Samenvatting advies permanent maken van de Crisis- en herstelwet

Datum publicatie: woensdag 4 januari 2012 - Datum advies: vrijdag 7 oktober 2011

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 7 oktober 2011 advies uitgebracht over het voorstel van wet tot wijziging van diverse wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet door deze te verankeren in de reguliere wetgeving en enkele andere verbeteringen van het bestuursrecht en omgevingsrecht. De regering heeft dit advies op 4 januari 2012 openbaar gemaakt.

Crisis- en herstelwet
Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. De Chw is gericht op de versnelling van projecten in het ruimtelijke domein, teneinde de economische crisis en haar gevolgen te bestrijden en een goed en duurzaam herstel van de economische structuur van Nederland te bevorderen. Zij bevat daartoe tijdelijke en permanente maatregelen. De tijdelijke maatregelen vervallen op 1 januari 2014.

Doel wetsvoorstel
Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan het regeerakkoord door de tijdelijke maatregelen uit de Chw, die van toepassing zijn op een afgebakende lijst van projecten, een permanente basis te geven in de reguliere wetgeving. Dit biedt de rechtszekerheid dat die maatregelen ook in de toekomst bij nieuwe projecten kunnen worden toegepast. Daarnaast worden in het wetsvoorstel enkele verbeteringen in het omgevingsrecht voorgesteld (de zogenoemde "quick wins"). Die wijzigingen zijn gericht op lastenverlichting, het verbeteren en versnellen van de besluitvorming en het wegnemen van problemen die in de praktijk zijn gerezen.

Effecten van het wetsvoorstel
De Afdeling advisering onderschrijft de doelstelling die aan het wetsvoorstel ten grondslag ligt om de besluitvorming over ruimtelijke projecten te versnellen, verbeteren en vereenvoudigen. Zij ziet het belang hiervan in en wijst, juist om die reden, in haar advies op effecten van het wetsvoorstel die aan het bereiken van dit doel in de weg staan. Daarnaast wijst zij op een aantal minder gewenste neveneffecten van het wetsvoorstel.

Algemene adviesopmerkingen
In het advies komt naar voren dat:

• het wetsvoorstel een andere doelstelling heeft dan de Chw en dat niettemin de Chw thans zonder nadere probleemanalyse en motivering permanent wordt gemaakt;

• de mogelijkheden om door wetgeving bij te dragen aan versnelling van ruimtelijke projecten beperkt zijn, omdat de belemmeringen in de voortgang van deze projecten vaak met de uitvoering te maken hebben;

• over de effecten van de Chw nog maar heel weinig bekend is, omdat de voorziene evaluatie van die wet niet is afgewacht;

• een analyse ontbreekt over de effecten van het wetsvoorstel, in het bijzonder ten aanzien van de rechtspositie van burgers, de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid;

• een tweedeling dreigt te ontstaan tussen het ruimtelijke bestuursrecht enerzijds en het overig bestuursrecht anderzijds, waarbij de inhoud en omvang van die tweedeling bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald;

• het wetsvoorstel volgt op een aantal, eveneens ingrijpende en recent ingevoerde wetswijzigingen. Het voorstel draagt daarmee niet bij aan de continuïteit van het wettelijke kader die voor de praktijk (burgers, bedrijven en overheden) hoogstnoodzakelijk is;

• er sterke aanwijzingen zijn dat het wetsvoorstel het bestuursrecht en het omgevingsrecht niet vereenvoudigt, maar ingewikkelder maakt en derhalve de praktijk met nieuwe interpretatieproblemen en extra lasten belast, en

• het wetsvoorstel vooruitloopt op de onlangs aangekondigde algehele herziening van het omgevingsrecht die volgens de regering in 2013 haar beslag moet krijgen en dat niet duidelijk is hoe het wetsvoorstel zich hiertoe verhoudt. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de voorgestelde Wet natuur. 

Opmerkingen over afzonderlijke bepalingen
Naast de meer algemene adviesopmerkingen, maakt de Afdeling advisering opmerkingen over afzonderlijke bepalingen van het wetsvoorstel. Zo heeft zij onder meer bedenkingen tegen de voorgestelde bepalingen over het feitenonderzoek na vernietiging, de uitbreiding van de vergewisplicht, en de beperking van het beroepsrecht van decentrale overheden. Ook heeft de Afdeling advisering bedenkingen tegen de versnelde behandeling, de omgevingsvergunning-plus, beroep in één instantie, projecten met nationale betekenis en de Natuurbeschermingswet 1998. Tot slot maakt de Afdeling advisering enkele opmerkingen over het overgangsrecht en de voorgestelde evaluatiebepaling.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de minister.