De Algemene kamer (hoger beroep) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt de hoger beroepen tegen een uitspraak van een rechtbank (sector bestuursrecht). Personen of organisaties kunnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak in hoger beroep komen tegen zo'n uitspraak. Hoe deze procedure verloopt, leest u hier.

In hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak

Onderaan de uitspraak van de rechtbank staat vermeld óf en waar u hoger beroep tegen die uitspraak kunt instellen.

De manier om hoger beroep in te stellen: per brief, per fax, via Digitaal loket, maar niet per e-mail

U stelt hoger beroep in door een brief te sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In die brief vermeldt u naam en adres, de datum, de omschrijving van de uitspraak waarmee u het niet eens bent én waarom u het niet eens bent met die uitspraak. U stuurt een kopie van deze uitspraak van de rechtbank met het hogerberoepschrift mee. U ondertekent de brief en stuurt deze naar het postadres van de Raad van State (zie onder 'Contact'). U kunt uw hogerberoepschrift eventueel ook per fax indienen. Eventuele bijlagen kunt u per gewone post nazenden. Daarnaast kunnen rechtzoekende burgers digitaal hoger beroep instellen via het Digitaal loket op deze website. Hoger beroep instellen per e-mail is daarentegen niet mogelijk.

De termijn om een hogerberoepschrift in te dienen

De termijn voor het instellen van hoger beroep is zes weken. Deze termijn staat in de wet. De termijn start op de dag nadat de rechtbank de uitspraak aan u heeft verzonden. Op de uitspraak staat een verzenddatum, zodat u zelf de termijn kunt uitrekenen. Deze termijn is heel belangrijk. Als u zich niet aan de termijn houdt, verspeelt u uw recht om hoger beroep in te stellen. Let dus goed op wat er in de uitspraak staat vermeld. U kunt ook binnen de termijn van zes weken een 'pro forma' hogerberoepschrift indienen en de nadere gronden (de motivering van uw beroep) later opsturen. U krijgt daarvoor van de Raad van State een termijn. Deze staat in de ontvangstbevestiging die u van de Raad van State krijgt.

Incidenteel hoger beroep

Sinds juli 2013 bestaat het incidenteel hoger beroep. Een andere partij die bij uw zaak is betrokken en die aanvankelijk niet van plan was om in hoger beroep te gaan, kan dit na afloop van de beroepstermijn als reactie op uw hoger beroep alsnog doen. Met deze nieuwe wettelijke mogelijkheid is het instellen van hoger beroep dus niet geheel zonder risico. Doordat u hoger beroep instelt, geeft u uw wederpartij een ‘tegenaanvalswapen’ in handen. U kunt er door het incidenteel hoger beroep van uw wederpartij uiteindelijk ook op achteruit gaan. U doet er dus verstandig aan om een zorgvuldige afweging te maken van de kansen en risico’s van een hoger beroep.

Crisis- en herstelwet: informatie en procesregels

Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet in werking getreden. Deze wet is van toepassing op gebiedsontwikkelingsplannen of projectuitvoeringsbesluiten die in de wet worden genoemd. De wet is ook van toepassing op besluiten die nodig zijn voor één van de specifieke projecten die in de Crisis- en herstelwet staan. Dit kunnen heel verschillende besluiten zijn, zoals besluiten over bestemmingsplannen, ontheffingen en omgevingsvergunningen voor milieu, bouwen of kappen. Het kan zijn dat de Crisis- en herstelwet op uw zaak van toepassing is. De Raad van State beoordeelt dit bij binnenkomst van een beroepschrift aan de hand van de rechtsmiddelenvoorlichting, de publicatie of de bekendmaking van het besluit. Wanneer de Crisis- en herstelwet van toepassing is, deelt de Raad van State dit mee aan de indiener van het beroepschrift en aan het bestuursorgaan. Dit heeft gevolgen voor de procesregels die op uw beroepsprocedure van toepassing zijn. In de Crisis- en herstelwet staan namelijk andere procesregels voor de behandeling van dergelijke beroepszaken dan gebruikelijk.

