Besluit orgaandonatie.
- Kenmerk
- W13.20.0041/III
- Datum aanhangig
- 21 februari 2020
- Datum vastgesteld
- 4 maart 2020
- Datum advies
- 4 maart 2020
- Datum publicatie
- 30 april 2020
- Vindplaats
- Staatscourant 2020, nr. 23921
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 21 februari 2020, no.2020000385, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Wet op de orgaandonatie (Besluit orgaandonatie), met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het ontwerpbesluit.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W13.20.0041/III
- Artikel 3, eerste lid, na ‘jaren’ invoegen: ‘in de kalendermaand voorafgaand aan de aanschrijving’.
- In de nota van toelichting vermelden dat het ontwerpbesluit is voorgehangen bij de Staten-Generaal en ingaan op de resultaten van de voorhangprocedure.
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 april 2020
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. Wel zijn twee redactionele opmerkingen gemaakt. De redactionele opmerkingen zijn in het ontwerp-besluit en de nota van toelichting verwerkt.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het ontwerpbesluit aan te vullen op het volgende punt. In het ontwerpbesluit is een voorziening opgenomen voor het geval niet of op ongeldige wijze is aangetekend dat bezwaar wordt gemaakt tegen gebruik van een orgaan voor op implantatie gericht onderzoek, indien het orgaan na verwijdering voor implantatie ongeschikt blijkt te zijn. Met deze voorziening moet worden voorkomen dat formulieren waarbij de aantekening mist of niet eenduidig is ongeldig moeten worden verklaard. De toelichting is hierop aangevuld. Ook is van de gelegenheid gebruik gemaakt om technische wijzigingen met betrekking tot de inwerkingtreding van het besluit door te voeren.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Medische Zorg