Toespraken Tjeenk Willink

Toespraak ter herdenking van oud Vice-President mr. W. Scholten tijdens de afscheidsdienst in de Kloosterkerk op vrijdag 7 januari 2005 om 12.30 uur

Gepubliceerd op 7 januari 2005

Het is niet gemakkelijk voor mij als opvolger een beeld te schetsen van de oud Vice-President van de Raad van State, mr. Willem Scholten. Er zijn er zo velen die hem beter hebben gekend. Ieder heeft eigen beelden van zijn veelkantige persoonlijkheid. Ik wil drie van mijn beelden tonen: publieke ambtsdrager, voorganger en persoon.

Allereerst het beeld van de publieke ambtsdrager die de spreuk boven de deur van de Raadzaal in zijn geboorteplaats Deventer tot de zijne had gemaakt: "indien het gemeen u roept, bezorg het als uw eigen". Zijn leven stond in dienst van de publieke zaak: staat èn samenleving. Hij bezat de kwaliteiten daartoe; de kwaliteiten nodig om een goed publiek ambtsdrager te zijn. Allereerst zijn gedegen kennis van en gevoel voor de constitutionele regels.

Een democratische rechtsstaat kan alleen functioneren als de regels worden geëerbiedigd, ook als dat even niet zo goed uitkomt. Scholten was een bewaker van de constitutie. Door zijn langjarige ervaring wist Scholten hoe de overheid werkte en hoe in de politiek de hazen liepen. Deze tweede kwaliteit om als publiek ambtsdrager effectief te kunnen optreden, bleek wel in het bijzonder toen hij in 1982 kabinetsinformateur was in een politiek gecompliceerde situatie. Daarin kon hij al zijn kwaliteiten kwijt. Misschien was de geslaagde kabinetsformatie 1982 wel zijn "finest hour". Door zijn grote en veelzijdige dossierkennis, veel meer dan fiscaliteit en financiën, en door zijn fenomenale redactionele vaardigheid konden verschillen van inzicht worden overbrugd. Een derde kwaliteit waarmee hij zich gezag verwierf, in de Raad en daarbuiten; een kwestie van hard werken en grote discipline. "Het bureau schoon houden, zo niet per dag, dan toch in ieder geval per week", was één van zijn opdrachten aan mij voor mijn aantreden. Ik moet u bekennen, het lukt me niet altijd. Hem wel.

Scholten heeft altijd een duidelijke scheiding aangebracht tussen de vervulling van zijn publieke ambten en zijn privé leven. Een vierde kwaliteit voor een publieke ambtsdrager. In een democratische rechtsstaat is het onderscheid tussen functie en persoon essentieel. Het is niet van belang of de persoon van de ambtsdrager aardig is, ja of neen, maar of hij voldoet aan de eisen die het ambt stelt. Zeker, Scholten was geen moderne manager, maar voor publieke ambtsdragers zijn andere eisen belangrijker. De scheiding tussen het optreden als publieke ambtsdrager en privé persoon was voor wie hem kenden het sterkste voelbaar in het ambt dat hij het langste heeft vervuld: Vice-President van de Raad van State. Van alle publieke ambten die hij heeft bekleed, was dat het ambt voor de instandhouding en de waardigheid waarvan hij zich het meest direct en als het ware permanent verantwoordelijk voelde. Het ambt was hem toevertrouwd en moest na zijn ambtsperiode op tenminste gelijk niveau kunnen worden doorgegeven.

