aan zijn herhaalde aanvraag ten grondslag heeft gelegd geen aanleiding vormde om van de eerdere weigering om handhavend op te treden terug te komen, nu daarbij geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren zijn gebracht.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. van Wagtendonk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P. Glerum, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Wagtendonk w.g. Glerum
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2002

273-394.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon