Toespraak van de Vice-President van de Raad van State bij de Nationale Herdenking 4 mei 2006 op de Dam in Amsterdam
Er komen protesten; er is oprecht medeleven, maar het eigen leven gaat, het kan niet anders, door. Steeds twee werkelijkheden. We weten nu, altijd achteraf, welke de belangrijkste was. Wat wisten we toen? Juist bij onzekerheid dringt de eigen werkelijkheid zich op. Er moet worden gewerkt en gegeten. Er is zorg om de eigen toekomst. Er worden kinderen geboren en verjaardagen gevierd. De confrontatie met de andere werkelijkheid wordt uit de weg gegaan; zelf weggeschoven of door de overheid in regels en cijfers verpakt.
Totdat die andere werkelijkheid een gezicht krijgt en het eigen leven direct wordt geraakt. Waarom hebben we het niet eerder gezien? We wisten het toch? Wat wéten we niet wat wèl gebeurt, wat zíen we niet wat we eigenlijk wèl weten, wat hóren we niet wat wèl wordt gezegd? Wat zeggen we niet omdat we er geen woorden voor vinden? Wie neemt het woord wanneer de beginselen van de rechtsstaat met voeten worden getreden. Wie neemt het woord wanneer groepen buiten de maatschappelijke orde worden verklaard? Hoe Heldhaftig, Vastberaden èn Barmhartig zijn wij dan zelf? In een democratie is de ruimte voor geluiden uit een andere werkelijkheid groter dan in andere staatsvormen. Dáárom moet de democratie worden gekoesterd. Het kan ook anders worden gezegd: de kracht van een democratie kan worden afgemeten aan de mate waarin afwijkingen van de overheersende mening worden toegelaten. Dat blijkt, ook in een democratie, niet vanzelfsprekend.
Het vereist denken; nadenken; her-denken. Herdenken op 4 mei is de confrontatie aangaan met de werkelijkheid van toen, door te luisteren naar de verhalen, door te proberen ons in te leven in het onleefbare. Hoe kàn dat gebeuren? Herdenken op 4 mei is ook denken aan al diegenen die de confrontatie toen wèl aangingen. Zij hebben ons, ook nu nog, iets te zeggen. In de woorden van Remco Campert: Verzet begint niet met grote woorden maar met kleine daden (...) jezelf een vraag stellen daarmee begint verzet en dan die vraag aan een ander stellen (uit: Remco Campert, Iemand stelt een vraag)
