15 uitspraken gevonden

ECLI:NL:RVS:2019:83 | 201704151/1/R2

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • rechtsgebied:
  • RO - Noord-Brabant
  • inhoudsindicatie:

Weigering om zorgappartementen in Gilze mogelijk te maken
Uitspraak over de weigering door de gemeenteraad van Gilze en Rijen om het bestemmingsplan 'Buitengebied Gilze en Rijen' te wijzigen. Een bedrijf uit Gilze had om de wijziging gevraagd. Het bedrijf wil dat de horecabestemming van een perceel aan het Klein Zwitserland wordt gewijzigd in een woon- of maatschappelijke bestemming. Het bedrijf wil van de bestaande appartementen levensloopbestendige appartementen maken, maar het huidige bestemmingsplan maakt dat niet mogelijk. Het is niet de eerste keer dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich over het verzoek van het bedrijf buigt. Een weigeringsbesluit uit 2015 werd in juli 2016 door de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigd, omdat het onvoldoende onderbouwd was. Die uitspraak met zaaknummer 201506740/1 staat op de website. In het besluit waar woensdag 16 januari 2019 uitspraak over wordt gedaan, heeft de gemeenteraad opnieuw geweigerd om mee te werken aan de gewenste bestemmingswijziging. Volgens de gemeenteraad is er geen behoefte aan zorgwoningen in de voorgestelde prijsklasse. Ook zouden de woningen mogelijk binnen de nieuw vast te stellen geluidszone van vliegbasis Gilze-Rijen vallen, aldus de gemeenteraad. Het bedrijf is het niet eens met de gemeenteraad en is in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 9 oktober 2018 op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:116 | 201704564/1/R2

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • rechtsgebied:
  • RO - Noord-Brabant
  • inhoudsindicatie:

Bestemmingsplan 'Landhuis Spreeuwenburg, Taalstraat' van de gemeente Vught
Uitspraak over het bestemmingsplan 'Landhuis Spreeuwenburg, Taalstraat' dat de gemeenteraad van Vught heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een landhuis mogelijk op een landgoed in Vught. Op het landgoed stond in het verleden landhuis Spreeuwenburg. Tegen het bestemmingsplan zijn omwonenden en Vereniging het Groene Hart Brabant in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De aanleg van het landgoed en het landhuis zouden ten koste gaan van groen en daar zijn de bezwaarmakers het niet mee eens. Ze vinden het landhuis te groot worden. Ook zou het de gebouwen in de omgeving aantasten, die volgens de bezwaarmakers van bijzondere cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde zijn. Volgens de omwonenden had er beter archeologisch onderzoek gedaan moeten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 29 november jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:100 | 201708297/1/A3

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Openbaarheid
  • inhoudsindicatie:

Informatieverzoek over MH17
Uitspraak over de weigering van de minister van Algemene Zaken (de minister-president) om geobjectiveerde verslagen van drie ministerraden openbaar te maken, waarin is gesproken over de MH17-ramp. Ook heeft de minister geweigerd om een verslag van een gesprek met onderzoekers van de Universiteit Twente openbaar te maken. Dat gesprek ging over een evaluatie van de crisisbeheersingsoperatie rond de MH17. RTL Nieuws had gevraagd om openbaarmaking van deze stukken. De minister weigerde dat, omdat openbaarmaking de relatie van Nederland met andere landen in gevaar zou kunnen brengen en omdat de stukken persoonlijke opvattingen van betrokkenen bevatten. RTL kwam tegen die weigering eerder in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland. Die verklaarde het beroep van RTL in september 2017 gegrond. Volgens de rechtbank moest de laatste zin van één van de verslagen van de ministerraad openbaar worden gemaakt en ook het gespreksverslag met de onderzoekers van de Universiteit Twente. Voor deze stukken is niet voldoende onderbouwd waarom ze geheim moeten blijven, oordeelde de rechtbank. Zowel de minister als RTL zijn tegen die uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De minister vindt dat hij de stukken helemaal niet openbaar hoeft te maken, en voor RTL gaat de uitspraak van de rechtbank juist niet ver genoeg. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 3 december jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:79 | 201800050/1/A1

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • inhoudsindicatie:

Dwangsom vanwege geluidsoverlast snookercentrum in Den Haag
Uitspraak over de dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft opgelegd aan een snookercentrum in Den Haag. Het gemeentebestuur deed dat vanwege geluidsoverlast. De eigenaar van het snookercentrum kwam tegen de dwangsom eerder in beroep bij de rechtbank Den Haag. Volgens de eigenaar veroorzaakt zijn snookercentrum geen geluidsoverlast. Het geluidsrapport dat het gemeentebestuur heeft uitgevoerd zou niet kloppen. De rechtbank verklaarde zijn beroep in december 2017 echter ongegrond. De man laat het er niet bij zitten en is tegen die uitspraak in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Die heeft de zaak op 8 oktober 2018 op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:101 | 201800881/1/A3

