Samenvatting advies wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in terroristisch gebied

Datum publicatie: donderdag 24 januari 2019 - Datum advies: vrijdag 22 juni 2018

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat verblijf strafbaar stelt op een grondgebied dat door een terroristische organisatie wordt gecontroleerd. Het wetsvoorstel is op 24 januari 2019 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel

Het wetsvoorstel maakt het strafbaar om zonder toestemming van de minister van Justitie en Veiligheid opzettelijk te verblijven in een gebied dat onder controle staat van een terroristische organisatie.

Advies

De voorgestelde strafbaarstelling leidt tot een beperking van het recht op vrijheid van beweging. Dit recht is neergelegd in onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Zo’n beperking is alleen mogelijk als deze noodzakelijk is in een democratische samenleving. Daarbij gaat het onder meer om de vraag of deze strafbaarstelling nodig is in het licht van de bestaande wettelijke mogelijkheden om het doel – het voorkomen van terroristische misdrijven – te bereiken.

De Afdeling advisering onderschrijft het grote belang van de bestrijding van terrorisme. Maar de noodzaak om verblijf in gebied dat wordt gecontroleerd door een terroristische organisatie strafbaar te stellen, is niet aangetoond. Het wetsvoorstel maakt iedereen strafbaar die zich in een dergelijk gebied bevindt; ook personen die niet betrokken zijn bij de terroristische organisatie die het gebied onder controle heeft. Van zulke personen gaat niet per definitie een serieuze terreurdreiging uit in dat gebied of bij terugkomst.

Het Wetsvoorstel versterking strafrechtelijke aanpak terrorisme bevatte een bijna identieke strafbaarstelling van verblijf op een door een terroristische organisatie gecontroleerd grondgebied. Dat wetsvoorstel is echter zonder die strafbaarstelling bij de Tweede Kamer ingediend. De reden daarvoor was dat de ervaringen met uitreizigers en terugkeerders uit Syrië en Irak hebben geleerd dat het bestaande wettelijke instrumentarium voldoende was om tot vervolging over te kunnen gaan. Bovendien bleek dat het vooral complex was om aan te tonen dat personen in een dergelijk gebied zijn geweest. De voorgestelde strafbaarstelling lost dit probleem niet op. Het advies aan de regering is daarom om het voorstel te heroverwegen.
 
Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.