Samenvatting advies initiatiefwetsvoorstel over wijziging wet op de parlementaire enquête

Datum publicatie: maandag 26 februari 2018 - Datum advies: donderdag 11 mei 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Van Raak, Van der Linde, Koolmees, Vermeij, Van Vliet en Van Toorenburg tot wijziging van de Wet op de parlementaire enquête 2008. Het advies is op 26 februari 2018 openbaar gemaakt.

Parlementaire enquêtes en de ministeriële verantwoordelijkheid

Het zogenaamde besloten voorgesprek is steeds belangrijker geworden. Bij de RSV-enquête in 1983 en 1984 werden in de oriënterende fase voor het eerst informele gesprekken gevoerd. Door die gesprekken kon de enquêtecommissie het onderzoeksterrein in kaart brengen. Bovendien kon zij de gesprekken gebruiken om getuigen te selecteren voor de openbare verhoren. Bij de totstandkoming van de nieuwe Wet op de parlementaire enquête kreeg het besloten voorgesprek een wettelijke basis. Nu wordt voorgesteld dat de getuige die in een besloten voorgesprek is gehoord, de inhoud van dat gesprek geheim moet houden. De Afdeling advisering ontraadt deze wijziging om twee redenen.

Openbaarheid

De eerste reden is dat een parlementaire enquête zoveel mogelijk in het openbaar moet plaatsvinden. Iedereen kan dan zien welke informatie de enquêtecommissie verzamelt en hoe zij dat doet. Als besloten voorgesprekken steeds belangrijker worden voor het onderzoek, past dat niet goed bij het uitgangspunt van openbaarheid.

Ministeriële verantwoordelijkheid

De tweede reden is dat de ministeriële verantwoordelijkheid bij parlementaire enquêtes toch al moeizaam functioneert. Onder normale omstandigheden ontvangen de Kamers informatie niet van ambtenaren, maar alleen van de minister. Met die werkwijze is gegarandeerd dat de minister zijn verantwoordelijkheid voor het doen en laten van de ambtenaren volledig kan waarmaken. Bij enquêtes worden de minister en zijn ambtenaren veelal apart verhoord, zodat de enquêtecommissie de verschillen tussen minister en ambtenaren kan blootleggen. Het wetsvoorstel voegt daar nog iets aan toe: het bepaalt dat de ambtenaar niets aan zijn minister mag melden over de inhoud van het besloten voorgesprek. Daarmee wordt het functioneren van de ministeriële verantwoordelijkheid verder bemoeilijkt. De minister kan de Kamers alleen goed informeren als ambtenaren op hun beurt de minister ongehinderd kunnen informeren.

Conclusie

De Afdeling advisering adviseert de geheimhoudingsplicht over de inhoud van het besloten voorgesprek niet in te voeren. Daarnaast adviseert zij om nog eens stil te staan bij de toegenomen betekenis van het besloten voorgesprek tegen de achtergrond van het openbare karakter van de parlementaire enquête.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en de reactie van de initiatiefnemers.