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Gezondheidszorg
  • inhoudsindicatie:

Apotheekhoudende huisarts in Zuidlaren
Uitspraak over de weigering van de minister voor Medische Zorg om het gebied te wijzigen waarbinnen een huisarts in Zuidlaren zelfgemaakte medicijnen mag verspreiden. De huisarts is een zogenoemde apotheekhoudende huisarts die binnen specifiek genoemde gebieden zelf medicijnen mag maken en aan patiënten mag geven. De huisarts wil dat voor een groter gebied gaan doen, maar de minister heeft dat geweigerd. Volgens de minister is het in eerste instantie aan apothekers om medicijnen te maken en te verspreiden. Uitbreiding van het werkgebied van apotheekhoudende huisartsen kan volgens het beleid van de minister alleen in aaneengesloten en logisch begrensde gebieden. In dit geval is daar volgens de minister geen sprake van. De huisarts kwam eerder tegen de weigering van de minister in beroep bij de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank gaf de huisarts in december 2017 gelijk. Volgens de rechtbank is de afstand tussen de gebieden waarin de huisarts wil werken en de meest dichtbij gelegen apotheek zo groot dat de huisarts daar zelf medicijnen moet kunnen verspreiden. Verder biedt de wet geen ruimte voor eigen beleid van de minister over de indeling van de gebieden, oordeelde de rechtbank. Zowel de minister als een apotheek in Zuidlaren zijn het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en zijn daartegen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De huisarts heeft een zogenoemd incidenteel hoger beroep ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 27 november jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:118 | 201800979/1/A3

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Verordeningen
  • inhoudsindicatie:

Exploitatievergunning voor seksinrichting en sluiting van saunaclub in Roermond
Uitspraak over de exploitatievergunning die de burgemeester van Roermond heeft verleend voor een seksinrichting in Roermond. In die vergunning zijn sluitingstijden opgenomen. De eigenaar vindt dat hij de seksinrichting nu te vroeg moet sluiten en kwam tegen de vergunning eerder in beroep bij de rechtbank Limburg. Die verklaarde zijn beroep in december 2017 gegrond en oordeelde dat de burgemeester beter had moeten uitleggen waarom hij geen afwijkende sluitingstijden toestaat. Vooral omdat het niet gaat om verruiming, maar om verschuiving van de openingstijden, aldus de rechtbank. De burgemeester is tegen die uitspraak in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zie ook de uitspraak met zaaknummer 201710435/1 die de Afdeling bestuursrechtspraak eveneens op 16 januari 2019 openbaar maakt. Die uitspraak gaat  over het besluit van de burgemeester van Roermond om een saunaclub van dezelfde eigenaar als de seksinrichting te sluiten voor de duur van twaalf maanden. De burgemeester deed dat, omdat in de saunaclub een handelshoeveelheid harddrugs zou zijn aangetroffen. De eigenaar van de saunaclub ging daartegen eerder in beroep bij de rechtbank Limburg. Die verklaarde zijn beroep in november 2017 gegrond en oordeelde dat de verschillende rapportages en het proces-verbaal niet eenduidig zijn over de hoeveelheid aangetroffen harddrugs en de vindplaatsen daarvan. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester daarom niet tot sluiting van de saunaclub had mogen overgaan en vernietigde het besluit van de burgemeester om die reden. De burgemeester is tegen die uitspraak in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Die heeft allebei de zaken op 23 november jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:80 | 201801278/1/A1

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Bouwen
  • inhoudsindicatie:

Omgevingsvergunning voor aanlegsteigers in Amsterdam
Uitspraak over de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft verleend aan twee rederijen. Het gaat om een vergunning voor vier aanlegsteigers met zeven ligplaatsen aan de Borneosteiger. Een omwonende kwam tegen die vergunning eerder in beroep bij de rechtbank Amsterdam. Hij vreest overlast en vindt de voorwaarden die in de vergunning staan onduidelijk. De rechtbank paste die voorwaarden in een uitspraak van januari 2018 aan en bepaalde dat het niet mogelijk is om na 23.00 uur nog te varen en aan te leggen. De twee rederijen zijn tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij willen van de voorwaarden af, omdat die hen veel klandizie zouden kosten. Ook de omwonende is in hoger beroep gekomen. Hij vindt dat de uitspraak van de rechtbank niet ver genoeg gaat. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 17 augustus 2018 op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:86 | 201801734/2/A1

