Samenvatting advies wetsvoorstel hoge minimumstraffen

Datum publicatie: woensdag 11 juli 2018 - Datum advies: maandag 5 februari 2018

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Markuszower. Dat wetsvoorstel gaat over de  invoering van hoge minimumstraffen voor bepaalde gewelds- en zedendelicten. Het advies van de Afdeling advisering is op 11 juli 2018 openbaar gemaakt.  

Doel van het wetsvoorstel

Het voorstel verplicht de rechter bij een veroordeling voor een aantal gewelds- en zedendelicten tot het opleggen van onvoorwaardelijke (hoge) minimumgevangenisstraffen, bij zowel een eerste als een volgende veroordeling. Ook bevat het voorstel nog hogere maximumgevangenisstraffen voor deze delicten.

Vergelijkbare wetsvoorstellen

Er zijn vanaf 2002 drie initiatiefwetsvoorstellen en een wetsvoorstel van de regering ingediend tot invoering van minimumstraffen. Geen van de drie initiatiefvoorstellen heeft geleid tot verdere behandeling in de Tweede Kamer. Het regeringsvoorstel is ingetrokken. De Afdeling advisering beoordeelt dit wetsvoorstel langs dezelfde lijnen als de eerdere voorstellen.

Onrechtvaardige en onaanvaardbaar zware straffen

Het wetsvoorstel leidt tot onrechtvaardige en onaanvaardbare zware straffen door de hoge wettelijke minimumstraffen, zonder goede mogelijkheden voor de rechter om daarvan af te kunnen wijken. Het voorstel houdt geen rekening met de uitkomsten van de voorgestelde minimumstraffen in concrete strafzaken. De Afdeling advisering noemt daarbij het volgende voorbeeld: een burenruzie, waarbij een van de buren zich niet heeft kunnen beheersen en de ander heeft weggeduwd en met de vlakke hand een klap tegen de arm heeft gegeven. Die buurman heeft geen letsel opgelopen. De rechter moet bij een veroordeling wegens mishandeling volgens het voorstel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste vijf jaar opleggen en kan een maximale gevangenisstraf van vijftien jaar opleggen. Een ander voorbeeld: een achttienjarige scholier heeft een naaktfoto van iemand van zeventien gedownload op zijn smartphone. Het gaat dan om bezit van kinderporno. De rechter moet bij veroordeling volgens het wetsvoorstel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste twintig jaar opleggen. Deze uitkomsten van deze in de praktijk niet uitzonderlijke zaken zijn onrechtvaardig en onaanvaardbaar. Ook de argumenten van de indiener voor invoering van het voorstel zijn onvoldoende. 

EVRM

Daarnaast concludeert de Afdeling advisering dat het wetsvoorstel een schending oplevert van het evenredigheidsbeginsel, dat is opgenomen in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit beginsel brengt mee dat de wetgever bij invoering van minimumstraffen moet letten op lichte gevallen die zich in de praktijk voordoen, zoals de gevallen die hiervoor als voorbeeld werden genoemd. Bovendien is naar het oordeel van de Afdeling advisering sprake van een schending van het recht op behoorlijke rechtspraak. Het voorstel verstoort namelijk het evenwicht tussen rechter en wetgever op een onacceptabele wijze. De rechter wordt onaanvaardbaar beknot in de mogelijkheid om een passende straf op te leggen. Zo kan met de straf geen recht worden gedaan aan de ernst van het feit, de schuld van de verdachte, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de persoon van de verdachte en de gevolgen van het feit voor het eventuele slachtoffer.

Het advies is dan ook om af te zien van de verdere behandeling van het voorstel in de Tweede Kamer.  

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en de reactie van de indiener hierop.