Samenvatting advies wetsvoorstel over inzagerecht nabestaanden in medisch dossier

Datum publicatie: vrijdag 13 juli 2018 - Datum advies: dinsdag 2 mei 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek in verband met de verbetering van patiëntgerichte zorg en het opnemen van een wettelijke regeling voor het inzagerecht in het medisch dossier van een overleden patiënt. Het wetsvoorstel is op 13 juli 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel

Het wetsvoorstel heeft als doel de positie van de patiënt te verduidelijken en te versterken door onder meer vast te leggen welke informatie een hulpverlener aan een patiënt moet verstrekken. Daarnaast wordt de bewaarplicht van dossiers verlengd van vijftien naar twintig jaar, waarbij de termijn voor het gehele dossier begint te lopen vanaf de laatste mutatie. Tot slot maakt het wetsvoorstel het voor nabestaanden mogelijk om onder bepaalde omstandigheden inzage te krijgen in het medisch dossier van een overleden patiënt.

Inzagerecht nabestaanden

De Afdeling advisering onderschrijft het belang van wettelijke duidelijkheid over wanneer en onder welke voorwaarden nabestaanden inzage kunnen krijgen in het medisch dossier van een overleden patiënt. Op dit moment is inzage wettelijk niet mogelijk, maar in de praktijk wordt op grond van in de jurisprudentie ontwikkelde criteria in bijzondere gevallen toch inzage gegeven in (delen van) dossiers van een overleden patiënt.

Het wetsvoorstel maakt het voor nabestaanden mogelijk om inzage in een medisch dossier te krijgen na een incident op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Daarnaast kunnen nabestaanden inzage krijgen op grond van een zwaarwegend belang.

Veronderstelde toestemming

In de praktijk en in de jurisprudentie wordt nu ook op grond van 'veronderstelde toestemming' inzage verleend, maar deze mogelijkheid is niet in het wetsvoorstel opgenomen. Bij veronderstelde toestemming mag worden verondersteld dat de overleden patiënt voor het beoogde doel inzage zou hebben verstrekt als hij daarvan had geweten toen hij nog in leven was. De grond van veronderstelde toestemming is opgenomen in de KNMG-richtlijn 'Omgaan met gegevens' en is uitgewerkt in jurisprudentie.

Omdat de veronderstelde toestemming niet in het wetvoorstel is opgenomen, is het de vraag of het wetsvoorstel alle gevallen dekt waarin nu al inzage in het medisch dossier van een overleden patiënt wordt verstrekt. De toelichting zal dat duidelijk moeten maken. Als blijkt dat het wetsvoorstel en de huidige (rechts)praktijk van elkaar verschillen, is het advies om alsnog te motiveren waarom van de huidige (rechts)praktijk wordt afgeweken, of anders het wetsvoorstel aan te passen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.