Vrijdag 19 oktober 2018

10.30 uur

Bouwwerken voor rondvaartboten in Amsterdam
Zitting over de weigering door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een omgevingsvergunning te verlenen voor verschillende bouwwerken op de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Het gaat onder meer om portacabins, vlaggenmasthouders, een hekwerk en opslagkasten. Een rederij die rondvaartboten exploiteert heeft die bouwwerken neergezet en vervolgens een omgevingsvergunning aangevraagd. Het gemeentebestuur heeft die geweigerd, omdat de bouwwerken volgens het gemeentebestuur in strijd zijn met het bestemmingsplan. De rederij kwam eerder tegen het besluit in beroep bij de rechtbank Amsterdam. In november 2017 liet de rechtbank de weigering van het gemeentebestuur echter grotendeels in stand. De rederij laat het er niet bij zitten en komt tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens de rederij waren de bouwwerken hier wel degelijk toegestaan en is voor een deel van de bouwwerken helemaal geen omgevingsvergunning nodig. (zaaknummer 201710136/1)

11.15 uur

Opruimkosten drugsafval in Nuenen
Zitting over het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nuenen om zelf drugsafval op te ruimen op een weiland in die gemeente en de kosten daarvan te verhalen op de eigenaren van het perceel. Op het perceel werd drugsafval gevonden in een uitgebrande bestelbus. Vanwege de gevaren voor het milieu en de gezondheid heeft het gemeentebestuur het afval direct laten opruimen. Nog geen jaar later werd op het weiland opnieuw drugsafval gedumpt. Ook dat drugsafval is door het gemeentebestuur opgeruimd. De kosten van de opruimacties wil het gemeentebestuur verhalen op de eigenaren van het perceel, ook al hebben zij het drugsafval daar niet zelf achtergelaten. De eigenaren kwamen tegen het besluit de kosten te verhalen eerder al in beroep bij de rechtbank Oost-Brabant. Die gaf de eigenaren in december 2017 gelijk. Het gemeentebestuur komt tegen de uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Volgens het gemeentebestuur was de rechtbank niet bevoegd te oordelen en kon het wel degelijk de kosten verhalen op de eigenaren van het weiland. Ook de eigenaren van het weiland komen in hoger beroep. Zij zeggen dat er geen direct gevaar was voor de volksgezondheid en dat het gemeentebestuur het afval niet onmiddellijk hoefde op te ruimen. (zaaknummer 201800854/1)