Samenvatting advies over ingetrokken wetsvoorstel tot wijziging Embryowet

Datum publicatie: donderdag 30 augustus 2018 - Datum advies: vrijdag 4 november 2016

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel over de aanpassing van de Embryowet naar aanleiding van de tweede evaluatie van die wet. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 9 juli laten weten dat het wetsvoorstel buiten verdere behandeling wordt gelaten. Het advies van de Afdeling advisering is daarna openbaar gemaakt.

Inhoud van het voorstel

Het wetsvoorstel wijzigt de Embryowet op een drietal punten. Op dit moment geldt een verbod op het speciaal tot stand brengen van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. Het voorstel past dit aan door onder voorwaarden het speciaal en uitsluitend tot stand brengen van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek toe te staan. Dit heeft tot doel onderzoek naar onvruchtbaarheid, kunstmatige voortplantingstechnieken en erfelijke of aangeboren aandoeningen mogelijk te maken. In de tweede plaats voorziet het voorstel in een verbod om een cybride langer dan veertien dagen te laten ontwikkelen of in te brengen in een mens of dier. In de derde plaats wordt een uitbreiding voorgesteld van de uitzondering op het verbod op geslachtskeuze, namelijk door onder de uitzondering ook het embryo te brengen dat, eenmaal geboren, drager zal zijn van een ernstige geslachtsgebonden erfelijke aandoening.

Beperkte toelichting voorstel; morele afweging belangen

De Afdeling advisering merkt in haar advies allereerst op dat de toelichting bij het voorstel nauwelijks aandacht besteedt aan de uitgangspunten, belangen en afwegingen die aan het voorstel ten grondslag liggen. Volgens de Afdeling advisering is het van belang dat de memorie van toelichting inzicht biedt in de argumentatie van de gemaakte keuzes en ingaat op voornoemde onderwerpen. Daarbij zou er ook aandacht moeten zijn voor (neven)effecten en de maatschappelijke implicaties van het voorstel.

Mede vanwege die beperkte toelichting, gaat de Afdeling advisering in haar advies eerst kort in op een aantal ethische aspecten die bij wijzigingen van de Embryowet een rol spelen. De Afdeling advisering overweegt dat de potentie om tot mens uit te groeien en de daaruit afgeleide beschermwaardigheid van embryo’s, een oriëntatie biedt bij de keuzes die nodig zijn om tot een regeling te komen voor het onderzoek aan embryo’s en foetussen. Vervolgens dient een morele afweging te worden gemaakt tussen enerzijds respect voor menselijk leven en anderzijds de medische belangen die met onderzoek gediend zijn.

Speciaal tot stand brengen van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek

Het wetsvoorstel bepaalt dat het verbod op het speciaal kweken van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek wordt opgeheven ten behoeve van onderzoek waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat het zal leiden tot de vaststelling van nieuwe inzichten op het terrein van onvruchtbaarheid, het terrein van kunstmatige voortplantingstechnieken of op het terrein van erfelijke of aangeboren aandoeningen.

Uit de stand van het onderzoek, die mede in de toelichting wordt beschreven, blijkt volgens de Afdeling advisering dat er op dit moment onvoldoende feitelijke aanleiding is om dit verbod op te heffen. Het onderzoek waarvoor het speciaal kweken mogelijk gemaakt wordt, is deels nog niet in een zodanig stadium dat daarvoor embryo’s zouden moeten worden gekweekt. Voor zover het onderzoek al wel technisch mogelijk is, wordt dat onderzoek al goed en zorgvuldig in het buitenland uitgevoerd en is het volgens onderzoekers niet noodzakelijk om dat onderzoek in Nederland te laten plaatsvinden.

De Afdeling advisering adviseert op dit moment van het voorstel tot het opheffen van het verbod op het speciaal kweken van embryo’s af te zien.

Cybriden-verbod

De Afdeling advisering onderschrijft op zichzelf het voorgestelde verbod op het ontwikkelen van cybriden. Zij wijst er wel op dat onvoldoende duidelijk is waarom het cybriden-verbod in de Embryowet op dezelfde manier wordt vormgegeven als het verbod op het ontwikkelen van menselijke embryo’s en chimèren. Net als menselijke embryo’s en chimèren wordt het in het wetsvoorstel toegestaan cybriden tot veertien dagen te ontwikkelen. Dit terwijl de mens-diercombinatie die als hybride wordt aangeduid niet tot stand gebracht mag worden. Bij de hybride is er, net als bij een cybride, sprake van DNA-materiaal van zowel menselijke als dierlijke herkomst op celniveau, terwijl de cellen van een chimère DNA van menselijke of dierlijke herkomst bevatten. Alhoewel wetenschappelijk onderzoek met cybriden mogelijk nieuwe medisch relevante inzichten kan opleveren, is het volgens de Afdeling advisering de vraag of dit voldoende rechtvaardiging biedt om het ontwikkelen van cybriden tot veertien dagen toe te staan. Zij adviseert hierop in de toelichting in te gaan en het wetsvoorstel zo nodig aan te passen.

Uitzondering op het verbod op geslachtskeuze

Over de uitzondering op het verbod op de geslachtskeuze, merkt de Afdeling advisering in haar advies op dat deze nieuwe uitzondering ertoe leidt dat embryo’s die kunnen uitgroeien tot op zichzelf gezonde mensen, desondanks terzijde gelaten zouden kunnen worden. Het kind zal zelf immers de erfelijke aandoening niet hebben, maar kan het – ook al hoeft dat niet altijd te gebeuren - wel doorgeven aan diens nageslacht. In het licht hiervan is de Afdeling advisering van oordeel dat het ver gaat om geslachtsselectie toe te staan ten aanzien van embryo’s die naar verwachting uit zullen groeien tot gezonde mensen. Het gegeven dat een eenmaal geboren kind zelf voor lastige reproductieve keuzes komt te staan als drager van een erfelijke aandoening, hoeft niet te betekenen dat het dan maar niet geboren zou moeten worden. De Afdeling advisering adviseert van dit deel van het wetsvoorstel af te zien.

Reactie minister

De minister heeft op 9 juli 2018 laten weten dat het wetsvoorstel niet zal worden ingediend bij de Tweede Kamer en buiten verdere behandeling wordt gelaten. De minister noemt daarbij als reden dat het kabinet grote waarde hecht aan een brede discussie die de ethische en maatschappelijke aspecten omvat, voordat sprake kan zijn van de verruiming van de mogelijkheden om speciaal voor onderzoek embryo’s te kweken. Daarom wordt indiening van het onderhavige voorstel van wet door de minister niet langer wenselijk geacht. Een nieuw wijzigingsvoorstel van de Embryowet is in voorbereiding, waarbij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, voor zover van belang, zal worden betrokken, aldus de minister.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.