Uitspraak 201207951/1/R1

Datum van uitspraak: woensdag 20 februari 2013
Tegen: de raad van de gemeente Borne
Proceduresoort: Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied: RO - Overijssel
ECLI:

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1666

201207951/1/R1.
Datum uitspraak: 20 februari 2013

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Borne,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2012 heeft de raad besloten het bestemmingsplan "Buitengebied Borne, herziening Halte no. 9 Zenderen" niet vast te stellen.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 januari 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. M.J.J. van Geel, advocaat te Wierden, en de raad, vertegenwoordigd door mr. S. Jurriën en D. Bethlehem, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Borne, ten zuidwesten van de kern Zenderen. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de spoorlijn tussen Borne en Almelo.

2. [appellante] wenst het voormalige stationsgebouw in Zenderen te herbouwen ter plaatse van de percelen kadastraal bekend gemeente Borne, sectie E, nummer 5394, en deels nummer 2823, aan de Lidwinaweg. Zij heeft daartoe een verzoek bij de raad ingediend om een bestemmingsplan vast te stellen dat het mogelijk maakt het stationsgebouw opnieuw op te richten op nagenoeg dezelfde locatie als waar het stationsgebouw voorheen gesitueerd was.

Het college van burgemeester en wethouders heeft een ontwerpbestemmingsplan aan de raad ter vaststelling voorgelegd, dat voorziet in voornoemde ontwikkeling.

3. [appellante] betoogt dat de raad ten onrechte het bestemmingsplan niet heeft vastgesteld, nu het plan in goed overleg met onder meer het college van gedeputeerde staten van Overijssel en het college van burgemeester en wethouders is voorbereid. Het bestreden besluit is volgens haar voorts in strijd met het vertrouwensbeginsel en met het zorgvuldigheidsbeginsel, nu de raad in het geheel geen kennis heeft genomen van het ontwerpbestemmingsplan. [appellante] betoogt dat de herbouw van het originele stationsgebouw aansluit bij het integrale project "De Groene Poort" van de provincie Overijssel en de gemeente Borne. De verzochte ontwikkeling leidt volgens haar tevens tot een versterking van de lokale economie. De economische uitvoerbaarheid van het plan is volgens haar verzekerd. Het voorziene stationsgebouw zal ruimte bieden voor exposities, voor educatieve activiteiten en voor lichte horeca. Dat het plan een verkeersaantrekkende werking heeft, kan volgens [appellante] als weigeringsgrond niet volstaan. [appellante] wijst verder op een vergelijkbaar project Kloostergaarde aan de Hertmerweg te Zenderen, hetgeen ook is gelegen in het "maten en flierenlandschap".

4. De raad stelt zich op het standpunt dat verwachtingen die zijn gewekt door het college van burgemeester en wethouders door het ontwerpbestemmingsplan aan hem voor te leggen, niet ertoe kunnen leiden dat hij gehouden is het bestemmingsplan vast te stellen. De raad wenst de openheid van het plangebied dat is gelegen in het "maten en flierenlandschap" in overeenstemming met provinciaal beleid te behouden. De raad hecht meer waarde aan het behoud van het landschap dan aan het realiseren van een recreatieve functie ter plaatse. Verder acht de raad de economische uitvoerbaarheid van het plan onvoldoende aangetoond. Voorts is de daadwerkelijke verkeersaantrekkende werking van bezoekers volgens de raad niet goed in te schatten. De raad voert ten slotte aan dat het ontwerpbestemmingsplan is besproken in de commissievergadering "Bijpraten Ruimte", die voorafgaand aan de raadsvergadering heeft plaatsgevonden. In de commissievergadering "Bijpraten Ruimte" heeft een aantal raadsleden informatie ingewonnen over het ontwerpbestemmingsplan, aldus de raad.

5. Het plangebied is gelegen in het "maten en flierenlandschap". Uit de Omgevingsvisie Overijssel volgt dat het "maten en flierenlandschap" onder meer wordt gekenmerkt door een hoog waterpeil, een onbebouwd karakter, continuïteit van de beekloop, een lineair landschap met open "kamers" en coulissen alsmede door een duidelijk zichtbare overgang naar hogere gronden.

5.1. In de structuurvisie van de gemeente Borne is aangesloten bij de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Overijssel. Ingevolge de structuurvisie Borne geldt onder meer als uitgangspunt dat het onbebouwde karakter van het gebied in stand gehouden dient te worden.

6. Voor zover [appellante] betoogt dat de raad onvoldoende kennis heeft genomen van het ontwerpbestemmingsplan, waardoor het bestreden besluit volgens haar is genomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, overweegt de Afdeling het volgende. De raad heeft onweersproken gesteld dat het ontwerpbestemmingsplan is besproken in de commissievergadering "Bijpraten Ruimte", waarbij een aantal raadsleden aanwezig was. De raad heeft vervolgens in de raadsvergadering besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in hetgeen [appellante] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet met de ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

7. De Afdeling overweegt dat de raad beleidsvrijheid toekomt bij het besluit omtrent het vaststellen van een bestemmingsplan. De raad heeft blijkens het bestreden besluit bij de afwijzing van het verzoek van [appellante] een groot gewicht toegekend aan het behoud van het open en onbebouwde karakter van het landschap. Reeds daarom ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren het bestemmingsplan vast te stellen. Hierbij betrekt de Afdeling dat het uitgangspunt om het onbebouwde karakter en daarmee de openheid van het landschap te behouden is opgenomen in de structuurvisie Borne. Voor zover [appellante] betoogt dat de herbouw van het originele stationsgebouw aansluit bij het integrale project "De Groene Poort", overweegt de Afdeling dat uit de structuurvisie Borne volgt dat het integrale project "De Groene Poort" een project betreft waarin een programma voor het buitengebied op grond van vastgesteld beleid is opgenomen. Ook al zou de herbouw van het originele stationsgebouw op zichzelf aansluiten bij de uitgangspunten van het integrale project "De Groene Poort", dan brengt dat niet met zich dat de raad gehouden is een bestemmingsplan vast te stellen dat voorziet in deze ontwikkeling.

De Afdeling overweegt voorts dat uit de aard van de in de Wet ruimtelijke ordening vastgelegde procedure niet volgt dat de raad gehouden is om een ter inzage gelegd ontwerpplan uiteindelijk ook vast te stellen. Het is aan de raad om met inachtneming van eventueel ingediende zienswijzen een beslissing te nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan en het staat de raad daarbij vrij om af te wijken van het ontwerpplan of te besluiten het plan niet vast te stellen. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat noch door hem, noch door het college van burgemeester en wethouders gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat hij het plan ook daadwerkelijk zou vaststellen. De raad heeft bij de beslissing om het plan niet vast te stellen niet in strijd met het vertrouwensbeginsel gehandeld.

Ten aanzien van de door [appellante] gemaakte vergelijking met de Kloostergaarde aan de Hertmerweg te Zenderen wordt overwogen dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat deze situatie verschilt van de aan de orde zijnde situatie, omdat de Kloostergaarde in 2008 is gerealiseerd en destijds het behoud van het open en onbebouwde karakter van het landschap geen uitgangspunt was van geldend beleid. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellante] genoemde situatie niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie.

8. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. G. van der Wiel, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Zwemstra
voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2013

91-749.