Toespraak van vice-president van de Raad van State mr. J.P.H. Donner bij de Herdenking Kamp Amersfoort

Zondag 19 april 2015

    

Waarom herdenken

Zeventig jaren geleden gingen hier de poorten open en kwam een einde aan het regime van vrees, geweld en minachting van menselijk leven. Maar voorbij was het niet. De eerste dagen al helemaal niet. Wie voordien het kamp had willen ontvluchten vanwege het geweld binnen, vond er bescherming tegen oorlogsgeweld daarbuiten. Maar ook toen men wel weg kon, was het niet voorbij. Velen zijn in de dagen en jaren nadien voortijdig overleden vanwege ontberingen hier geleden, en tot hun sterfdag dragen degenen die het overleefden de littekens, trauma’s en herinneringen van wat zij hier ondergingen. Het was ook niet voorbij voor de gezinnen, familie en kennissen van degenen die niet terugkeerden. En evenmin was het voorbij voor onze samenleving; nog immer wordt zij geconfronteerd met gevolgen van wat er toen gebeurde en durven we maar met moeite het verleden van toen onder ogen te zien.

De enigen voor wie het echt voorbij was, waren zij die het niet hadden overleefd; degenen die we hier gedenken. We zijn bijeen om met hun nabestaanden de herinnering aan hen in ere te houden. We zijn bijeen om te herdenken met wie wel overleefde, om zo de last van de herinnering mede te dragen. Wij zijn bijeen om gezamenlijk te gedenken wat hier geschiedde; het leed, de angst en de vertwijfeling, en om te vieren dat het voorbij is.

Zeventig jaren na de bevrijding, zijn zij die de vrees, verschrikking en vernedering aan den lijve ondervonden, een steeds kleinere minderheid. Ook zij die daarvan weten uit directe overlevering, zijn inmiddels vrijwel allen met pensioen of overleden. Daarmee verdwijnen herinnering en overlevering. Is dat ook maar niet het beste? Moeten we niet vergeten en de verschrikking tot litteken en pijnlijke herinnering laten worden, om vooruit te kunnen? Blijven we met al dat herdenken niet vastzitten in een verleden dat we met afschuw herdenken, terwijl we de ogen sluiten voor de verantwoordelijkheden in onze tijd?

Vergeten, verzwijgen, het is geprobeerd. Wie de verschrikkingen aan den lijve ondervonden, hebben hun ervaring veelal verzwegen; om te vergeten en niet te hoeven herbeleven, soms uit schaamte, vaak uit vrees voor de herinnering. Maar meestal kon men uiteindelijk niet blijven zwijgen; omdat de beleving moet worden doorgegeven als waarschuwing om anderen gelijke beleving te besparen. Ook collectief hebben we getracht te vergeten, denkend dat herinneren een luxe was die we ons door omstandigheden van de tijd niet konden permitteren. Het is ons opgebroken. In onze tijd is er onder jonge generaties een hernieuwde belangstelling en worden soms pijnlijke vragen gesteld.

Want het verleden is niet voorbij door het te vergeten en niet over door er niet over te spreken. Dan blijft men zitten met een onverwerkt verleden dat we maar niet goed onder ogen durven te komen. We herdenken omdat het verleden niet voorbij is en vergeten geen oplossing biedt.

We moeten herdenken, maar niet om naar het verleden terug te zien, doch om de toekomst onder ogen te kunnen zien. Want het verleden gaat niet voorbij. De misdrijven die hier gepleegd werden, waren geen misdrijven van oorlog - zij hingen niet samen met het voeren van oorlog. Ze werden in Duitsland gepleegd lang voor er oorlog was en ze werden elders gepleegd los van oorlog. Het waren misdrijven van het verstand, van het menselijk vernuft en organisatievermogen in dienst van de verkeerde redeneringen; van een streven naar veiligheid door overheersing en vernietiging van wat minderwaardig en verkeerd was en niet paste in het eigen wereldbeeld. Een pervertering van het moderne denken dat zich niet gebonden denkt door enig gebod.

Wat hier zeventig jaren geleden in Amersfoort gebeurde, gebeurde in die maanden overal in Europa. Duizenden kwamen vrij uit verschrikkingen, vaak erger dan hier. Miljoenen bleven daarin achter. Amersfoort was slechts een Durchgangslager, een verdeelstation in de logistiek van een industrieel georganiseerde machine, gericht op onderdrukking en vernietiging van menselijk leven. Een plaats van verschrikking, vaak op de weg naar erger. Sinds we weten waartoe mensen in staat waren, is de wereld niet meer dezelfde. Geloof, hoop en vertrouwen in vooruitgang, in medemensen en in onszelf, zijn voor altijd daardoor getekend. Daarom is het niet voorbij; niet voor Europa, niet voor de wereld, niet voor ons. We zijn allen nabestaanden en overlevenden.

