Afdeling bestuursrechtspraak vraagt conclusie over de bestuurlijke waarschuwing

Vrijdag 22 september 2017

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke waarschuwing.

De vraag of de schriftelijke, bestuurlijke waarschuwing een besluit is waartegen bezwaar en beroep mogelijk is, keert regelmatig terug in de rechtspraak van de hoogste bestuursrechters. Ook biedt de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak voor het eerst iedereen de mogelijkheid om te reageren op de vragen die aan de staatsraad advocaat-generaal zijn gesteld. Daarmee wordt de figuur van de amicus curiae in het bestuursrecht geïntroduceerd.

Besluitkarakter waarschuwing

Alleen tegen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kan bezwaar en beroep worden ingediend. Voor de vraag of er een bezwaar- en beroepsmogelijkheid is tegen een schriftelijke, bestuurlijke waarschuwing, is dus bepalend of deze waarschuwing een besluit is of niet.

Achtergrond

Het gaat in de zaak die nu bij de Afdeling bestuursrechtspraak speelt om een waarschuwing van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan een bedrijf dat het Arbeidsomstandighedenbesluit overtreedt. Het bedrijf is eerder tegen deze waarschuwing in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland. Naar het oordeel van de rechtbank is de schriftelijke waarschuwing geen besluit. Het bedrijf kon daartegen dan ook niet in beroep komen. Volgens het bedrijf heeft de waarschuwing echter wel rechtsgevolg, omdat de waarschuwing een voorwaarde is voor de minister om later een bevel te kunnen opleggen.

Verzoek aan staatsraad advocaat-generaal

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft staatsraad advocaat-generaal Widdershoven een aantal vragen voorgelegd. Zo wil de voorzitter weten welke omstandigheden van belang zijn voor de vraag of een waarschuwing een besluit is of niet. Een rol zou kunnen spelen of de waarschuwing een grondslag heeft in de wet of in een beleidsregel en of een voorafgaande waarschuwing noodzakelijk is om later verder bestuurlijk te kunnen optreden. Daarnaast vraagt de voorzitter de staatsraad advocaat-generaal bij het nemen van zijn conclusie rekening te houden met de jurisprudentie van alle hoogste bestuursrechters.

Reactiemogelijkheid voor ‘meedenkers’ (amici curiae)

In deze zaak biedt de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak iedereen de mogelijkheid te reageren op de vragen die aan de staatsraad advocaat-generaal zijn gesteld, dus ook anderen dan partijen die direct bij deze zaak zijn betrokken. Het is de eerste keer dat de Afdeling bestuursrechtspraak van dit instrument gebruikmaakt. Via de website van de Raad van State kunnen ‘meedenkers’ (zogenoemde amici curiae) binnen een bepaalde termijn een reactie indienen. De staatsraad advocaat-generaal zal bij het nemen van de conclusie rekening houden met deze reacties.

Verdere verloop van de procedure

De Afdeling bestuursrechtspraak zal de zaak met nummer 201607055/1 op vrijdag 10 november 2017 op een rechtszitting van een grote kamer behandelen. Een grote kamer bestaat uit vijf staatsraden. Uiterlijk zes weken na de dag van de rechtszitting neemt de staatsraad advocaat-generaal de conclusie. Partijen krijgen vervolgens twee weken de tijd om daarop te reageren. Hierna zal de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doen in deze zaak.

Nemen van een conclusie

De conclusie van de staatsraad advocaat-generaal geeft voorlichting aan de Afdeling bestuursrechtspraak, maar bindt haar niet. Met het nemen van een conclusie door de staatsraad advocaat-generaal wordt meer dan met de rechterlijke uitspraak zelf gelegenheid geboden om een rechtsvraag te plaatsen in een breder verband. De conclusie draagt bij aan de rechtseenheid en rechtsontwikkeling.