De Wet op de Raad van State bepaalt dat de Raad zijn interne organisatie en werkwijze grotendeels zelf kan bepalen. De Regeling werkzaamheden werkt organisatie en werkwijze uit. Met de wijziging van de Wet op de Raad van State op 1 september 2010 is ook de Regeling werkzaamheden gewijzigd.

§ 1 Algemeen

Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Afdeling: de Afdeling advisering van de Raad van State;
voorzitter: de voorzitter van de Afdeling;
leden van de Afdeling: de leden van de Raad, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst die benoemd zijn in de Afdeling;
directeur Advisering: de directeur van de directie Advisering van de Raad van State.

§ 2 De werkzaamheden van de Afdeling advisering

Artikel 2
1. De Afdeling vergadert als regel één maal per week.
2. De voorzitter roept, indien hij dat nodig acht of daarom door één vierde van het aantal leden van de Afdeling schriftelijk met opgaaf van redenen is verzocht, de Afdeling in buitengewone vergadering bijeen.
3. De oproeping voor deze vergadering vermeldt, tenzij de zaak geheimhouding eist, het in de vergadering te behandelen onderwerp.
4. De bij de Afdeling aanhangig gemaakte zaken worden, zodra deze zijn ontvangen, toegezonden aan de leden van de Afdeling.

Artikel 3
De leden van de Afdeling nemen zitting naar rang van benoeming.

Artikel 4
De directeur Advisering woont de vergaderingen van de Afdeling bij. In geval van verhindering wordt hij vervangen door een door de voorzitter aangewezen ambtenaar van staat.

Artikel 5
Van het verhandelde in de vergadering worden notulen opgesteld, welke tevens behelzen de namen van degenen, die de vergadering hebben bijgewoond. Wordt een hoofdelijke stemming gehouden, vermelden de notulen de uitslag daarvan.

Artikel 6
1. De Afdeling wordt door de voorzitter in secties verdeeld, welke elk betrekking hebben op één of meer ministeries.
2. De secties zijn belast met de voorbereiding van de behandeling van de zaken in de Afdeling.
3. De voorzitter stelt de samenstelling van de secties vast en wijst voor iedere sectie een sectievoorzitter en zijn plaatsvervanger aan.
4. De secties en hun samenstelling worden bekendgemaakt op de website van de Raad van State.
5. De voorzitter kan bepalen, dat bij de voorbereiding van de behandeling van een zaak of van een soort zaken de desbetreffende sectie wordt aangevuld met één of meer andere leden van de Afdeling.

Artikel 7
De voorzitter kan in afwijking van artikel 6, tweede lid, bijzondere commissies vormen ten behoeve van de voorbereiding van de behandeling in de Afdeling van de zaken die naar zijn oordeel daarvoor in aanmerking komen. De voorzitter neemt zelf het voorzitterschap op zich of wijst een voorzitter aan uit de leden van de Afdeling.

Artikel 8
1. In vergadering brengen de secties en de bijzondere commissies verslag uit over de zaken, waarvan de behandeling door hen is voorbereid.
2. Indien de Afdeling zich met een door de sectie voorgesteld advies niet verenigt, kan de voorzitter één of meer leden aanwijzen tot het ontwerpen van een advies overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid.

Artikel 9
In geval van hoofdelijke stemming volgt de voorzitter de orde der zitting, beginnende met het laatst benoemde lid van de Afdeling. Hij zelf brengt het laatst zijn stem uit.

Artikel 10
Indien artikel 24 van de wet toepassing heeft gevonden, wordt daarvan in het advies van de Afdeling melding gemaakt.

Artikel 11
1. Indien een lid het voornemen heeft met toepassing van artikel 27b, tweede lid, van de wet gebruik te maken van de bevoegdheid tot het uitbrengen van een afzonderlijk advies, kondigt hij dat voornemen aan in de vergadering en stelt hij dit advies op de kortst mogelijke termijn op schrift. Hij kan de voorzitter daarvoor om ambtelijke bijstand verzoeken.
2. Indien de Afdeling dat wenselijk acht, neemt zij kennis van de tekst van het afzonderlijk advies voordat het advies van de Afdeling wordt vastgesteld.
3. Het afzonderlijk advies wordt door de directeur Advisering toegevoegd aan het door de Afdeling vastgestelde advies.

Artikel 12
1. Alle adviezen worden vastgesteld in een vergadering van de Afdeling. Daarvan kan slechts worden afgeweken krachtens een uitdrukkelijke machtiging van de Afdeling of in uitzonderlijke spoedeisende gevallen.
2. Indien een uitzonderlijk spoedeisend geval zich voordoet, overlegt de voorzitter over het karakter van de zaak met de desbetreffende sectievoorzitter en de in die zaak aangewezen rapporteur. De voorzitter stelt vervolgens, in overleg met de sectievoorzitter en rapporteur, het advies vast.
3. Het vastgestelde advies wordt zo snel mogelijk uitgebracht en terstond in afschrift toegezonden aan alle leden van de Afdeling ter kennisneming, onder aantekening dat het advies is vastgesteld met toepassing van de noodprocedure.
4. In de eerstvolgende vergadering van de Afdeling na het uitbrengen van het advies doet de voorzitter mededeling van feiten en overwegingen welke aan de toepassing van de noodprocedure ten grondslag hebben gelegen.
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op voorlichtingen.

§ 3. De werkzaamheden van de secties

Artikel 13
1. De secties vergaderen zo dikwijls de sectievoorzitter dit nodig acht dan wel twee leden van de sectie aan de sectievoorzitter een daartoe strekkend verzoek hebben gericht.
2. De vergadering wordt bijgewoond door de ambtenaren die ter ondersteuning van de sectie zijn aangewezen.

Artikel 14
De sectievoorzitter wijst een rapporteur aan.

Artikel 15
Indien in de sectie, eventueel aangevuld met toepassing van artikel 6, vijfde lid, de stemmen staken, beslist de stem van de sectievoorzitter.

§ 4 De werkzaamheden van de commissies

Artikel 16
De artikelen 13 tot en met 15 zijn van overeenkomstige toepassing op de werkzaamheden van de bijzondere commissies.

§ 5 Overige aangelegenheden

Artikel 17
De vice-president ondertekent de door de Afdeling uit te brengen adviezen en de te geven voorlichtingen.

Artikel 18
Doet zich een aangelegenheid voor waarin in deze regeling niet is voorzien, neemt de voorzitter daarover een beslissing. Voor zover zijn beslissing voor de Afdeling van belang is, doet de voorzitter hetzij schriftelijk, hetzij in de vergadering van de Afdeling mondeling daarvan mededeling aan de leden van de Afdeling.