Samenvatting advies voorstel Rijkswet Koninkrijksgeschillen

Datum publicatie: vrijdag 30 november 2018 - Datum advies: woensdag 23 augustus 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk heeft advies uitgebracht over de Rijkswet Koninkrijksgeschillen. Het wetsvoorstel is op 30 november 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud voorstel

Het voorstel heeft als doel om een regeling voor de behandeling van geschillen tussen de landen en het Koninkrijk in te voeren. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 12a van het Statuut voor het Koninkrijk. Het voorstel regelt een procedure als een gevolmachtigde minister tijdens het voortgezet overleg in de Rijksministerraad ernstige bezwaren aanvoert tegen een voorgenomen voorziening. Deze procedure houdt in dat over het geschil een oordeel van de Raad van State van het Koninkrijk moet worden gevraagd. Dat loopt dan via de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zo’n oordeel is niet bindend, maar de Rijksministerraad moet daar wel rekening mee houden, zo staat in het wetsvoorstel.

Opzet van de regeling

Het voorstel kent een lange voorgeschiedenis. Tussen Nederland en de andere landen van het Koninkrijk zijn er verschillen van inzicht over de wijze waarop de geschillenregeling vorm zou moeten krijgen. Het is van belang dat op korte termijn een geschillenregeling tot stand komt. De Afdeling advisering onderschrijft daarom het wetsvoorstel. Maar voor het slagen van een geschillenregeling is van belang dat de betrokken partijen zoveel mogelijk overeenstemming bereiken over de invulling van die regeling. Daarom adviseert zij de geschillenregeling over enkele jaren te evalueren.

Aard en inhoud van de geschillenregeling

Het voorstel van Rijkswet zoals dat aan de Afdeling advisering is voorgelegd, ging uit van een brede opzet van geschillen die onder de geschillenregeling vallen. Zowel juridische geschillen als geschillen van bestuurlijke en politieke aard vielen onder de regeling. De Afdeling advisering heeft er in het verleden al op gewezen dat aan de eisen van onafhankelijke geschilbeslechting het beste kan worden voldaan als:

  • de procedure eindigt in een bindende beslissing;
  • deze beslissing wordt genomen door een instantie die voldoet aan eisen van onafhankelijkheid;
  • de procedureregels de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van die instantie voldoende waarborgen.

Die invulling zag echter op een geschillenregeling die uitsluitend betrekking heeft op juridische geschillen. Deze regeling ziet echter ook op geschillen met een politiek-bestuurlijke aard. Dan ligt bindende geschillenbeslechting door een rechterlijk college minder voor de hand. Wel zou het oordeel van de Raad zwaarder moeten wegen dan nu uit het wetsvoorstel blijkt; het enkel rekening houden hiermee is onvoldoende. Ook zou, als de Raad in het oordeel ingaat op rechtsvragen, het oordeel op die punten bindend moeten zijn. Dat is vergelijkbaar met de procedure uit de Rijkswet financieel toezicht. De Afdeling adviseert op deze punten de toelichting aan te vullen en het wetvoorstel zo nodig aan te passen.

Nader rapport

Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling advisering over het gewicht dat moet worden toegekend aan het oordeel van de Raad van State van het Koninkrijk en het feit dat de Caribische landen hebben aangedrongen op een regeling die slechts betrekking hebben op juridische geschillen, is het voorstel op dit punt aangepast.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.