Samenvatting advies over wetsvoorstel financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden

Datum publicatie: woensdag 23 januari 2019 - Datum advies: maandag 29 oktober 2018

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel voor wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Het wetsvoorstel creëert een bevoegdheid om een voorgedragen kwaliteitsstandaard niet in het openbaar register op te nemen (financiële toetsing voorgedragen kwaliteitsstandaarden). Het wetsvoorstel is op 22 januari 2019 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Beheersing van kosten

Een kwaliteitsstandaard is een openbaar document waarin wordt beschreven wat goede zorgverlening inhoudt. Zorgaanbieders en zorgverleners, cliëntorganisaties en organisaties van zorgverzekeraars of uitvoerders van de Wet langdurige zorg stellen een kwaliteitsstandaard op. De manier waarop kwaliteitsstandaarden nu tot stand komen, kan leiden tot stijgende zorgkosten, zonder dat de minister dit tijdig kan voorkomen.
Het wetsvoorstel introduceert een financiële toetsing door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) of de minister voor Medische Zorg. Zij moeten toestemming geven voor publicatie van een kwaliteitsstandaard met substantiële financiële gevolgen. Het doel van het wetsvoorstel is om de collectieve zorguitgaven onder controle te houden.

Instrument geschikt, maar wel wat bezwaren

De Afdeling advisering onderschrijft in haar advies de noodzaak van het beheersbaar houden van de zorgkosten. Het financieel toetsen van kwaliteitsstandaarden is een geschikt nieuw instrument om dat doel te bereiken. Wel heeft de Afdeling advisering een aantal bezwaren bij het wetsvoorstel.

Het wetsvoorstel geeft de minister van VWS de mogelijkheid om de opname van een kwaliteitsstandaard in het openbaar register te weigeren vanwege te hoge kosten. Volgens de Afdeling advisering moet die mogelijkheid worden beoordeeld in samenhang met alternatieve maatregelen waarmee de collectieve zorguitgaven ook kunnen worden beheerst. Zoals bijvoorbeeld budgettering, invoering van uitgavenplafonds, maar ook verhoging van eigen bijdragen en premies. Omdat deze maatregelen ingrijpende gevolgen kunnen hebben, moet het parlement daarover goed worden geïnformeerd.

Verder bevat het wetsvoorstel een verplichte beoordeling door het Zorginstituut Nederland (Zin). Het is maar de vraag of die beoordeling er daadwerkelijk toe zal leiden dat alleen die kwaliteitsstandaarden die financiële gevolgen kunnen hebben, voor het verlenen van toestemming aan de minister van VWS zullen worden voorgelegd.

Tot slot adviseert de Afdeling de doorwerking van het voorstel in de curatieve zorg (Zorgverzekeringswet (Zvw)) te heroverwegen. De verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van doelmatige en kosteneffectieve kwaliteitsstandaarden in de curatieve zorg ligt bij de zorgsector zelf, maar de minister trekt met dit voorstel deze verantwoordelijkheid in belangrijke mate aan zich. Uiteindelijk zal immers de minister degene zijn die bepaalt of de kosten van een kwaliteitsstandaard te hoog zijn. Er is een risico dat partijen zich niet meer primair verantwoordelijk zullen voelen voor het toetsen van de doelmatigheid en de budgettaire impact en deze toets zullen overlaten aan de minister.

Conclusie

Het advies is om het wetsvoorstel op deze onderdelen aan te passen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport (de reactie) van de minister.