Windpark De Drentse Monden en Oostermoer mag worden aangelegd

Woensdag 21 februari 2018

Het inpassingsplan 'Windpark De Drentse Monden en Oostermoer' blijft in stand. De bezwaren tegen het inpassingsplan van de toenmalige ministers van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu en de daarbij behorende besluiten die het windpark mogelijk maken, zijn ongegrond. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag (21 februari 2018). Dat betekent dat het windpark met 45 windturbines in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn mag worden aangelegd.

Tegen het windpark in Drenthe bestaat veel weerstand. Omwonenden, bedrijven en belangenorganisaties zijn tegen de komst van de windturbines in het gebied. Volgens hen tasten die het Drentse landschap aan en zijn er geschikte alternatieve locaties voor het windpark. Daarnaast vrezen ze overlast. 

Draagvlak

Een belangrijk bezwaar van de omwonenden, ondernemers en belangenorganisaties is dat er geen draagvlak is voor de aanleg van het windpark. In de uitspraak van vandaag legt de Afdeling bestuursrechtspraak uit dat het ontbreken van draagvlak "op zichzelf niet betekent dat de ministers het inpassingsplan niet hadden mogen vaststellen." Er is geen wet die bepaalt dat een ruimtelijk plan een ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als daarvoor voldoende draagvlak bestaat. Bij projecten zoals dit windpark spelen veel belangen een rol. Het is aan de ministers om een afweging te maken tussen het "nationale belang van een duurzame energievoorziening en de belangen van de omwonenden".

De taak van de bestuursrechter

Het is niet de taak van de bestuursrechter om zijn eigen oordeel in de plaats te stellen van dat van de ministers, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. Dan zou hij zich namelijk op het politieke vlak begeven, terwijl het aan de ministers is om over hun besluit verantwoording af te leggen aan de Tweede en Eerste Kamer. De taak van de bestuursrechter is om te beoordelen of het besluit "berust op voldoende kennis over de relevante feiten en belangen" en goed is gemotiveerd. Ook moeten de nadelige gevolgen van het besluit in verhouding zijn met het doel van het besluit. De bezwaren die de omwonenden en organisaties naar voren brachten, leiden echter tot het oordeel dat het besluit voldoende is onderzocht en gemotiveerd. De besluiten om het windpark aan te kunnen leggen zijn daarom rechtmatig en blijven in stand.

Lees hier de volledige uitspraak met zaaknummers 201608423/1 en 201703826/1.