Toespraak bij de Nationale herdenking bij het Indisch Monument op 15 augustus 2025
Toespraak Thom de Graaf, voorzitter Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945, bij het begin van de herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag op donderdag 15 augustus 2025.
Majesteit,
Wat is het fijn dat u vandaag aanwezig bent bij de Nationale Herdenking 15 augustus 1945. Wij herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog in het gehele toenmalige Koninkrijk der Nederlanden, precies tachtig jaar geleden, en alle slachtoffers die in en rond het toenmalige Nederlands-Indië, nu Indonesië, zijn gevallen.
Dat u straks een toespraak houdt, geeft aan deze editie van de Nationale Herdenking een bijzondere glans. Ik weet zeker dat ik spreek namens iedereen die in de familie een Indisch oorlogsverhaal heeft. Dat zijn meer dan twee miljoen Nederlanders.
Ik heet u allemaal, hier met duizenden op het veld bij het Indisch Monument, en met honderdduizenden thuis via televisie en livestream, van harte welkom.
Op vijf mei vierden wij de bevrijding van Nederland van de Duitse bezetting, tachtig jaar geleden. Maar de oorlog tegen Japan duurde toen nog meer dan drie maanden en eindigde pas na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. In die drie maanden en nog lang daarna stierven in de Indische archipel nog duizenden mensen, door uitputting, ziektes, ondervoeding en door buitensporig geweld.
Wij eren hier hen allemaal, en ook zij die in de voorafgaande jaren het leven lieten: Militairen en reservisten in de strijd, in de krijgsgevangenenkampen, op de transportschepen die werden getorpedeerd, en bij de dwangarbeid aan wegen en spoorwegen, zoals de Birma-Siam-lijn. Vrouwen, mannen en kinderen die geïnterneerd werden in kampen, Indische Nederlanders die vaak buiten de kampen bleven maar het daar niet redden, Molukkers, Chinezen, Papoea’s, de romusja’s, - Indonesische dwangarbeiders – en de vele Indonesiërs die door opzettelijk veroorzaakte hongersnood bezweken. En al degenen die het wel ternauwernood overleefden, maar getraumatiseerd waren en geen echte vrijheid ondervonden.
Zoveel Indisch leed. Dat verhaal kreeg men in Nederland nauwelijks mee. Hier had iedereen zijn eigen oorlog moeten verwerken, van bezetting tot verzet, van de hongerwinter tot de niet te bevatten Holocaust. In Nederlands-Indië, zo dacht men hier, had de zon tenminste nog geschenen. Wie terug of over kwam uit de Oost liep met zijn eigen verhaal maar liever niet te koop. Indisch zwijgen.
Bovendien, bevrijding en vrijheid waren in voormalig Nederlands-Indië ingewikkelde en relatieve begrippen. Veel Indonesiërs voelden zich bevrijd van het Nederlands koloniaal bestuur, maar leden ook onder de nietsontziende overheersing van het imperialistische Japan. En na de Japanse capitulatie heerste een gezagsvacuüm waarin velen hun leven niet zeker waren. Het kostte nog jaren van onderhandelingen en militair geweld voordat de koloniale tijd echt ten einde kwam. Vrijheid, moeten velen hebben gedacht, welke vrijheid?
Voor die context sluiten wij ook vandaag onze ogen niet. De geschiedenis kent vele facetten die wij moeten onderzoeken om er van te leren. Ook nu nog, juist nu.
Herdenken is niet, is nóóit waardenvrij.
Wij herdenken de doden en zij die het hebben meegemaakt, de eerste generatie hier op het veld en thuis. Wij herdenken om hen te eren maar ook om oorlogsagressie en onmenselijkheid te veroordelen. Toen in Nederlands-Indië. En nu in Oekraïne, in Gaza en op zoveel andere plekken in de wereld.
Ik wens u een waardige herdenking.
