Verplicht Europees recht tot schorsende werking hoger beroep in asielzaken?

Woensdag 29 maart 2017

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag (29 maart 2017) het Hof van Justitie in Luxemburg zogenoemde prejudiciële vragen gesteld over de Europese Procedure- en de Terugkeerrichtlijn. De Afdeling bestuursrechtspraak wil weten of uit deze richtlijnen volgt dat een hoger beroep in een asielzaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak automatisch schorsende werking moet hebben.

Achtergrond

De Afdeling bestuursrechtspraak stelt de prejudiciële vragen in twee afzonderlijke zaken. De eerste zaak gaat over de weigering door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om aan twee Russische vreemdelingen een asielvergunning te verlenen. De tweede zaak gaat over het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om de huur- en zorgtoeslag terug te vorderen die een Irakese vreemdeling in 2012 heeft ontvangen. Volgens de Belastingdienst/Toeslagen had de man in 2012 geen rechtmatig verblijf meer in Nederland en had hij daarom geen recht op huur- en zorgtoeslag.

Nederlandse situatie

In de Nederlandse wet is niet geregeld dat het instellen van hoger beroep in asielzaken bij de Afdeling bestuursrechtspraak automatisch schorsende werking heeft. Schorsende werking is er alleen voor de procedure bij de rechtbank. Dat betekent dat een vreemdeling de behandeling van zijn beroep bij de rechtbank wel in Nederland mag afwachten, maar zijn hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak niet. De vreemdeling kan weliswaar in hoger beroep om een voorlopige voorziening vragen om zo uitzetting tijdens de procedure in hoger beroep te voorkomen, maar het is niet zo dat uitzetting automatisch achterwege blijft. Wel heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak in december 2016 geoordeeld dat hij vaker dan voorheen zal gaan bepalen dat een vreemdeling niet wordt uitgezet voordat is beslist op het hoger beroep dat door hem is ingesteld.

Prejudiciële vragen

De vraag in beide zaken is of het Europees recht voorschrijft dat het indienen van een hoger beroep in een asielzaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak automatische schorsende werking moet krijgen. Het gevolg daarvan is niet alleen dat een vreemdeling tijdens de periode dat zijn hoger beroep in behandeling is, rechtmatig in Nederland verblijft, maar ook dat hij aanspraak kan maken op toeslagen, zoals huur- en zorgtoeslag.

Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak bieden de beide Europese richtlijnen en de rechtspraak van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geen uitsluitsel. Daarom vraagt de Afdeling bestuursrechtspraak het Hof van Justitie nu om hierover duidelijkheid te bieden.

Schorsing behandeling

De Afdeling bestuursrechtspraak schorst de behandeling van beide zaken in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van deze zaken voortzetten en hierin uiteindelijk definitief uitspraak doen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft verder bepaald dat haar voorlopige voorziening in de asielzaak voortduurt, wat betekent dat de Russische vreemdelingen tijdens de procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak nog steeds niet mogen worden uitgezet.

Volledige tekst uitspraak

Lees de uitspraak met zaaknummer 201508668/1 (de toeslagzaak) en de uitspraak met zaaknummer 201609659/3 (de asielzaak).