Terugkijkend heb ik wel eens het gevoel gekregen dat hij zich in dat ambt niet alleen volledig heeft ingeleefd, maar ook persoonlijk heeft weggecijferd. De Vice-President was de Raad van State; de Raad van State was de Vice-President. Na zijn aftreden kwam de persoon Scholten terug. Aan het beeld van een wat afstandelijke regent droeg ook bij zijn opvatting dat een Vice-President als adviseur van de Kroon zoveel mogelijk onzichtbaar moet blijven. Juist de wetenschap dat de adviseur niet naar buiten treedt, zal zijn gesprekspartners het gevoel geven: tegen die man kan je nog eens iets zeggen, zonder het direct terug te horen of uitgemeten te krijgen. Meer zichtbaar in de pers, zeker als het om een indringend medium als de televisie gaat, betekent al vlug minder bruikbaar als adviseur. Die terughoudendheid is ook een handicap voor de persoon. Er kunnen beelden ontstaan die niet met de werkelijkheid stroken, zoals ook uit de persberichten van de laatste dagen blijkt. Vice-President Scholten heeft die handicap aanvaard. Dat hoorde bij het ambt. Hij was een waarlijk adviseur, geen man van publiciteit. Als opvolger denk ik met bijzondere warmte terug aan de wijze waarop Willem Scholten mij na mijn benoeming en voorafgaande aan zijn vertrek heeft ingewerkt in zeven lange gesprekken. Toen bleek hoe persoonlijk, informeel en open hij in wezen was; hoe goed op de hoogte hij was van de interne verhoudingen, ook van verhoudingen waarvan staatsraden mij zeiden: "dat weet Willem niet". Hij kende de zwakke kanten van een organisatie op weg naar professionalisering en wat daaraan zou moeten gebeuren. Hij stimuleerde mij mijn eigen plan te trekken en, zoals hij zelf bij zijn aantreden beloofde, "niet te trachten anderen na te bootsen of slaafs te volgen". Als opvolger word je aangetrokken om het vooral anders te doen; geen kopie van je voorganger te zijn. Andere tijden, andere generatie, andere persoon.

Toen ik de laatste dagen de aantekeningen van mijn gesprekken met mijn voorganger nog eens doorlas, frappeerde mij echter hoeveel ik, met de ervaring van nu, in die gesprekken herken. Jammer dat ik hem dat niet heb kunnen vertellen. Dankbaar blijf ik hem, en Corrie voor de wijze waarop zij mij met Quintus hebben verwelkomd en waar dat nodig was samen geïntroduceerd. Ook dat was een voorbeeld van zijn opvatting over dit hoge ambt: je geeft het zo goed mogelijk door. Het zegt ook iets over Willem Scholten als persoon, een persoon die ik relatief weinig heb gekend. Toch heb ik een beeld van die persoonlijke kant; een beeld dat ik koester. Willem was lid van de Christelijk Historische Unie. Hij wàs in zekere zin Christelijk Historische Unie: levend vanuit het Woord, geïnteresseerd in de achtergronden van mensen, nooit vergetend waar hij zelf vandaan kwam en gericht op "heel het volk", de eenheid in de verscheidenheid. Zelf liet hij zich inspireren door de woorden op de koepel van de toren van de Grote of Lebuïnuskerk in Deventer, de stad die ons beiden zo dierbaar is: "Fide Deo, Vigila, Consule, Fortis age". In de vertaling van de Deventernaar Houck: "Op God den Heer vertrouwen, uit waakzame ogen schouwen, bezinnen voor beginnen en kloeke daden minnen". Willem Scholten staat voor mij in zekere zin symbool voor de eigenschappen die traditioneel de Nederlandse identiteit uitmaken: het besef op elkaar aangewezen te zijn, het streven naar het compromis in plaats van naar de confrontatie, reële tolerantie in het dagelijks leven, een egalitaire traditie, een sobere levensstijl, grote ruimte voor particulier initiatief en trouw aan het gezag. Willem Scholten kon zijn wie hij was en doen wat hij deed dankzij Corrie, zijn vrouw met wie hij meer dan 50 jaar getrouwd was. "Mijn Cor". Corrie was de vrouw van Willem. Ik zal mij Willem Scholten als persoon ook blijven herinneren als de man van Corrie. Haar wensen wij veel sterkte, in de wetenschap dat met het overlijden van Willem Scholten de band van Corrie met de Raad van State niet verbroken is, maar wat ons betreft wordt voortgezet.