Inspectie Leefomgeving en Transport zag opnieuw terecht af van optreden tegen Schiphol

Woensdag 27 juni 2018

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft er – net als in 2013 – terecht van afgezien om maatregelen te nemen tegen de luchthaven Schiphol vanwege geluidsoverlast. Dat staat in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (27 juni 2018). Een omwonende van de luchthaven had de ILT om de maatregelen gevraagd.

Volgens de omwonende voldoet Schiphol weliswaar aan de huidige wettelijke grenzen voor geluid, maar zijn die grenzen tussen 2008 en 2014 ten onrechte een aantal keer verruimd na herberekeningen door de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat. Daardoor is het aantal woningen rond Schiphol dat tot een bepaald geluidsniveau mag worden belast, volgens haar ten onrechte verhoogd. De ILT had Schiphol moeten houden aan de regels uit 2004, vindt de omwonende.

Herberekening toegestaan

Schiphol zou de regels overtreden als het beschermingsniveau van de omgeving van de luchthaven niet 'per saldo gelijkwaardig' is aan de situatie in 2004. De minister heeft bij opeenvolgende wijzigingen van het Luchthavenverkeersbesluit voor Schiphol met berekeningen onderbouwd dat het beschermingsniveau van de omgeving per saldo gelijkwaardig is. Bij die berekeningen is het aantal woningen dat tot een bepaald geluidsniveau wordt belast, geactualiseerd. Reden voor die actualisering is het toegenomen aantal woningen in de omgeving en een verbeterde modellering van de vliegroutes van en naar de luchthaven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt – in navolging van een eerdere uitspraak uit 2013 over een vergelijkbaar verzoek om maatregelen – dat deze actualisering van de grenswaarden voor de geluidbelasting door de minister is toegestaan. De ILT heeft haar beslissing om geen maatregelen te nemen daarom terecht gebaseerd op de geactualiseerde grenswaarden, in plaats van de grenswaarden uit 2004.

De omwonende vond de berekeningen van de minister niet juist en heeft een alternatieve berekening aan de Afdeling bestuursrechtspraak voorgelegd. Die alternatieve berekening is in de zaak uit 2013 ook ingediend. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt niet dat die berekening 'een betrouwbaardere weergave van milieueffecten is dan de door de minister gebruikte berekeningsmethode'. Daarom voldoet Schiphol aan de regels en hoefde de ILT, net als enkele jaren geleden, niet op te treden.

Eerdere uitspraak

Het is dus niet de eerste keer dat de Afdeling bestuursrechtspraak zich over de herberekeningen van de minister buigt. De Afdeling bestuursrechtspraak deed dat eerder al in mei 2013. Die uitspraak met zaaknummer 201111550/1 staat op de website van de Raad van State. De berekeningen die in de uitspraak van 27 juni 2018 aan de orde komen, zijn met hetzelfde model gemaakt als de berekeningen die in de uitspraak uit mei 2013 een rol speelden.

Lees hier de uitspraak met zaaknummer 201705158/1.