  • Alle beroepsgronden moeten binnen de beroepstermijn bekend zijn. Het is niet toegestaan buiten de termijn nog (aanvullende) beroepsgronden aan te voeren.
  • De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is verplicht de zaak versneld te behandelen. Verder moet de Raad van State binnen zesentwintig weken na afloop van de beroepstermijn uitspraak doen. Daarom gelden voor een aantal stappen in de procedure kortere termijnen dan gebruikelijk:
    - De indiener van het hogerberoepschrift krijgt drie weken om verzuimen bij het indienen van het beroepschrift te herstellen en om griffierecht te betalen.
    - De rechtbank krijgt één week om de stukken toe te zenden die op de zaak betrekking hebben. De Raad van State zal direct na ontvangst van het beroepschrift de rechtbank verzoeken de stukken toe te zenden.
    - Het bestuursorgaan krijgt twee weken om een verweerschrift in te dienen. Direct na afloop van de beroepstermijn zal de Raad van State het bestuursorgaan alle ingediende beroepschriften toezenden en tegelijkertijd verzoeken om een verweerschrift in te dienen.
  • Deze termijnen gaan in op de dag dat de Raad van State schriftelijk heeft verzocht het verzuim te herstellen, griffierecht te betalen, stukken toe te zenden en een verweerschrift in te dienen.

Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

Op 1 oktober 2009 is de 'Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen' in werking getreden. Deze wet biedt de mogelijkheid een bestuursorgaan in gebreke te stellen als het niet op tijd op uw aanvraag of bezwaar heeft beslist. Vanaf dat moment moet het bestuursorgaan automatisch een dwangsom gaan betalen. Als het bestuursorgaan twee weken na ontvangst van uw ingebrekestelling nog steeds geen besluit heeft genomen, heeft u recht op een dwangsom. Ook kunt u vanaf dat moment bij de rechtbank beroep instellen. Alleen tegen zaken waarin de rechtbank een zitting heeft gehouden kunt u in hoger beroep komen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. In de regel vindt de behandeling van uw hogerberoepschrift zonder zitting plaats. De Afdeling bestuursrechtspraak doet dan binnen acht weken na ontvangst van uw hogerberoepschrift een uitspraak. Wordt de zaak wel op zitting behandeld, dan doet de Afdeling bestuursrechtspraak binnen dertien weken een uitspraak.

Betalen van griffierecht

Om uw hoger beroep in behandeling te kunnen nemen, moet u een bedrag betalen. Dit bedrag wordt griffierecht genoemd. Voor hogerberoepszaken die in de Algemene kamer worden behandeld, geldt voor natuurlijke personen (particulieren) een tarief van € 250. Niet-natuurlijke personen (verenigingen, stichtingen, bedrijven, overheden) betalen een bedrag van € 501.

Voor een aantal procedures gelden afwijkende tarieven. Het gaat om procedures die betrekking hebben op een bestuurlijke boete van maximaal € 340 of op een besluit waarbij de kosten van bestuursdwang op ten hoogste € 340 zijn vastgesteld. De afwijkende tarieven gelden ook voor procedures die betrekking hebben op de Wet op de huurtoeslag of de Wet op de rechtsbijstand. Als het hoger beroep is ingesteld door of op naam van een individuele burger is het bedrag € 124; als een rechtsbijstandverlener (bijvoorbeeld een advocaat) op eigen naam hoger beroep instelt, bedraagt het griffierecht € 250.

U hoeft niet direct bij het indienen van het hogerberoepschrift het griffierecht te betalen. Binnen twee weken nadat u uw hogerberoepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak heeft ingediend, krijgt u een ontvangstbevestiging. Hierin staat vermeld hoe u dat bedrag kunt betalen en hoeveel tijd u daarvoor heeft.

Betalingsonmacht

Bent u van mening dat u het griffierecht niet kunt betalen, dan kunt u een beroep doen op 'betalingsonmacht'. Daarvoor gelden strenge criteria: het netto-inkomen van u en uw eventuele fiscale partner is lager dan 90% van een bijstandsuitkering van een alleenstaande én u hebt beiden geen vermogen waaruit u het griffierecht kunt betalen. Als u aan deze criteria voldoet, dan meldt u dit zo snel als mogelijk aan de Afdeling bestuursrechtspraak, bij voorkeur al in het hogerberoepschrift.

