Werkafspraken met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat


Het is de taak van de Afdeling advisering het klimaatbeleid normatief te toetsen en bestuurlijk te wegen in het licht van het realiseren van de klimaatdoelstellingen. De Afdeling advisering maakt daarbij onder meer gebruik van de klimaat- en energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving. De KEV is een wetenschappelijk rapport over het klimaatbeleid waaruit duidelijk moet worden of aan de klimaatdoelstelling kan worden voldaan.

Het Klimaatplan moet op grond van de Klimaatwet voor de eerste keer in 2019 en daarna ten minste eens in de vijf jaren opnieuw worden vastgesteld. De Afdeling advisering brengt een beschouwing uit over het conceptklimaatplan na besluitvorming daarover in de ministerraad. De minister stelt een nader rapport op. Vervolgens zendt de minister het conceptklimaatplan met de beschouwing van de Afdeling advisering en het nader rapport aan de Eerste- en Tweede Kamer. Na deze parlementaire verantwoording stelt de minister het Klimaatplan vast.

De Klimaatnota wordt voor de eerste keer vastgesteld in 2020. De Afdeling advisering brengt een beschouwing uit over de conceptklimaatnota na besluitvorming daarover in de ministerraad. De minister geeft in de conceptklimaatnota een reactie op die beschouwing. Vervolgens zendt de minister de conceptklimaatnota in beginsel op de vierde donderdag van oktober – en uiterlijk 1 november – gelijktijdig met de KEV van het PBL aan de Eerste- en Tweede Kamer. Na deze parlementaire verantwoording stelt de minister de Klimaatnota vast.

De Voortgangsrapportage verschijnt iedere twee jaar na de vaststelling van het Klimaatplan. De jaarlijkse Klimaatnota bevat deze Voortgangsrapportage, als deze is uitgevoerd. De Afdeling advisering brengt een beschouwing uit over de conceptklimaatnota met Voortgangsrapportage na besluitvorming daarover in de ministerraad. De minister geeft in de conceptklimaatnota een reactie op die beschouwing. Vervolgens zendt de minister de conceptklimaatnota in beginsel op de vierde donderdag van oktober – en uiterlijk 1 november – gelijktijdig met de KEV van het PBL aan de Eerste- en Tweede Kamer. Na deze parlementaire verantwoording stelt de minister de Klimaatnota met de Voortgangsrapportage vast.

Om het proces goed en tijdig te laten verlopen hebben de Afdeling advisering en de minister volgende werkafspraken gemaakt:

  1. Tijdige informatie Klimaatplan

De Afdeling advisering ontvangt van het ministerie concepten van het Klimaatplan in de fase van de voorbereiding daarvan. Zij ontvangt daarnaast het concept van het Klimaatplan zodra dat ter inzage wordt gelegd. De Afdeling advisering ontvangt het definitieve concept van het Klimaatplan zodra dat in de ministerraad is vastgesteld.

  1. Tijdige informatie Klimaatnota

De Afdeling advisering ontvangt van het ministerie concepten van de Klimaatnota in de fase van de voorbereiding daarvan. De Afdeling advisering ontvangt het definitieve concept van de Klimaatnota zodra dat in de ministerraad is vastgesteld.

  1. Overige informatie

Het is de verantwoordelijkheid van de minister dat de Afdeling advisering tijdig kan beschikken over overige relevante documenten die zij nodig heeft voor het uitvoeren van haar taak. Die verantwoordelijkheid omvat ook documenten van het PBL of het CPB. De Afdeling advisering ontvangt in ieder geval tijdig concepten van het Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan (INEK) en de Langetermijnstrategie voor klimaat (LTS).

  1. Openbaarmaking

De Afdeling advisering zal zo snel mogelijk en uiterlijk vier weken na ontvangst van het in de ministerraad vastgestelde conceptklimaatplan en de conceptklimaatnota haar beschouwingen daarover aan de minister doen toekomen. De minister zendt de beschouwingen gelijktijdig met de andere relevante stukken naar de Staten-Generaal en maakt deze openbaar. De Afdeling advisering plaatst de beschouwingen vervolgens op de website van de Raad van State.

  1. Publicatie werkafspraken

De werkafspraken tussen de minister en de Afdeling advisering worden openbaar gemaakt.

  1. Evaluatie

Op basis van de ervaringen wordt periodiek bezien of de werkafspraken moeten worden aangevuld of gewijzigd.