De Raad als bestuursrechter


Bestuursrechtspraak in cijfers

De Afdeling bestuursrechtspraak deed in 2017 ruim 12.800 zaken af. Dat zijn er ruim 1.860 meer dan in 2016. Zij heeft ruim 13.200 nieuwe zaken ontvangen. Dat zijn er ruim 1.500 meer dan het jaar daarvoor. In de Vreemdelingenkamer was er net als het jaar daarvoor een forse toename van de instroom (1.690 zaken meer dan in 2016). In de Ruimtelijke-ordeningskamer nam de instroom van zaken af en in de Algemene kamer nam deze iets toe. De Afdeling bestuursrechtspraak slaagt erin die hoge aantallen zaken snel af te doen, zeker in vergelijking met andere rechterlijke colleges. In 2017 was de gemiddelde doorlooptijd van zaken 17 weken. Uitgesplitst over de drie kamers van de Afdeling bestuursrechtspraak is het beeld: gemiddeld 28 weken in de Ruimtelijke-ordeningskamer, 8 weken in de Vreemdelingenkamer en 37 weken in de Algemene kamer. De Afdeling bestuursrechtspraak ziet hier scherp op toe, want naast kwaliteit zijn korte doorlooptijden van groot belang. Partijen hebben er belang bij dat zij snel duidelijkheid hebben.

Bestuursrechtspraak - inhoud

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in 2017 weer een groot aantal uitspraken gedaan die in de maatschappelijke belangstelling stonden. De meeste belangstelling ging uit naar de uitspraak in november 2017 over de gaswinning in Groningen. Ook de bekostiging van een nieuwe islamitische school in Amsterdam trok in de zomer veel aandacht. Vanaf de tweede helft van 2017 is er een sterke toename van beroepen tegen grote windmolenparken. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft inmiddels uitspraak gedaan in procedures over Windpark de Drentse Monden en Oostermoer, Windpark de Veenwieken, Windpark Spui en Windpark Bijvanck. Kenmerkend voor deze zaken zijn de grote aantallen bezwaarmakers, waaronder zowel milieu- als bewonersorganisaties als omwonenden. Van grote invloed op het werk op de Ruimtelijke-ordeningskamer is ook de stikstofproblematiek door intensieve veehouderijen, autoverkeer en industrie. De toepassing van het zogenoemde Programma Aanpak Stikstof speelt hierin een grote rol. In 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg of dit programma voldoet aan de eisen van de Europese Habitatrichtlijn.

Prejudiciële vragen

Ook en in het bijzonder de vreemdelingenrechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt sterk beïnvloed door 'Europa'; door de rechtspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg en van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De invloed van het Hof van Justitie is het meest direct als de Afdeling bestuursrechtspraak prejudiciële vragen moet stellen. Zij doet dan een tussenuitspraak (verwijzingsuitspraak genoemd) waarin zij de vragen aan het Hof van Justitie formuleert. In de einduitspraak is zij gebonden aan de antwoorden van het Hof van Justitie. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in 2017 in zeven zaken prejudiciële vragen gesteld. Dat is vaker dan ooit tevoren in een jaar. Het verplicht stellen van prejudiciële vragen kan voor een dilemma zorgen. De antwoorden laten enige tijd op zich wachten. De gemiddelde doorlooptijd bedroeg in 2017 ongeveer vijftien maanden. Zaken waarin dezelfde rechtsvragen spelen, worden in beginsel aangehouden. Niet alleen bij de Afdeling bestuursrechtspraak, maar ook bij de rechtbanken in eerste aanleg. De afhandeling van een groot aantal juridische procedures loopt zo aanzienlijke vertraging op.

Rechtseenheid

In 2017 zijn wederom goede resultaten geboekt bij het bereiken van meer rechtseenheid door de Commissie rechtseenheid bestuursrecht waarin de vier hoogste bestuursrechters in Nederland al zeven jaar intensief samenwerken. Naast de Afdeling bestuursrechtspraak zijn dat de Hoge Raad (belastingzaken), de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De bereikte rechtseenheid komt bijvoorbeeld tot uitdrukking als twee rechtscolleges (nagenoeg) gelijktijdig uitspraak doen over een rechtsvraag en daarbij een gelijkluidende motivering gebruiken. Dit was in 2017 het geval bij de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en de Centrale Raad van Beroep over de positie van deskundigen in de bestuursrechtelijke procedure.

Conclusie van staatsraad advocaat-generaal

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de mogelijkheid een conclusie te vragen aan een staatsraad advocaat-generaal. Zo'n conclusie biedt gelegenheid om een rechtsvraag in een breder verband te plaatsen dan alleen de concrete uitspraak zelf. In 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak tweemaal een conclusie gevraagd aan een staatsraad advocaat-generaal: over de exceptieve toetsing van regelgeving en over de bestuurlijke waarschuwing.

Amicus curiae

In 2017 introduceerde de Afdeling bestuursrechtspraak in deze zaken ook een instrument dat niet eerder in het bestuursrecht is toegepast: de figuur van de amicus curiae (letterlijk vertaald: vriend van de rechtbank). In de zaak over de bestuurlijke waarschuwing bijvoorbeeld bood de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak iedereen de mogelijkheid te reageren op de vragen die aan de staatsraad advocaat-generaal zijn gesteld. Dus ook anderen dan partijen die direct bij de zaak waren betrokken konden reageren. Via de website van de Raad van State konden deze 'meedenkers' binnen een bepaalde termijn een reactie indienen. De figuur van de amicus curiae kan ook gericht zijn op een selecte groep 'meedenkers' die de Afdeling bestuursrechtspraak benadert. De staatsraad advocaat-generaal houdt bij het nemen van de conclusie rekening met deze reacties.

Verder lezen?

Lees hier alles over de Raad van State als bestuursrechter.

De volledige tekst van het jaarverslag van de Raad van State over 2017 staat op jaarverslag.raadvanstate.nl.