Rekening-courant voor griffierecht

Advocaten en personen die maandelijks meerdere zaken indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak, kunnen verzoeken om een rekening-courantsysteem, waarbij tevoren een vast bedrag wordt gestort. Hiervan kan de Raad van State telkens het griffierecht afschrijven. Voor inlichtingen hierover kunt u contact opnemen met de afdeling Financiële Zaken van de Raad van State (tel: 070 - 426 48 19).

Statutenregister voor rechtspersonen

Rechtspersonen (verenigingen, stichtingen, B.V.’s) die regelmatig bij de Afdeling bestuursrechtspraak procederen, kunnen hun statuten deponeren bij de Raad van State. Zo kan de Afdeling bestuursrechtspraak beoordelen of een rechtspersoon belanghebbende is en wie bevoegd is namens de rechtspersoon te handelen. U kunt uw statuten opsturen naar het secretariaat van de directie Bestuursrechtspraak.

Advocaat is niet verplicht

U bent niet verplicht een advocaat of een juridisch adviseur in te schakelen voor een procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Het mag natuurlijk wel.

Opgeven van verhinderdata voor een rechtszitting

Als het zogenoemde vooronderzoek is afgelopen en het dossier is gevormd, krijgt u een brief van de Afdeling bestuursrechtspraak waarbij u wordt uitgenodigd om verhinderdata op te geven. In deze brief zal staan dat uw zaak waarschijnlijk op een rechtszitting zal worden behandeld en dat het streven is om deze zitting de komende vier maanden te laten plaatsvinden. Als u of uw advocaat al weet op welke dag(en) u in die periode niet op een zitting in Den Haag kunt verschijnen, dan kunt u dit door middel van een brief aan de Afdeling bestuursrechtspraak doorgeven. De Afdeling bestuursrechtspraak kan hiermee dan rekening houden bij het bepalen van de zittingsdatum. Dit betekent niet dat verzoeken van partijen altijd worden gehonoreerd. Bij het bepalen van een zittingsdatum kunnen andere factoren, zoals een snelle voortgang van de zaak of belangen van andere partijen, doorslaggevend zijn. Wanneer er veel partijen bij een zaak zijn betrokken, krijgt u geen brief waar u om verhinderdata wordt gevraagd. Het is organisatorisch helaas niet mogelijk om een zittingsdatum op zo’n grote groep af te stemmen.

Stukken indienen tot tien dagen voor rechtszitting

Tot tien dagen vóór de rechtszitting kunnen partijen nog stukken indienen als zij dat willen. Dit betekent dat de Raad van State de stukken uiterlijk op de elfde dag vóór de rechtszitting moet hebben ontvangen. Deze termijn wordt strikt gehanteerd. Bij deze termijn is het goed om rekening te houden met de eventuele postbezorging via PostNL. Poststukken die op vrijdagavond of in het weekend in de brievenbus zijn gedeponeerd, worden niet eerder dan op dinsdag bij de Raad van State bezorgd. De Afdeling bestuursrechtspraak zorgt ervoor dat de andere partij(en) een kopie krijgen toegestuurd van de stukken die op tijd zijn ingediend.

