Toespraak Vice-President Raad van State bij eerste bouwhandeling nieuwbouw Raad van State op dinsdag 17 mei 2005
Dank ook voor uw woorden. Beide zijn uiting van de goede harmonie waarin de afgelopen bijna 6 (!) jaar na het eerste voornemen is gewerkt aan de voorbereiding van de plannen voor nieuwbouw, renovatie en restauratie. Aan ons, onze beider organisaties heeft het niet gelegen. Er zijn vier redenen die ten grondslag liggen aan de wens dit project te starten: - de uitbreiding van taken en daardoor personeel van de Raad (1982: 547, 1/1/'99 438 nu: 557 van teruggang geen sprake in verband met hoger beroep vreemdelingenzaken (In de nabije toekomst de hoeveelheid werk op uw beleidsterreinen) tenminste hetzelfde bouwvolume nodig; - een andere wijze van werken; in 1982 (ik noem dat jaar omdat overgrote deel van de Raad op dat moment op deze locatie werd gehuisvest) werkten de meeste staatsraden (i.b.d.), (het waren het toen in het totaal 37) nog thuis.
Nu zou dat niet meer werken. Het totale aantal is opgelopen tot 56. Een van de redenen dat het niet meer zou werken is de nauwere samenwerking tussen staatsraden en medewerkers gedurende het hele proces zowel bij bestuursrechtspraak als bij advisering. En dat heeft te maken met de professionalisering van ons werk; - een derde reden was de dislocatie; de spreiding over drie (thans vier) locaties (voorkomende van de situatie voor 480); - en tenslotte, de vierde reden, de noodzaak van renovatie. De panden waarvan een gedeelte nu gesloopt wordt voldeden volstrekt niet meer aan de Arbo-eisen. Het was een, weliswaar charmante, kruip door sluip door. Maar ook het Sleeswijk complex moet bij de tijd worden gebracht en het paleisje Kneuterdijk vertoont hier en daar slijtage plekken, nog los van ons oordeel nù over de restauratie toen, in de jaren 70/begin 80. We hebben uw voorganger en uw Ministerie vrij gauw kunnen overtuigen van de noodzaak van deze complexe onderneming en de wenselijkheid daarvan één project te maken, in twee fasen uit te voeren.
Op de complexiteit van dit werk heeft u al gewezen, de klassieke paradox (paradox is een schijnbare tegenstelling) tussen behoud en ontwikkeling. Die paradox geldt overigens niet alleen extern maar ook intern binnen de Raad. Vernieuwing biedt kansen maar wordt vaak (ook) als bedreigend ervaren. Het is ons gezamenlijk, de architecten, de Rijksgebouwendienst, uw Ministerie, de Gemeente, de Raad gelukt om die schijnbare tegenstelling niet tot een werkelijke tegenstelling te laten uitgroeien. Uiteindelijk zal de tijd leren of een goede balans is gevonden; in het gebruik van het gebouw, en zijn inpassing in de omgeving. Eigenlijk weten we dat pas als, naar wij hopen over vele, vele decennia, de protesten zullen weerklinken als wordt aangetast hetgeen nu gebouwd gaat worden. De tijd voor uw komst, mevrouw de Minister, hebben we goed besteed.
De architecten Merkx en Girod hebben hun plan gepresenteerd, gelukkig heeft u er nog iets van kunnen zien, en, denk ik, allen enthousiast gemaakt voor hun visie op de combinatie behoud en ontwikkeling; oud en nieuw; transparantie en stijl; optimaal ruimtegebruik en erkenning van de beperkingen die bijvoorbeeld in de tweede fase het witte Paleisje stelt; een visie ook in de tweede fase op de scheiding tussen publieke ruimte en kantoorruimten. In het voorbereidingsproces van de afgelopen jaren hebben we van elkaar denk ik veel geleerd, of laat ik voor mij zelf spreken, heb ik zelf veel geleerd. Over de wonderlijke wegen waarop de financiële voorschriften ons soms dwingen, over de inconsistenties in de eisen die verschillende overheidsdiensten stellen, over de soms tegenstrijdige wensen die we zelf hebben respectievelijk zouden moeten hebben. Soms overvalt je in dat proces een lichte vorm van vermoeidheid (Een huis verbouwen kost een jaar van je leven. Wat moet dit wel niet kosten?) Maar vaker toch zijn die belemmeringen een stimulans om nog eens na te gaan wat er werkelijk moet en nog eens te kijken wat de bestaande gebouwen te zeggen hebben.
Over de gebouwen in de Parkstraat valt veel te vertellen; over hun geschiedenis, over hun nieuwe toekomst. Wij zijn van plan daarover en over de vorderingen in de bouw alle medewerkers en staatsraden goed geïnformeerd te houden. We doen dat door middel van afzonderlijk delen van het grote nieuwbouwboek die een plaats kunnen krijgen in de nieuwbouwbox. Die box en het eerste deel van het grote nieuwbouw boek bied ik u hierbij aan. Ik zie uit naar de voortzetting van de samenwerking met de architecten, met de aannemer, we zullen u kritisch volgen, met de Rijksgebouwendienst, met alle overheidsinstanties die zich mee verantwoordelijk voelen (moge hun aantal beperkt zijn) en naar ik vurig hoop met uzelf. Met u hoop ik dat we in 2010 tevreden mogen terugkijken op dit project dat ook zo een spannende opgave is.