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Conclusie
  • rechtsgebied:
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • inhoudsindicatie:

Conclusie over gedoogbeslissing
Op woensdag 16 januari 2019 neemt staatsraad advocaat-generaal Widdershoven een conclusie over de gedoogbeslissing. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad advocaat-generaal in september 2018 gevraagd in zijn conclusie in te gaan op de vraag of tegen een gedoogbeslissing beroep openstaat bij de bestuursrechter. De conclusie wordt uitgebracht in een zaak waarbij het gemeentebestuur van Bladel een gedoogbeslissing verleende aan de eigenaar van een perceel waarop sinds 1933 een bouwwerk staat. Aan de beslissing is de voorwaarde verbonden dat de gedoogtoestemming vervalt zodra de eigenaar het perceel verkoopt of als hij overlijdt. Volgens de eigenaar beperkt de gedoogbeslissing hem in zijn eigendomsrecht en moet hij de zaak daarom aan de bestuursrechter kunnen voorleggen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 9 november jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:108 | 201801779/1/A1

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Bouwen
  • inhoudsindicatie:

Lodges in Ruinerwold
Uitspraak over de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van De Wolden heeft verleend voor negen recreatielodges aan de Havelterweg in Ruinerwold. Eigenaren van percelen in de buurt kwamen eerder tegen de omgevingsvergunning in beroep bij de rechtbank Noord-Nederland. Volgens hen had de gemeenteraad een zogenoemde verklaring van geen bedenkingen moeten verlenen voor het bouwproject en is dat ten onrechte niet gebeurd. De rechtbank gaf hen in februari 2018 gelijk en vernietigde de omgevingsvergunning. De vergunninghouder laat het er niet bij zitten en is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens hem had de rechtbank het beroep van de bezwaarmakers niet-ontvankelijk moeten verklaren, omdat zij hun stukken niet op tijd zouden hebben aangeleverd. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 5 december jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:106 | 201801928/1/A3

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Luchtvaart
  • inhoudsindicatie:

Opstijgen en landen met paramotor in Renkum
Uitspraak over een besluit van de burgemeester van Renkum over het opstijgen en landen met een paramotor. Een inwoner uit die plaats had eerder toestemming gevraagd om met zijn paramotor te mogen opstijgen en landen in de Oosterbeekse uiterwaarden. De burgemeester verleende in eerste instantie toestemming, maar daarop kwamen 200 bezwaren. Uiteindelijk besloot de burgemeester dat hij niet bevoegd zou zijn om over de aanvraag te besluiten. De man ging daarop in beroep bij de rechtbank Gelderland. Die oordeelde in januari 2018 dat de burgemeester wel degelijk bevoegd is om toestemming te verlenen. De burgemeester is tegen die uitspraak in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook de eerdere bezwaarmakers tegen het opstijgen en landen met de paramotor, waaronder stichting Geluidshinder Rosande, zijn in hoger beroep gekomen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 12 december jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:109 | 201802105/1/A3

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Hoger beroep
  • rechtsgebied:
  • Boete
  • inhoudsindicatie:

Boete voor Stichting Omroep Limburg vanwege overtreden sponsorregels
Uitspraak over de boete die het Commissariaat voor de Media heeft opgelegd aan Stichting Omroep Limburg (ook wel: L1) vanwege het overtreden van sponsorregels in vier programma’s van de omroep. Het gaat om een boete van € 239.000,- voor het overtreden van de regels tijdens drie gezondheidsprogramma’s en een cultureel programma. Als programma’s van educatieve of culturele aard zijn, mogen ze onder strikte voorwaarden worden gesponsord. Volgens het Commissariaat voldoet L1 in dit geval niet aan die voorwaarden. Zo zou de omroep in strijd met het verbod hebben gehandeld om producten en diensten van een sponsor tijdens een programma te vermelden. Het gaat daarbij in het geval van het culturele programma om een door het Bonnefantenmuseum gefinancierd programma, waarin kunstwerken in beeld zijn gebracht die in het museum tentoon zijn gesteld. In het geval van de gezondheidsprogramma’s gaat het onder meer over een serie over wetenschap en gezondheid die is opgenomen in het VieCuri Medisch Centrum in Venlo. De omroep is het niet eens met de boete en kwam daartegen eerder in beroep bij de rechtbank Limburg. De rechtbank verklaarde het beroep in januari 2018 echter ongegrond en liet de boete in stand. De omroep laat het er niet bij zitten en is in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Die heeft de zaak op 14 november jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:78 | 201802359/1/R1