Rechtszittingen van de Afdeling bestuursrechtspraak

In veel procedures wordt een rechtszitting gehouden. Tijdens een zitting stellen de staatsraden (de rechters) vragen aan partijen en kunnen partijen hun standpunten verduidelijken. Het stellen van vragen door de Afdeling bestuursrechtspraak staat op de zitting centraal. Partijen die daar prijs op stellen, hebben de mogelijkheid om aan het begin van de zitting een korte uiteenzetting te geven van hoogstens vijf minuten. Langere pleitnota's worden niet ingenomen. De voorzitter kan echter in de gegeven omstandigheden bepalen dat van deze algemene lijn wordt afgeweken. Vooral in grote zaken kan de Afdeling bestuursrechtspraak in verband met een efficiënt verloop van de rechtszitting beginnen met het stellen van vragen waarna partijen nog de gelegenheid krijgen voor een kort pleidooi. Er zijn enkelvoudige zittingen (met één rechter) en meervoudige zittingen (met drie rechters). In het laatste geval zit de voorzitter in het midden en de twee andere leden van de Afdeling bestuursrechtspraak aan weerszijden van de voorzitter. De leden van de Afdeling bestuursrechtspraak zijn al in de zaal aanwezig als u de zaal binnenkomt. Enkelvoudige zittingen duren gemiddeld een half uur en meervoudige zittingen duren gemiddeld drie kwartier. Heel grote zaken met veel partijen nemen meer tijd in beslag (soms twee dagen), omdat tientallen beroepen dan gecombineerd worden behandeld. Rechtszittingen vinden plaats op alle werkdagen van de week. Gemiddeld worden op zittingen vier tot zes zaken behandeld. Als uw zaak op zitting wordt behandeld, ontvangt u hiervoor ten minste zes weken voor de zittingsdatum een uitnodiging. In de uitnodiging staat beschreven hoe de Afdeling bestuursrechtspraak de zaak op de zitting behandelt. Partijen wordt aangeraden deze brief zorgvuldig te lezen vóór de zitting. Alle zittingen vinden plaats in het gebouw van de Raad van State aan de Kneuterdijk 22 te Den Haag. In de rubriek Contact vindt u een routebeschrijving. In alle zittingszalen is een infrarode voorziening voor slechthorenden aanwezig is. Met behulp van een zogenoemde halslus kunnen slechthorenden de zitting goed volgen. U kunt bij de receptiebalie van het zittingsgebouw aan de Kneuterdijk naar de halslus vragen.

Proceskosten

Bepaalde kosten die u heeft moeten maken tijdens de procedure, kunt u vergoed krijgen als uw beroep gegrond wordt verklaard. Wilt u in aanmerking komen voor vergoeding van proceskosten, dan kunt u hier een proceskostenformulier downloaden. Op de dag van de rechtszitting geeft u het ingevulde formulier vóór de zitting af bij de inschrijfbalie. Vergeet dit niet te doen! Zodra de zitting voorbij is, wordt het dossier gesloten en kunnen er geen stukken meer aan worden toegevoegd. Dat geldt ook voor het proceskostenformulier. Als u niet over internet of een printer beschikt, kunt u het formulier telefonisch opvragen bij de behandelend ambtenaar in uw zaak. Deze stuurt u dan het formulier per post toe.

De uitspraak

De Afdeling bestuursrechtspraak streeft ernaar om binnen zes weken na een rechtszitting uitspraak te doen. Mocht er meer tijd nodig zijn, dan krijgt u bericht dat deze termijn nog eens met zes weken wordt verlengd. Procespartijen krijgen de uitspraak automatisch en kosteloos toegezonden.

E-mailservice

Wilt u op de hoogte worden gehouden wanneer de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in uw zaak? Maak dan gebruik van de e-mailservice, waar u uw e-mailadres en het zaaknummer kunt invullen. U krijgt te zijner tijd automatisch een e-mail met de aankondiging van de datum van de uitspraak. Het systeem reageert alleen op nummers van zaken die op een rechtszitting worden behandeld en waarvan de zittingsdatum al bekend is.

Openbaarheid van een uitspraak

De Afdeling bestuursrechtspraak maakt uitspraken in hoofdzaken op een woensdag in een speciale zitting openbaar. Op dat moment kunt u de uitspraak ook direct met volledige tekst lezen op de website van de Raad van State. Hoe dat in zijn werk gaat, kunt u lezen in de rubriek Actuele uitspraken.

De inhoud van een uitspraak

Verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep ongegrond, dan blijft de uitspraak van de rechtbank van kracht. Is het hoger beroep geheel of gedeeltelijk gegrond, dan blijft de uitspraak van de rechtbank niet in stand. De Afdeling bestuursrechtspraak kan een hoger beroep ook niet-ontvankelijk verklaren als het hogerberoepschrift bijvoorbeeld te laat is ingediend of als het griffierecht niet of te laat is betaald. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd, als blijkt dat het hogerberoepschrift bij een andere rechter had moeten worden ingediend.

Tussenuitspraak

Voordat de Afdeling bestuursrechtspraak een definitieve uitspraak doet in uw zaak kan zij een zogenoemde tussenuitspraak doen. De Afdeling bestuursrechtspraak kan in een tussenuitspraak het bestuursorgaan de opdracht geven een gebrek in het besluit te herstellen. In een tussenuitspraak geeft de Afdeling bestuursrechtspraak het bestuursorgaan hiervoor een termijn.

