Wijziging van het Besluit Verklaring derdenbeslag en het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.
- Kenmerk
- W16.20.0221/II
- Datum aanhangig
- 8 juli 2020
- Datum vastgesteld
- 22 juli 2020
- Datum advies
- 22 juli 2020
- Datum publicatie
- 30 oktober 2020
- Vindplaats
- Staatscourant 2021, nr. 15037
- Justitie en Veiligheid
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2020, no.2020001347, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Verklaring derdenbeslag en het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 8 oktober 2020
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om nog enkele wijzigingen door te voeren in het besluit en de nota van toelichting.
Ten eerste is het niet langer nodig dat de derde-beslagene in het modelverklaringsformulier expliciet gevraagd wordt wat de hoogte is van het bedrag van de broninhouding door het Centraal Administratie Kantoor. Dit vloeit voort uit de nota van wijziging bij het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2021, waarin artikel 475db, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt te vervallen.1 De passage in onderdeel 6 van het modelverklaringsformulier, waar de derde-beslagene expliciet werd gevraagd om de hoogte van de broninhouding op te geven, is om die reden geschrapt.
Ten tweede is in de artikelsgewijze toelichting bij Artikel II, onder a, verduidelijkt dat het tarief van € 82,94 dat wordt gerekend voor het verzoek dat de deurwaarder aan de bank kan doen om rekeninformatie van de schuldenaar te achterhalen niet per bank in rekening kan worden gebracht bij de schuldeiser. Het gaat om een totaaltarief voor alle informatieverzoeken die de deurwaarder in één casus doet om de banktegoeden van de schuldenaar te achterhalen.
Ten derde is de datum van inwerkingtreding van het besluit in Artikel III vastgesteld op 1 januari 2021. Dat sluit aan bij de vaste verandermomenten en de inwerkingtreding van de onderdelen T, onder 4, W, onder 2, en X van de wet herziening beslag en executierecht op 1 januari 2021 (zie Stb. 2020, 177).
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Rechtsbescherming