Uitspraak 202101709/1/R4


Volledige tekst

202101709/1/R4.
Datum uitspraak: 17 november 2021

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te Epe,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 8 februari 2021 in zaak nr. 20/4 in het geding tussen:

[appellante],

en

het college van burgemeester en wethouders van Epe.

Procesverloop

Bij besluit van 18 juli 2019 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen een hekwerk op het perceel van Norel Ruimtecreatie VIII B.V. aan de Dellenweg 1 in Epe (hierna: het perceel).

Bij besluit van 22 november 2019 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 februari 2021 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 oktober 2021, waar [appellante], bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door B. Straatman, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellante] heeft het college op 17 juni 2019 verzocht om handhavend op te treden tegen het op het perceel van Norel Ruimtecreatie VIII geplaatste hekwerk. Dit hekwerk is zonder omgevingsvergunning op het perceel geplaatst aan de zijde van de Spoorlaan. [appellante] woont aan de overkant van het perceel op het perceel [locatie].

Het college heeft bij besluit van 18 juli 2019 geweigerd handhavend op te treden tegen het bouwen van het hekwerk zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo), omdat voor een erfafscheiding tot een hoogte van 2,00 m geen omgevingsvergunning is vereist.

2.       De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat het hekwerk voldoet aan de in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor) gestelde voorwaarden, zodat het hekwerk, voor zover dat langs de Spoorlaan is geplaatst, omgevingsvergunningvrij 2 meter hoog mag zijn. Omdat niet gebleken is dat het hekwerk hoger dan 2 meter is, is er geen sprake van een overtreding en was het college volgens de aangevallen uitspraak niet bevoegd om handhavend op te treden.

[appellante] kan zich niet met deze uitspraak verenigen. [appellante] heeft ter zitting van de Afdeling nader toegelicht dat in de omgeving van het hoge hekwerk monumentale waarden aanwezig zijn en dat haar uitzicht op deze waarden is verslechterd door de plaatsing van het hekwerk zonder omgevingsvergunning.

3.       De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, die van de uitspraak deel uitmaakt.

Vergunningvrij bouwwerk

4.       [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het hekwerk omgevingsvergunningvrij mag worden opgericht. Daartoe voert zij aan dat vanwege het van rechtswege vervallen verklaren van de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening teruggevallen dient te worden op de planregels behorende bij het op 25 maart 2010 vastgestelde bestemmingsplan "Epe-Noord". Daarin is geregeld dat de bouwhoogte van bouwwerken die voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht niet hoger mag zijn dan 1 meter.

4.1.    In artikel 2.3, tweede lid, van het Bor is voor de in artikel 2 van bijlage II vermelde categorieën gevallen geregeld dat, voor zover wordt voldaan aan de in die bepaling gestelde eisen, bouwwerken zijn uitgezonderd van de vergunningplicht voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c van de Wabo. Dat betekent dat het bestemmingsplan niet in de weg kan staan aan het bouwen van bouwwerken die aan de in artikel 2 gestelde eisen voldoen.

De rechtbank heeft bij de beantwoording van de vraag of het bouwwerk gelet op artikel 2, aanhef en onderdeel 12, van bijlage II van het Bor omgevingsvergunningvrij mag worden opgericht een antwoord gegeven op de vraag of het hekwerk is gelegen achter de voorgevelrooilijn. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat het begrip voorgevelrooilijn niet is omschreven in het geldende bestemmingsplan "Epe-Noord", de bouwverordening dan wel de beheersverordening. Volgens de rechtbank dient in dat geval de ligging van de voorgevelrooilijn te worden bepaald aan de hand van de feitelijke situatie. Volgens de rechtbank heeft het college zich in dit kader terecht op het standpunt gesteld dat de voorgevelrooilijn een denkbeeldige lijn is die evenwijdig loopt aan de voorgevel van het pand, te weten de gevel aan de Dellenweg, omdat daar de voordeur, het huisnummer en de hoofdingang van het pand is gesitueerd. Tegen dit oordeel zijn door [appellante] geen gronden aangevoerd in hoger beroep. Het betoog van [appellante] dat in het bestemmingsplan "Epe-Noord" regels zijn gesteld over de hoogte van hekwerken leidt niet tot het oordeel dat de rechtbank ten onrechte zou hebben overwogen dat het hekwerk omgevingsvergunningvrij mag worden opgericht, nu deze bouwregels niet van belang zijn voor beantwoording van de vraag of het bouwwerk omgevingsvergunningvrij is.

Het betoog faalt.

Slot en conclusie

5.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Vermeulen, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2021

700-993

BIJLAGE

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.1

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk

bestaat uit:

a. het bouwen van een bouwwerk,

b. (…),

c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan,

(…).

3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat met betrekking tot daarbij aangewezen activiteiten als

bedoeld in het eerste lid in daarbij aangegeven categorieën gevallen, het in dat lid gestelde verbod niet geldt.

Besluit omgevingsrecht

Artikel 2.3

1. (…)

2. In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de wet, is geen omgevingsvergunning vereist

voor de categorieën gevallen in artikel 2 in samenhang met artikel 5 en artikel 8 van bijlage II.

Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht

Artikel 1

1. In deze bijlage wordt verstaan onder voorgevelrooilijn:

voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening.

Artikel 2

Een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de wet is niet vereist,

indien deze activiteiten betrekking hebben op:

[…];

12. een erf- of perceelafscheiding, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a. niet hoger dan 1 m, of

b. niet hoger dan 2 m, en

1°. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie

staat,

2°. achter de voorgevelrooilijn, en

3°. op meer dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.