Uitspraak 202105574/2/R1


Volledige tekst

202105574/2/R1.
Datum uitspraak: 29 november 2021

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

Buurtgroep VerkeerDdoorDiemenZuid, gevestigd te Diemen, (hierna: de Buurtgroep)

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Diemen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Verkeersstructuur Diemen Zuid" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de Buurtgroep beroep ingesteld.

De Buurtgroep heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 november 2021, waar de Buurtgroep, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. P.F.A. Reichenbach, advocaat te Zwolle, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. Ayoub en mr. D.C. van der Vecht, bijgestaan door mr. S.A.B. Boer, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Het plan heeft als doel het mogelijk maken van wijzigingen in de bestaande verkeerstructuur in Diemen Zuid. De voornaamste reden hiervoor is volgens de plantoelichting dat de nieuwe woonwijk "Holland Park" beter aangesloten moet worden op de rest van Diemen voor fietsers, voetgangers, openbaar vervoer en autoverkeer. In de huidige situatie is er een wegverbinding tussen Holland Park en Diemen Centrum via Diemen Zuid. Deze route via de Boven Rijkersloot is volgens de raad minder geschikt als directe verbinding tussen deze gebieden, omdat op de Boven Rijkersloot sprake is van gemengd verkeer (zoals fietsers op de rijbaan) en van veel erfaansluitingen. De raad acht het huidige profiel van de busbaan geschikter als directe verbinding, vanwege de vrije ligging en de aanwezigheid van een vrij liggende fietsstructuur langs deze route. Om die verbinding geschikt te maken voor alle vervoersmodaliteiten wil de raad de huidige busbaan aanpassen en open stellen voor gemotoriseerd verkeer met een snelheidsregime van 30 km per uur. Daarnaast wordt er een rotonde ter hoogte van de Beukenhorst ingepast om de verkeersveiligheid en de doorstroming te verbeteren. Deze aanpassingen zijn niet mogelijk in de geldende "Beheersverordening Diemen Zuid" (hierna: de Beheersverordening). In de Beheersverordening hebben de gronden waarop de busbaan is gelegen de bestemming "Verkeer" met de aanduiding "busbaan". Dit stuk weg mag alleen worden gebruikt voor een doorgaande autobusroute. Het nieuwe plan maakt de gewenste aanpassingen mogelijk.

De leden van de Buurtgroep wonen in Diemen Zuid en vrezen dat het plan een aanzienlijke aantasting van hun woon- en leefklimaat met zich zal brengen. Zij verwachten dat het geluidniveau in en bij de woningen van leden van de Buurtgroep ontoelaatbaar zal toenemen.

3.       De raad acht het plan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Dit standpunt baseert hij op de uitkomst van akoestische onderzoeken van Royal Haskoning DHV. Uit die onderzoeken blijkt, aldus de raad, dat uitgaande van een snelheidsregime van 30 km per uur en uitgaande van de verkeersintensiteiten zoals vastgesteld in het rapport van Goudappel Coffeng voor de in de omgeving gelegen woningen in 2030 geen onaanvaardbare geluidhinder wordt verwacht. In die onderzoeken is wat betreft de berekening en normering aangesloten bij de Wet geluidhinder (hierna: de Wgh) ook al is die wet niet van toepassing op een 30 km-weg. De onderzoeken laten zien dat bij een 19-tal woningen een zodanige toename van geluidbelasting zal ontstaan dat onderzoek naar geluidwerende maatregelen aan de betrokken woningen nodig is om te kunnen concluderen dat wordt voldaan aan 33 dB als binnenwaarde. De raad stelt dat onderzoek naar die maatregelen nog zal plaatsvinden en heeft met het oog daarop brieven overgelegd die in dat verband aan betrokkenen zijn gezonden.

4.       De voorzieningenrechter stelt voorop dat de raad, zoals hij ook ter zitting heeft medegedeeld, zich op het standpunt stelt dat alleen dan sprake is van een goede ruimtelijke ordening wanneer in het plangebied een snelheidsregime van 30 km per uur wordt gerealiseerd en in de 19 woningen, waar een aanzienlijke toename van geluid is te verwachten, een binnenwaarde van maximaal 33 dB kan worden bereikt. Vastgesteld moet worden dat in het plan niet is geborgd dat de weg moet zijn ingericht als 30 km weg. Ook moet worden vastgesteld dat de onderzoeken naar de maatregelen waarmee een binnenwaarde van 33 dB zou kunnen worden behaald in de hiervoor bedoelde 19 woningen nog moet worden uitgevoerd. Dit betekent dat ten tijde van het vaststellen van het plan de vanwege de ligging in binnenstedelijk gebied door de raad voor een goede ruimtelijke ordening bepalend geachte elementen in het plan respectievelijk niet waren geborgd en niet toereikend waren onderzocht. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter had dit vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in dit geval niet achterwege mogen worden gelaten. Het plan, zoals het nu is vormgegeven, biedt omwonenden naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende zekerheid over een goed woon- en leefklimaat. De door de raad vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening beslissend geachte elementen, namelijk het snelheidsregime van 30 km per uur en een 33 dB binnenwaarde zijn op basis van dit plan immers niet geborgd dan wel afdwingbaar. Dat, zoals de raad heeft gesteld, bij reguliere toepassing van de Wgh onderzoek naar binnenwaarden pas plaatsvindt nadat het Wgh-besluit is genomen, doet hieraan niet af. Het gaat hier namelijk niet om reguliere toepassing van de Wgh, maar om een situatie waarin de raad onverplicht aansluiting heeft gezocht bij die wet.

5.       De voorzieningenrechter ziet op grond van het vorenstaande aanleiding een voorlopige voorziening te treffen en het plan te schorsen. Wat de Buurtgroep naar voren heeft gebracht over de toegepaste methode, de berekening en de belangenafweging zal de voorzieningenrechter nu buiten bespreking laten.

6.       De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Diemen tot vaststelling van het bestemmingsplan "Verkeersstructuur Diemen Zuid" van 8 juli 2021, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Verkeer" ter plaatse van de bestaande busbaan;

II.       veroordeelt de raad van de gemeente Diemen tot vergoeding van bij de Buurtgroep VerkeerDdoorDiemenZuid in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.496,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand

III.      gelast dat de raad van de gemeente Diemen aan de Buurtgroep VerkeerDdoorDiemenZuid het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 360,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2021

604