Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200105603/1

Uitspraak 200105603/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE6691
Datum uitspraak
21 augustus 2002
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 juli 2000 hebben burgemeester en wethouders van Genemuiden, thans Zwartewaterland (hierna: burgemeester en wethouders) appellant aangeschreven het in strijd met de havenverordening in de insteekhaven bij de pont van Genemuiden aangemeerde (woon)schip uiterlijk woensdag 2 augustus 2000 te verwijderen en verwijderd te houden, op verbeurte van een dwangsom van ƒ 250,00/€ 113,45 per dag tot een maximum van ƒ 50.000,00/€ 22.689,01.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200105603/1.
Datum uitspraak: 21 augustus 2002

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats]

tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zwolle van 2 oktober 2001 in het geding tussen:

appellant

en

burgemeester en wethouders van Genemuiden, thans Zwartewaterland.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 juli 2000 hebben burgemeester en wethouders van Genemuiden, thans Zwartewaterland (hierna: burgemeester en wethouders) appellant aangeschreven het in strijd met de havenverordening in de insteekhaven bij de pont van Genemuiden aangemeerde (woon)schip uiterlijk woensdag 2 augustus 2000 te verwijderen en verwijderd te houden, op verbeurte van een dwangsom van ƒ 250,00/€ 113,45 per dag tot een maximum van ƒ 50.000,00/€ 22.689,01.

Bij besluit van 10 oktober 2000, verzonden op 17 oktober 2000, hebben burgemeester en wethouders het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 2 oktober 2001, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Zwolle (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 november 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juli 2002, waar appellant, vertegenwoordigd door [gemachtigde] is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat appellant geen belang meer heeft bij beoordeling van het dwangsombesluit, zoals in bezwaar gehandhaafd, nu hij het schip, gevolg gevend aan de last onder dwangsom, niet alleen heeft verwijderd, maar ook heeft verkocht, en hij de als gevolg hiervan beweerdelijk door hem geleden schade niet nader heeft geconcretiseerd noch anderszins voldoende aannemelijk heeft gemaakt.

2.2. Appellant bestrijdt dit oordeel tevergeefs. Hij heeft met de in hoger beroep overgelegde offerte voor de sleepkosten, die zouden zijn gemoeid met de verwijdering, evenmin voldoende aannemelijk gemaakt dat daadwerkelijk schade is geleden. Een bewijs van betaling van deze kosten is niet overgelegd.

Voorts is uit de stukken en het verhandelde ter zitting gebleken dat appellant niet voornemens is met een ander schip op deze plaats te gaan liggen. Hij had deze plaats, in de wetenschap dat dit geen permanente ligplaats kon zijn, slechts ingenomen om burgemeester en wethouders aan te sporen hem duidelijkheid te bieden over een wel geschikte ligplaats.

2.3. Onder deze omstandigheden is er geen aanleiding voor een ander oordeel dan dat waartoe de rechtbank is gekomen. Het hoger beroep is derhalve ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. van Wagtendonk, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Wagtendonk w.g. Haverkamp
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2002

306-426


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon