Een vreemdeling kan in beroep gaan als zijn verzoek tot verblijf in Nederland wordt geweigerd. Vervolgens is hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mogelijk. Hoe verloopt deze procedure in de Vreemdelingenkamer van de Afdeling bestuursrechtspraak?

Verblijfsvergunning asiel

Om te komen tot een kortere asielprocedure voorziet de Vreemdelingenwet 2000 in één verblijfsvergunning voor elke asielzoeker die voor toelating in Nederland in aanmerking komt. Ieder die zo’n vergunning krijgt, heeft recht op dezelfde voorzieningen. Deze vergunning voor bepaalde tijd wordt voor vijf jaar verleend. Na het verstrijken van deze periode kan een aanvraag worden ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

Beroep en hoger beroep in asielzaken

Als de staatssecretaris van Justitie hun verzoek om toelating afwijst kunnen asielzoekers onder de Vreemdelingenwet 2000 direct beroep instellen bij de rechtbank te Den Haag (vreemdelingenkamer). Tegen een uitspraak van deze rechtbank of een van de tien nevenzittingsplaatsen, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Verblijfsvergunning regulier

Een vreemdeling kan ook op andere gronden dan asiel om toelating tot Nederland vragen, bijvoorbeeld om in Nederland te werken of om zich hier te herenigen met een familielid. De Vreemdelingenwet 2000 voorziet in een systeem dat eerst een vergunning voor bepaalde tijd wordt verleend. Aan deze vergunning wordt een beperking verbonden die samenhangt met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan. Na het verstrijken van deze periode kan een aanvraag worden ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

Bezwaar, beroep en hoger beroep in reguliere zaken

Vreemdelingen die op andere dan asielgronden om toelating verzoeken, kunnen tegen een afwijzende beslissing op hun verzoek wèl eerst bezwaar maken bij de staatssecretaris van Justitie. Tegen de beslissing van de staatssecretaris op het bezwaarschrift staat beroep open beroep bij de rechtbank te Den Haag (vreemdelingenkamer). Tegen een uitspraak van deze rechtbank of een van de tien nevenzittingsplaatsen, kan vervolgens nog hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vreemdelingen die een afwijzende beslissing op het verzoek om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf hebben ontvangen, kunnen bezwaar maken tegen die beslissing bij de minister van Buitenlandse Zaken. Tegen de beslissing van deze minister op het bezwaarschrift kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank te Den Haag (vreemdelingenkamer). Tegen een uitspraak van deze rechtbank of een van de tien nevenzittingsplaatsen, kan vervolgens nog hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Beslissing afwachten

De asielzoeker mag op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslissing op het beroep bij de rechtbank in beginsel wel in Nederland afwachten, maar de beslissing op het hoger beroep niet. Vreemdelingen die op andere dan asielgronden om toelating hebben verzocht, mogen in beginsel de beslissing op het beroep bij de rechtbank en op het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak niet in Nederland afwachten.

Beroep en hoger beroep in bewaringszaken

Een vreemdeling aan wie een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) is opgelegd, kan daartegen beroep instellen bij de rechtbank te Den Haag en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoger beroep kan niet worden ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank op een verzoek om toekenning van een schadevergoeding wegens het ten onrechte opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel. Tegen een beslissing over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel kan wel beroep worden ingesteld bij de rechtbank te Den Haag, maar geen hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor zogenoemde verlengingsbesluiten geldt dit niet.

De termijn om een hogerberoepschrift in te dienen

De termijn voor het instellen van hoger beroep is één óf vier weken. Dat hangt af van het soort vreemdelingenzaak. Voor asielzaken die niet in een aanmeldcentrum zijn afgedaan en reguliere zaken geldt een termijn van vier weken. Voor asielzaken die wel in een aanmeldcentrum zijn afgedaan en bewaringszaken geldt een termijn van één week. Deze termijnen staan in de wet. De termijn start op de dag nadat de rechtbank de uitspraak aan u heeft verzonden of digitaal ter beschikking heeft gesteld. Op de uitspraak staat een datum, zodat u zelf de termijn kunt uitrekenen. Deze termijn is heel belangrijk. Als u zich niet aan de termijn houdt, verspeelt u uw recht om hoger beroep in te stellen. Let dus goed op wat er in de uitspraak staat vermeld.

Incidenteel hoger beroep

Sinds juli 2013 bestaat het incidenteel hoger beroep. Een andere partij die bij uw zaak is betrokken en die aanvankelijk niet van plan was om in hoger beroep te gaan, kan dit na afloop van de beroepstermijn als reactie op uw hoger beroep alsnog doen. Met deze nieuwe wettelijke mogelijkheid is het instellen van hoger beroep dus niet geheel zonder risico. Doordat u hoger beroep instelt, geeft u uw wederpartij een ‘tegenaanvalswapen’ in handen. U kunt er door het incidenteel hoger beroep van uw wederpartij uiteindelijk ook op achteruit gaan. U doet er dus verstandig aan om een zorgvuldige afweging te maken van de kansen en risico’s van een hoger beroep. Het incidenteel hoger beroep geldt niet voor alle vreemdelingenzaken. In artikel 83c van de Vreemdelingenwet vindt u hierover meer informatie.

Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

Op 1 oktober 2009 is de 'Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen' in werking getreden. Deze wet biedt de mogelijkheid een bestuursorgaan in gebreke te stellen als het niet op tijd op uw aanvraag of bezwaar heeft beslist. Vanaf dat moment moet het bestuursorgaan automatisch een dwangsom gaan betalen. Als het bestuursorgaan twee weken na ontvangst van uw ingebrekestelling nog steeds geen besluit heeft genomen, heeft u recht op een dwangsom. Ook kunt u vanaf dat moment bij de rechtbank beroep instellen. Alleen tegen zaken waarin de rechtbank een zitting heeft gehouden kunt u in hoger beroep komen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. In de regel vindt de behandeling van uw hogerberoepschrift zonder zitting plaats. De Afdeling bestuursrechtspraak doet dan binnen acht weken na ontvangst van uw hogerberoepschrift een uitspraak. Wordt de zaak wel op zitting behandeld, dan doet de Afdeling bestuursrechtspraak binnen dertien weken een uitspraak.

In hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak

Onderaan de uitspraak van de rechtbank staat vermeld óf en waar u hoger beroep tegen die uitspraak kunt instellen.

Eisen aan het hoger beroep

De procedureregels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht en in de Vreemdelingenwet 2000 moeten nauwgezet worden gevolgd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de eis dat een afschrift van de uitspraak waartegen hoger beroep wordt ingesteld moet worden overgelegd en dat het hoger beroepschrift een of meer grieven moet bevatten die zijn gemotiveerd. Bij het niet volgen van deze procedureregels schrijft de Vreemdelingenwet 2000 voor dat een hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Zogenoemde verzuimen kunnen nog binnen een bepaalde termijn worden hersteld, maar dat geldt niet voor de grieven. Deze moeten meteen binnen de termijn die voor het hoger beroep geldt, worden ingediend.

Hoger beroep instellen per fax of via Digitaal loket kan ook, per e-mail niet

Het is mogelijk om beroep in te stellen per fax. Deze fax moet in alle opzichten voldoen aan de eisen die de Vreemdelingenwet 2000 aan het hoger beroep stelt. Vandaar dat een faxbericht de grieven tegen de uitspraak van de rechtbank én een motivering van deze grieven moet bevatten. Het faxbericht bevat ook de bijlagen bij het hoger beroepschrift, zoals een afschrift van de uitspraak van de rechtbank waartegen het hoger beroep zich richt.

De faxen worden verwerkt tijdens de reguliere openingstijden (08.30 uur - 17.00 uur). Dit betekent dat faxen die binnenkomen buiten de reguliere openingstijden pas gelezen en verwerkt worden op de eerstvolgende werkdag. Het faxnummer is 070 - 365 13 80. Daarnaast kunnen rechtzoekende burgers digitaal hoger beroep instellen via het Digitaal loket op deze website.

Het is niet mogelijk om per e-mail hoger beroep in te stellen.

Betalen van griffierecht

Voor het hoger beroep in asiel- en bewaringszaken hoeft u geen griffierecht te betalen. Voor het hoger beroep in de overige vreemdelingenzaken wel. Griffierecht is het bedrag dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in rekening brengt om uw hoger beroep in behandeling te kunnen nemen. De hoogte van dit bedrag is € 253 (was tot 1 januari 2018: € 250) voor natuurlijke personen (particulieren). Niet-natuurlijke personen (verenigingen, stichtingen, bedrijven, overheden) betalen een bedrag van € 508 (was tot 1 januari 2018: € 501).

U hoeft niet direct bij het indienen van het hogerberoepschrift het griffierecht te betalen. Binnen twee weken nadat u uw hogerberoepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak heeft ingediend, krijgt u een ontvangstbevestiging. Hierin staat vermeld hoe u dat bedrag kunt betalen en hoeveel tijd u daarvoor heeft.

Overgangsrecht

Voor de hogerberoepschriften die ná 1 januari 2018 zijn ontvangen en die gericht zijn tegen dezelfde uitspraak als waartegen in 2017 al een ander hogerberoepschrift is binnengekomen, gelden nog de lagere bedragen.

Betalingsonmacht

Bent u van mening dat u het griffierecht niet kunt betalen, dan kunt u een beroep doen op 'betalingsonmacht'. Daarvoor gelden strenge criteria: het netto-inkomen van u en uw eventuele fiscale partner is lager dan 90% van een bijstandsuitkering van een alleenstaande én u hebt beiden geen vermogen waaruit u het griffierecht kunt betalen. Als u aan deze criteria voldoet, dan meldt u dit zo snel als mogelijk aan de Afdeling bestuursrechtspraak, bij voorkeur al in het hogerberoepschrift.

Rekening-courant voor griffierecht

Advocaten die maandelijks meerdere zaken indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak, kunnen verzoeken om een rekening-courantsysteem, waarbij tevoren een vast bedrag wordt gestort. Hiervan kan de Raad van State telkens het griffierecht afschrijven. Voor inlichtingen hierover kunt u contact opnemen met de afdeling Financiële Zaken van de Raad van State (tel: 070-426 48 19).

Zaken met zeer grote spoed

Wilt u een verzoek om voorlopige voorziening indienen dat niet kan wachten op de reguliere openingstijden van de Raad van State, dan dient u contact op te nemen met het algemene telefoonnummer van de Raad van State. Dit nummer is: 070 – 426 44 26.

Let op: faxen worden alleen verwerkt tijdens reguliere openingstijden. Als daarbuiten een fax wordt ingediend, zonder dat daarover eerst telefonisch contact is opgenomen met de Raad van State, wordt de zaak pas de volgende ochtend in volgorde van binnenkomst verwerkt. Ditzelfde geldt voor verzoeken om voorlopige voorzieningen die via het Digitaal loket worden ingediend.

Zittingen

Niet alle vreemdelingenzaken worden op een rechtszitting behandeld. Als zaken wel op een zitting worden behandeld, dan vindt deze plaats in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk 22 in Den Haag. In de rubriek Contact vindt u een routebeschrijving. Alle zittingen zijn openbaar. In alle zittingszalen is een infrarode voorziening voor slechthorenden aanwezig is. Met behulp van een zogenoemde halslus kunnen slechthorenden de zitting goed volgen. U kunt bij de receptiebalie van het zittingsgebouw aan de Kneuterdijk naar de halslus vragen.

Duur van een beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak

De wettelijke termijn voor de afdoening van hogerberoepschriften is maximaal 23 weken. Maar afhankelijk van het soort zaak kan de termijn waarbinnen uitspraak wordt gedaan, aanzienlijk korter zijn. Dit geldt in het bijzonder voor bewaringszaken en de zogenoemde AA-zaken (Algemene Asiel-zaken). Een uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening wordt in het algemeen binnen vijf weken gedaan. Indien dit noodzakelijk is, kan een uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening echter binnen enkele uren worden gedaan.

Proceskosten

Bepaalde kosten die u heeft moeten maken tijdens de procedure, kunt u vergoed krijgen als uw hoger beroep gegrond wordt verklaard. Bent u voor een rechtszitting uitgenodigd en wilt u in aanmerking komen voor vergoeding van proceskosten, dan kunt u hier een proceskostenformulier downloaden. Op de dag van de rechtszitting geeft u het ingevulde formulier vóór de zitting af bij de inschrijfbalie. Vergeet dit niet te doen! Zodra de zitting voorbij is, wordt het dossier gesloten en kunnen er geen stukken meer aan worden toegevoegd. Dat geldt ook voor het proceskostenformulier. Als u niet over internet of een printer beschikt, kunt u het formulier telefonisch opvragen bij de behandelend ambtenaar in uw zaak. Deze stuurt u dan het formulier per post toe.

De uitspraak

Procespartijen krijgen de uitspraak automatisch en kosteloos toegezonden. In spoedzaken kan de Raad van State de uitspraak aan partijen faxen. De zogenoemde uitgeschreven uitspraken worden gepubliceerd op deze website. Uitspraken die slechts een standaardformulering bevatten worden niet gepubliceerd op deze website. Het gaat dan om uitspraken die op grond van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet zijn afgedaan.

E-mailservice

Wilt u op de hoogte worden gehouden wanneer de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in uw zaak? Maak dan gebruik van de e-mailservice, waar u uw e-mailadres en het zaaknummer kunt invullen. Deze service werkt alleen voor hoofdzaken van de Vreemdelingenkamer waarvan het zaaknummer op 'V6' eindigt (Wet arbeid vreemdelingen, inburgering, remigratie en naturalisatie). U krijgt te zijner tijd automatisch een e-mail met de aankondiging van de datum van de uitspraak. Het systeem reageert alleen op nummers van zaken die op een rechtszitting worden behandeld en waarvan de zittingsdatum al bekend is.

Procesregeling

Deze regeling beschrijft de uitgangspunten van de Afdeling bestuursrechtspraak bij de behandeling van vreemdelingenzaken. Lees meer

Wrakingsregeling

Wraking betekent dat een van de partijen van mening is dat een rechter in een bepaalde zaak niet objectief is en dat een andere rechter de zaak moet behandelen. De Raad van State heeft een regeling om met verzoeken tot wraking om te gaan. Lees meer

Klachtenregeling Afdeling bestuursrechtspraak

In de klachtenregeling is geregeld hoe u een klacht kunt indienen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak. Een klacht kan bijvoorbeeld gaan over een vermeende incorrecte behandeling door een lid van de Afdeling bestuursrechtspraak. Een klacht kan geen betrekking hebben op de inhoud van een uitspraak. Lees meer

Regeling werkzaamheden

Deze regeling bevat een nadere invulling van de werkzaamheden van de Afdeling bestuursrechtspraak en de verdeling van de zaken over de verschillende kamers. Lees meer