Janneke Buskermolen


Jurist bij de directie Bestuursrechtspraak

Werkt sinds september 2018 bij de Raad van State en werkt in de Omgevingskamer Afgestudeerd aan: Universiteit Leiden (encyclopedie en filosofie van het recht en staats- en bestuursrecht)

Starten

Direct na mijn afstuderen ging ik aan de slag bij een advocatenkantoor. Een aantal van mijn (oud)studiegenoten begon rond diezelfde periode als jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ik werd zo enthousiast van hun verhalen over zowel hun werkzaamheden als de sfeer binnen de Raad, dat ik steeds meer begon te twijfelen of werken bij de Raad van State toch niet beter bij mij paste. Toen ik op een gegeven moment met enige regelmaat op de website van de Raad van State keek of de vacature nog online stond, heb ik de knoop doorgehakt en gesolliciteerd voor de functie van jurist. Ik werd uitgenodigd voor het maken van de casus. Qua moeilijkheid was die redelijk goed te doen, maar ik moest flink doorwerken om het op tijd af te krijgen. Ik vond het vooral lastig dat je van tevoren niet goed weet wat je ervan moet verwachten, waardoor je eigenlijk onvoorbereid de casus ingaat. Als je de casus voldoende hebt gemaakt, volgen er nog twee gesprekken. De sollicitatieprocedure verliep vlot. Vrijwel direct na het eerste gesprek hoorde ik dat ik door was naar de tweede ronde en direct na het tweede gesprek hoorde ik dat ik was aangenomen. Omdat het een echte startersfunctie is, ben je hoogstwaarschijnlijk niet de enige pas afgestudeerde die begint. Je merkt aan alles dat de Raad daarop is ingesteld. Zo ligt er een starterspakket op je bureau en vindt er maandelijks een borrel plaats, waar je als nieuweling gelijk een bardienst draait zodat je op informele wijze collega’s en staatsraden leert kennen. Vanaf dag één ga je aan de slag met je eigen dossiers en uitdagende zaken, dus je wordt direct in het diepe gegooid. Kom je er niet uit, dan staat er een senior klaar en ook collega’s helpen je graag op weg.

Eerste zitting

Voorafgaand aan mijn eerste zitting ben ik met een collega meegegaan naar zijn zitting, zodat ik wist wat ik ervan kon verwachten. Toch was ik voor mijn eigen zitting nog een beetje zenuwachtig. Je hoopt toch dat je de beroepsgronden goed hebt begrepen en niks over het hoofd hebt gezien. Gelukkig verliep de zitting erg goed. De raad en de appellanten gaven een goede toelichting op de punten die nog onduidelijk waren, waardoor we na afloop een goed en volledig beeld hadden van de zaak. Inmiddels vind ik de zittingen een van de leukste onderdelen van het werk! Wat het ook leuk maakt is dat de omgang met collega’s en staatsraden laagdrempelig en informeel is. Toen ik net met werken begon vond ik het nog weleens spannend om bij een staatsraad binnen te lopen, maar dat bleek keer op keer nergens voor nodig. Sterker nog: de staatsraden vinden het belangrijk dat je bij ze binnenstapt als er onduidelijkheden zijn of als je vragen hebt. Ook vragen de staatsraden tijdens het ‘raadkameren’ na afloop van de zitting altijd jouw mening over de zaak, ongeacht je werkervaring. Daarbij is ook zeker ruimte voor een afwijkende mening!

De Raad als werkgever

Voor mij biedt de Raad van State het beste van twee werelden: je krijgt veel verantwoordelijkheid zonder dat je het gevoel hebt dat je er alleen voor staat. Je wordt omringd door mensen met ontzettend veel kennis van en ervaring in het bestuursrecht en het is ontzettend leuk en leerzaam om met hun te discussiëren over zaken. Bij de Raad van State worden hoge eisen gesteld aan de inhoud van je werk zonder dat dit ten koste gaat van de werksfeer, die ik zonder meer als prettig ervaar.