Onteigening in de gemeente Rotterdam (onteigeningsplan 2e Carnissestraat 4 t/m 34).
- Kenmerk
- W04.19.0428/I
- Datum aanhangig
- 23 december 2019
- Datum vastgesteld
- 26 februari 2020
- Datum advies
- 26 februari 2020
- Datum publicatie
- 22 april 2020
- Vindplaats
- Staatscourant
- Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
- Onteigening
Toon inhoud
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister voor Milieu en Wonen met een schrijven van 23 december 2019, no.RWS-2019/44772, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Rotterdam krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan 2e Carnissestraat 4 t/m 34).
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 maart 2020
In het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid is de ambitie en urgentie opgenomen om de sociaaleconomische problemen, die onder meer de wijk Carnisse kent, voor 2030 op te lossen. Om deze wijk structureel te verbeteren gaat het programma uit van het meer divers maken van het woningaanbod, de bevolkingssamenstelling, de voorzieningen en het inkomensniveau in deze wijk.
Zestien panden, bestaande uit 26 woningen (waarvan een aantal verticaal is samengevoegd) en een samengevoegde bedrijfsruimte, gelegen aan de 2e Carnissestraat 4 t/m 34 te Rotterdam vormen een onderdeel van de wijk Carnisse in Rotterdam-Zuid. De gemeente Rotterdam beoogt deze zestien panden te slopen en te doen vervangen door 14 á 15 nieuw te bouwen aaneengesloten grondgebonden (koop)woningen. Er is sprake van een sterke verloedering van de panden. De leefbaarheid is hierdoor negatief beïnvloed. De te slopen panden zijn niet strijdig met het bestemmingsplan. De gemeente beoogt met de nieuwbouw de realisatie van een andere vorm van uitvoering waaraan volgens haar meer behoefte is.
De Afdeling kan zich met het ontwerpbesluit verenigen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
DE MINISTER VOOR MILIEU EN WONEN