Wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019.
- Kenmerk
- W06.19.0392/III
- Datum aanhangig
- 10 december 2019
- Datum vastgesteld
- 22 januari 2020
- Datum advies
- 22 januari 2020
- Datum publicatie
- 26 februari 2020
- Vindplaats
- Staatscourant 2020, nr. 15064
- Financiën
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 10 december 2019, no.2019002575, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 in verband met onder meer wijziging van enkele maatstaven en toevoeging van enkele onder toezicht staande personen voor de doorberekening van de toezichtkosten vanaf het jaar 2020, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het ontwerpbesluit.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het besluit te nemen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W06.19.0392/III
- In de toelichting (paragraaf 3) verduidelijken dat niet reeds na afgifte van een ‘STS-label’ door een TPV als bedoeld in artikel 28 securitisatieverordening (verordening (EU) nr. 2017/2402) lichtere kapitaaleisen van toepassing zijn voor beleggingen in die securitisaties, maar dat dit pas het geval is na notificatie bij ESMA ingevolge artikel 27 van de securitisatieverordening.
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 februari 2020
De redactionele opmerking van de Afdeling is overgenomen.
In het besluit is de inwerkingtredingsbepaling aangepast. Deze regelde dat het besluit op 1 januari 2020 in werking zou treden. Omdat dit onverhoopt niet is gehaald, is het nodig deze bepaling aan te passen. In het besluit wordt nu geregeld dat het besluit de dag na publicatie in werking treedt en terugwerkt tot en met 1 januari 2020. In terugwerkende kracht is voorzien omdat het voor de doorberekening van de begrote kosten voor het doorlopend toezicht van belang is dat deze verdeling voor het gehele kalenderjaar van kracht is geweest.
Ik moge U hierbij, mede namens mijn ambtgenoot van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Financiën