Het mag ook niet voorbij gaan. Zodra we denken dat dit verleden een afgesloten boek is, is het gevaar dat we het gaan herhalen, het grootst. Wat hier gebeurde mag niet tot litteken worden, maar moet ons tot permanente handicap dienen als we weer te veel gaan vertrouwen op onze redeneringen. Daarom moeten we blijven herdenken, ook lang nadat wie het hebben meegemaakt, zijn heengegaan.

En ook met dat herdenken moeten we oppassen. We herdenken graag met bewondering wat goed, heldhaftig en medemenselijk was. Het liefst identificeren we daarmee. We herdenken met afschuw de brute willekeur en het achteloos vertrappen van leven en veroordelen graag wat slecht was en zwart. Maar hoe meer het verleden van ons verwijderd is, des te meer lijkt het uitsluitend uit zwart en wit te bestaan. Dan dreigen we te vergeten dat het goede en heldhaftige de lichtpunten waren in een overwegend grijs en donker getint verleden waarin mensen vooral trachtten te overleven, door zich aan te passen en machteloos toe te zien bij leed en onrecht aan anderen. ´Nummers die een ziel hebben´, zo beschreef Wellenstein het leven in het kamp. De bevolking hier was een doorsnee van de Nederlandse bevolking. Alles wat de bezetter niet aanstond werd hier voor kortere of langere tijd samengebracht. Een plaats van wreedheid waar bij vlagen het beste in mensen aan moed en geestkracht werd vertoond. Maar waar vrijwel ieder in korte tijd primair op overleven gericht was.

We moeten de betoonde moed, geestkracht en medemenselijkheid met bewondering gedenken en de wreedheid met afschuw. Maar wij moeten ons vooral bewust zijn dat we erfgenaam zijn van ieder van die drie houdingen: de wreedheid en het geweld, de moed en de geestkracht, en de overlevingsdrang die gepaard gaat met bange onverschilligheid. Niemand weet welke eigenschappen bij hem zullen prevaleren als hij ooit in die situatie gebracht wordt. Niets wijst erop dat de uitkomst nu wezenlijk zou afwijken van het resultaat toen.

Kennis van de verschrikking en onderdrukking kan ons bewust maken van dilemma´s waar men voor kan komen te staan. We kunnen ons afvragen hoe we zelf gehandeld zouden hebben. Maar herdenken maakt geen helden; het dient ons vooral bewust te maken hoe onoplosbaar die dilemma´s en keuzen vaak waren. Wie het niet heeft meegemaakt, past grote terughoudendheid bij het oordelen over hoe anderen in uitzonderlijke omstandigheden handelden. Hij moet slechts dankbaar zijn nooit voor gelijke keuzen en beslissingen te zijn gesteld. Het is niet genoeg ons voor te nemen: dit nooit weer. Vraag is vooral: hoe voorkomen we dat wijzelf en anderen opnieuw in situaties komen waarin ons antwoord op die dilemma’s en keuzen op de proef zal worden gesteld?

Herdenken is daarom vooral doen; het is één dag stilstaan bij het verleden om de rest van het jaar te doen. Om ons dagelijks in te zetten voor een open en verdraagzame samenleving, voor solidariteit en voor een hechte Europese samenwerking. Dat waren de antwoorden die men in reactie op de verschrikkingen vond, als duurzaam weerwoord op de ideologie van geweld, terreur en overheersing. Die antwoorden mogen we niet wegdoen; betere hebben we niet. Maar ze vergen voortdurend onderhoud en versterking. Zeker in onze tijd, waarin radicalisering zich opnieuw dreigt te nestelen in de politiek; de gedachte dat een idee, een geloof of een persoon een antwoord biedt op alle vragen van samenleving, dat daarom aan ieder moet worden opgelegd. Een tijd waarin grote groepen mensen weer in de greep geraken van gevoelens van machteloosheid, slachtofferschap en vrees voor wat vreemd en onbekend is. Gevoelens die serieus genomen moeten worden. Maar wie ze gebruikt als voedingsbodem voor oplossingen die berusten op afsluiting, uitsluiting, onverdraagzaamheid en confrontatie, die speelt met vuur. Eerst trekt men zich terug achter nationale grenzen, dan trekt men zich terug achter verschillen binnen de samenleving om uiteindelijk zichzelf uitnemender te achten en anderen als minderwaardig weg te zetten. Zo dreigt de geschiedenis zich te gaan herhalen.

We moeten daarom de gedachtenis aan wat hier gebeurde, aan wie hier leden en aan wie het leven werd ontnomen, niet eren met monumenten van steen, maar door onszelf te wijden aan het behoud en de versterking van een open samenleving en medemenselijkheid, ingebed in een hecht Europees verband en internationale samenwerking. Zo herdenken we effectief.