Goedkeuring van het op 4 april 2014 te Montreal tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Trb. 2019, 140).
- Kenmerk
- W17.19.0359/IV/K
- Datum aanhangig
- 14 november 2019
- Datum vastgesteld
- 11 december 2019
- Datum advies
- 11 december 2019
- Datum publicatie
- 5 februari 2020
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2019/20, 35391 (R2144), nr. 4
- Infrastructuur en Waterstaat
- Verdrag
Toon inhoud
Bij Kabinetsmissive van 14 november 2019, no.2019002409, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 4 april 2014 te Montreal tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Trb. 2019, 140), met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij het voorstel van rijkswet.
De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.
De Afdeling adviseert het voorstel van rijkswet bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, die van Curaçao en die van Sint Maarten in te dienen.
Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.
De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Redactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk betreffende no.W17.19.0359/IV
- In de Nederlandse vertaling van artikel V van het Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Stb. 2019, 140) "uit hoofde van het derde lid" wijzigen in "uit hoofde van artikel 3".
Nader rapport (reactie op het advies) van 31 januari 2020
Aan de redactionele opmerking van de Raad van State van het Koninkrijk is gevolg gegeven door de geconstateerde onvolkomenheid in de vertaling van artikel V te corrigeren in Trb. 2020, 3.
Van de gelegenheid is voorts gebruik gemaakt om de memorie van toelichting te actualiseren, door in de artikelsgewijze toelichting op de slotbepalingen aan te geven dat het Protocol op 1 januari 2020 in werking is getreden. Na die datum staat het Protocol krachtens artikel XVI niet meer open voor ondertekening, waardoor het Koninkrijk der Nederlanden uitsluitend nog partij kan worden bij het Protocol, door op grond van artikel XVII, tweede lid, tot het Protocol toe te treden. In dit licht is eveneens de formulering onder het kopje ‘Koninkrijkspositie’, waarin werd gesproken over het ‘aanvaarden van’ het Protocol in plaats van over het ‘toetreden tot’ het Protocol, aangepast.
Van de gelegenheid is ten slotte gebruik gemaakt om enkele redactionele wijzigingen door te voeren.
Ik moge U, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid, verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van rijkswet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van Aruba, de Staten van Curaçao en aan de Staten van Sint Maarten te zenden.
De Minister van Buitenlandse Zaken