Samenvatting voorlichting over bedenktijd beursvennootschappen

Datum publicatie: dinsdag 11 december 2018 - Datum advies: vrijdag 29 juni 2018

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op verzoek van onder andere de minister voor Rechtsbescherming een zogenoemde voorlichting uitgebracht over de Europeesrechtelijke aspecten van de bedenktijd beursvennootschappen. De minister heeft de voorlichting op 10 december 2018 openbaar gemaakt.

Aanleiding verzoek

In het regeerakkoord staat dat beursgenoteerde ondernemingen die op de algemene vergadering te maken krijgen met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging, een bedenktijd kunnen inroepen van maximaal 250 dagen, onder voorwaarde dat die bedenktijd het kapitaalverkeer niet raakt. De bedoeling hiervan is om het bestuur van een beursgenoteerde naamloze vennootschap meer tijd en rust te gunnen voor de inventarisatie en het wegen van belangen van de onderneming en haar stakeholders. Bij de uitwerking van dat voornemen uit het regeerakkoord kwam echter de vraag op of die bedenktijd wel in lijn is met het Europese recht. De minister vroeg daarop aan de Afdeling advisering om daar in een zogenoemde voorlichting op in te gaan.

Belemmering van vrije verkeer van kapitaal en vestiging

De Afdeling advisering komt tot de conclusie dat een wettelijke bedenktijd niet in strijd is met de Europese richtlijn aandeelhoudersrechten en niet raakt aan het overnameproces zoals dat in de Europese richtlijn openbaar overnamebod is geregeld.

Dat neemt niet weg dat een bedenktijd het vrije verkeer van kapitaal en vestiging kan belemmeren. Maar daarvoor kan een rechtvaardiging worden aangevoerd. Een bedenktijd stelt het bestuur in de gelegenheid om het besluitvormingsproces binnen de algemene vergadering te vertragen en op die manier de kwaliteit van de besluitvorming te bevorderen. Daarbij wordt met alle betrokken stakeholderbelangen rekening gehouden en voorkomen dat onverwachts ingrijpende koerswijzigingen worden doorgevoerd.

Vanwege de Europeesrechtelijke eisen van noodzaak en proportionaliteit, is het wel van belang om adequate (wettelijke) waarborgen op te nemen, zodat verzekerd is dat een bedenktijd alleen wordt ingeroepen wanneer dat echt nodig is en niet langer duurt dan het bereiken van zorgvuldige besluitvorming vergt. Daarbij zal ook aandacht moeten worden besteed aan de verhouding tot andere beschermingsconstructies.

Volledige tekst van de voorlichting

Lees hier de volledige tekst van de voorlichting van de Afdeling advisering.