Aanvullende procesregeling Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in verband met COVID-19-maatregelen


De uitzonderlijke situatie die in Nederland is ontstaan door het uitbreken van het coronavirus en de maatregelen die de Nederlandse regering heeft getroffen om verspreiding van het virus te voorkomen, maken het noodzakelijk dat de gerechten hun werkwijze ingrijpend aanpassen. Weliswaar worden vanaf 11 mei 2020 weer fysieke zittingen gehouden, maar het aantal zittingen is beperkt. Fysieke zittingen zijn tot een nader te bepalen moment niet of zeer beperkt mogelijk. Het horen van partijen kan worden vervangen door telefonisch of via beeldverbinding horen. Dit maakt een wijziging van de procesregelingen van de gerechten noodzakelijk. Deze wijziging is van tijdelijke aard.

Voor de rechtspraak staat de wijziging in de Algemene regeling zaaksbehandeling rechtspraak (www.rechtspraak.nl) en meer in het bijzonder in artikel 1.1. Voor de procesregelingen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) geldt onderstaande procesregeling. Daarin is verwerkt  - voor zover van toepassing  - het bepaalde in de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid (Stb. 2020/124); zie voor de inwerkingtreding het Koninklijk Besluit van 24 april 2020 (Stb. 2020/126).

Algemeen

Artikel I

  1. Deze procesregeling geldt als aanvulling op de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2014 (hierna: de Procesregeling 2014) en op het Procesreglement bestuursrecht 2017.
  2. De bepalingen in de in het eerste lid genoemde procesregelingen gelden onverkort, tenzij in deze aanvullende procesregeling daarvan wordt afgeweken.

Telehoren

Artikel II

  1. De Afdeling kan besluiten dat zij telefonisch of via een beeldverbinding hoort bij de inlichtingencomparitie als bedoeld in artikel 8:44, eerste lid, en bij de zittingen als bedoeld in artikel 8:18, eerste lid, of artikel 8:55, vierde lid, of artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
    Dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid, dat luidt als volgt:

    “Indien in verband met de uitbraak van COVID-19 in burgerlijke en bestuursrechtelijke gerechtelijke procedures het houden van een fysieke zitting niet mogelijk is, kan de mondelinge behandeling plaatsvinden door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel."

  2. De voorzieningenrechter van de Afdeling kan besluiten dat hij telefonisch of via een beeldverbinding hoort bij een zitting als bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb.
  3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid neemt de griffier contact op met partijen. In afwijking van artikel 19 van de Procesregeling 2014 kan de griffier in spoedeisende zaken de uitnodiging, met daarin instructies voor het telefonisch of via beeldverbinding horen, per e-mail aan partijen verzenden, indien zij hebben aangegeven dat zij per e-mail bereikbaar zijn.
  4. Partijen krijgen de gelegenheid om tot uiterlijk twee dagen voor aanvang van het telefonisch of via een beeldverbinding horen een pleitnota te e-mailen aan de griffie. Deze pleitnota bevat alleen de te geven mondelinge toelichting en geen andere schriftelijke bijlagen.

Fysieke zitting

Artikel III

  1. Indien de Afdeling beslist dat wel een mondelinge behandeling met fysieke aanwezigheid van de procespartijen en de overige procesdeelnemers plaatsvindt, zorgt de Afdeling ervoor dat deze personen het gebouw van de Raad van State en de zittingszaal kunnen betreden en in de zittingszaal kunnen plaatsnemen met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM.
  2. Informatie over de maatregelen in het gebouw van de Raad van State zijn te vinden op de website van de Raad van State.
  3. Personen die toegang verkrijgen tot het gebouw van de Raad van State dienen zich te houden aan de aanwijzingen van (beveiligings)medewerkers van de Raad van State.
  4. Het aantal personen (per partij) dat toegang krijgt tot een zittingszaal kan worden beperkt.
  5. Publiek is met ingang van 1 juli 2020 weer welkom in het gebouw en de zittingszaal. Het aantal plaatsen is beperkt. Voorafgaande aanmelding is vereist.
  6. De pers kan toestemming krijgen om fysiek bij een zitting of een openbaarmakingszitting aanwezig te zijn.

Herstel verzuim hoger beroep vreemdelingenzaken

Artikel IV

  1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 30 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid stelt de Afdeling voordat zij overgaat tot het niet-ontvankelijk verklaren van het hoger beroep op grond van artikel 85, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, de indiener in de gelegenheid het verzuim te herstellen binnen een door haar te stellen termijn, indien niet is voldaan aan artikel 85, eerste lid of tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het hoger beroep is ingesteld door Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

Publicatie en tijdsduur

Artikel V

  1. Deze procesregeling wordt gepubliceerd op www.raadvanstate.nl en treedt in werking op 1 juli 2020.
  2. Deze procesregeling geldt tot 1 september 2020 en kan daarna zo nodig worden verlengd.
  3. Deze procesregeling kan worden aangehaald als: aanvullende procesregeling Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in verband met COVID-19-maatregelen.