Geen hoger beroep mogelijk tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de hoogste bestuursrechter van het land. Tegen haar uitspraken is geen hoger beroep meer mogelijk.

Duur van een hogerberoepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak

De Afdeling bestuursrechtspraak hanteert als norm dat zij binnen veertig weken na ontvangst van het
hogerberoepschrift uitspraak doet. Dat lijkt een lange periode, maar in het begin van de procedure moeten partijen de mogelijkheid krijgen stukken in te sturen en schriftelijk op elkaars stukken te reageren. Daar is enige tijd mee gemoeid. Daarna vindt intern de juridische en inhoudelijke voorbereiding van de zaak plaats en wordt gekeken wanneer de 'zaak op de rol' kan worden geplaatst. Ook dat duurt enige tijd. Na de zitting moet de beslissing nog worden uitgewerkt in een uitspraak.

Verzoek om voorlopige voorziening

Een verzoek om voorlopige voorziening is te vergelijken met het kort geding bij de burgerlijke rechter. Een uitspraak op een hogerberoepschrift kan enige tijd op zich laten wachten. Om te voorkomen dat zich in de tussentijd onherstelbare gevolgen voordoen, kunt u gedurende de hogerberoepsprocedure verzoeken de uitspraak van de rechtbank te schorsen. Voorwaarde voor toewijzing van zo'n verzoek is dat er 'onverwijlde spoed' is. Een uitspraak in een voorlopige voorziening is een voorlopige uitspraak, die meestal geldt totdat de Afdeling bestuursrechtspraak de definitieve uitspraak (in de hoofdzaak) heeft gedaan.

De manier om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen

U kunt een verzoek om voorlopige voorziening tegelijk met het hogerberoepschrift indienen. Vermeldt u dan wel duidelijk dat u beide doet. U kunt een verzoek om voorlopige voorziening ook later in de hogerberoepsprocedure indienen. Voor het indienen van een voorlopige voorziening betaalt u hetzelfde bedrag aan griffierecht.

Zaken met zeer grote spoed

Wilt u een verzoek om voorlopige voorziening indienen dat niet kan wachten op de reguliere openingstijden van de Raad van State, dan is het algemene telefoonnummer van de Raad van State 24 uur per dag bereikbaar. Dit nummer is: 070 – 426 44 26. Dit geldt niet voor het faxnummer. Faxen worden alleen verwerkt tijdens de reguliere openingstijden.

Zitting en uitspraak in voorlopige voorziening

Voorlopige voorzieningen kunnen ook op een zitting worden behandeld. Vanwege de spoedeisendheid behandelt de Afdeling bestuursrechtspraak deze zaken op korte termijn. Gemiddeld kunt u binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek een voorlopige uitspraak verwachten. Deze uitspraken kunnen elke werkdag van de week openbaar worden gemaakt. Op de dag van openbaarmaking kunt u de voorlopige uitspraak direct met volledige tekst lezen op de website van de Raad van State. Hoe dat in zijn werk gaat, kunt u lezen in de rubriek Actuele uitspraken.

Procesregeling

Deze regeling beschrijft de uitgangspunten van de Afdeling bestuursrechtspraak bij de behandeling van zaken. Lees meer

Wrakingsregeling

Wraking betekent dat een van de partijen van mening is dat een rechter in een bepaalde zaak niet objectief is en dat een andere rechter de zaak moet behandelen. De Raad van State heeft een regeling om met verzoeken tot wraking om te gaan. Lees meer

Klachtenregeling Afdeling bestuursrechtspraak

In de klachtenregeling is geregeld hoe u een klacht kunt indienen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak. Een klacht kan bijvoorbeeld gaan over een vermeende incorrecte behandeling door een lid van de Afdeling bestuursrechtspraak. Een klacht kan geen betrekking hebben op de inhoud van een uitspraak. Lees meer

Regeling verdeling zaken

Deze regeling bevat een nadere invulling van de werkzaamheden van de Afdeling bestuursrechtspraak en de verdeling van de zaken over de verschillende kamers. Lees meer