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • rechtsgebied:
  • RO - Gelderland
  • inhoudsindicatie:

Bestemmingsplan voor appartementencomplex in Ede    
Uitspraak over het bestemmingsplan 'Ede, Het Nieuwe Landgoed, woningen Stakenberg deelplan 2b' dat de gemeenteraad van Ede heeft vastgesteld. Het plan maakt een appartementencomplex met 17 woningen mogelijk aan de Stakenberg. Bouwinvest,  eigenaar van het nabijgelegen winkelcentrum en parkeerterrein Parkweide, heeft bezwaar tegen het plan en is in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bouwinvest vreest parkeeroverlast en vindt dat meer parkeergelegenheid moet worden aangelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 25 oktober 2018 op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:110 | 201802704/1/R2

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • rechtsgebied:
  • RO - Noord-Brabant
  • inhoudsindicatie:

Bestemmingsplan voor binnenstad Tilburg
Uitspraak over het bestemmingsplan 'Binnenstad 2010, 8e herziening (kernwinkelgebied-zuid)' dat de gemeenteraad van Tilburg heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een passage mogelijk tussen de Heuvelstraat en Emmapassage in het centrum van Tilburg. Daar komen winkelruimten en woningen, waaronder een woontoren van maximaal 55 meter hoog. De vereniging van eigenaren van appartementen aan het Pieter Vreedeplein is tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens de vereniging is te weinig rekening gehouden met de bewoners van het appartementengebouw en tasten de nieuwe bouwplannen hun woongenot aan. Verder vindt zij de hoge woontoren niet passen in de binnenstad van Tilburg en is de vereniging bang voor verkeers- en parkeeroverlast. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 10 december jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:77 | 201803692/1/R2

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • rechtsgebied:
  • RO - Noord-Brabant
  • inhoudsindicatie:

Nieuwe woonwijk in Heesch
Uitspraak over het bestemmingsplan 'Woningbouw De Erven' dat de gemeenteraad van Bernheze heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op een nieuwe woonwijk met 408 woningen tegen de kern van Heesch aan, in de hoek Bosschebaan-Kruishoekstraat. De gemeenteraad heeft ook een zogenoemd exploitatieplan vastgesteld voor de nieuwe woonwijk. Tegen het bestemmingsplan is een recyclingbedrijf uit de omgeving in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het recyclingbedrijf vindt dat er te weinig rekening met het bedrijf is gehouden. Het vrachtverkeer van en naar het bedrijfsterrein moet deels over dezelfde wegen als het verkeer van en naar de nieuwe woningen. Daardoor kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan, zegt het bedrijf. Verder is het bang voor klachten van de toekomstige buurtbewoners. Ook twee andere bedrijven in de omgeving komen in beroep, een aannemings- en een autobedrijf. Zij betwijfelen dat er behoefte is aan de nieuwe woningen en vinden dat de nieuwe woningen te dicht bij hun bedrijfsterreinen komen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 10 december jl. op zitting behandeld.

ECLI:NL:RVS:2019:98 | 201806374/1/A2

  • datum van uitspraak:
  • woensdag 16 januari 2019
  • proceduresoort:
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • rechtsgebied:
  • Hoger Beroep - Overige
  • inhoudsindicatie:

Uitsluiting intrekkingswet Wet raadgevend referendum van referenda
Uitspraak over de intrekking van de Wet raadgevend referendum. Volgens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen over die intrekkingswet geen referenda worden gehouden, omdat de Wet raadgevend referendum met terugwerkende kracht is ingetrokken met de intrekkingswet. Volgens haar staat daarmee vast dat de intrekkingswet is uitgesloten van het houden van referenda. Het zou om die reden niet nodig zijn om op basis van de Wet raadgevend referendum een besluit te nemen over de referendabiliteit van de intrekkingswet, aldus de minister. Stichting Meer Democratie is het daar niet mee eens. Zij vindt dat de minister op grond van de referendumwet wel degelijk expliciet een besluit moet nemen over de referendabiliteit van de intrekkingswet. De stichting is daarom in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het is niet de eerste keer dat de Afdeling bestuursrechtspraak zich over deze kwestie buigt. In februari 2018 oordeelde zij dat zij niet bevoegd was om over een vergelijkbaar beroep van Stichting Meer Democratie te oordelen. De Raad van State heeft daar destijds een persbericht bij uitgebracht. Het wetsvoorstel over de intrekking van de referendumwet was toen nog niet door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. Dat is nu wel het geval. Volgens Stichting Meer Democratie moet de minister daarom nu alsnog een besluit nemen over de referendabiliteit van de intrekkingswet. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 11 oktober 2018 op zitting behandeld.