Samenvatting advies over bewaren en gebruiken van foetaal weefsel bij ernstige zedenmisdrijven

Datum publicatie: vrijdag 23 februari 2018 - Datum advies: donderdag 11 mei 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel mogelijk maakt bij de opsporing en vervolging van ernstige zedenmisdrijven. Het wetvoorstel maakt een wijziging van de Wet foetaal weefsel mogelijk. Het wetsvoorstel is op 23 februari 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel

Op dit moment verbiedt de Wet foetaal weefsel om foetaal weefsel dat na een abortus beschikbaar komt, te bewaren en gebruiken voor strafrechtelijke doeleinden. Het wetsvoorstel heft dit verbod op voor zover het gaat om de opsporing en vervolging van ernstige zedendelicten. Voor het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel is op dit moment bovendien toestemming nodig van de vrouw die slachtoffer is van een ernstig zedendelict. Het wetsvoorstel maakt op dit toestemmingsvereiste een uitzondering voor bepaalde categorie vrouwen. Het gaat daarbij om vrouwen jonger dan zestien jaar of wilsonbekwame vrouwen. Er moet dan sprake zijn van een vermoeden dat de vrouw slachtoffer is van een ernstig zedenmisdrijf. Dit betekent dat de abortusarts in die gevallen zonder toestemming van de vrouw het foetaal weefsel kan bewaren en vervolgens met doorbreking van zijn medisch beroepsgeheim ter beschikking kan stellen aan het Openbaar Ministerie (OM) voor het strafrechtelijk onderzoek. Het wetsvoorstel brengt geen verandering in de regeling van het medisch beroepsgeheim; het gaat om een bevoegdheid van de abortusarts en niet om een verplichting om het foetaal weefsel aan het OM te verstrekken.

Uitzondering toestemmingsvereiste

De Afdeling advisering onderkent de noodzaak om het verbod voor het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel op te heffen voor de opsporing en vervolging van ernstige zedenmisdrijven. Zij maakt echter wel een aantal opmerkingen over het loslaten van het toestemmingsvereiste voor vrouwen onder de zestien jaar en wilsonbekwame vrouwen:

Rol abortusarts
De toelichting op het wetsvoorstel gaat onvoldoende in op de belangrijke rol die de abortusarts heeft in de gevallen waarin hij zelf vermoedt dat de vrouw onder de zestien jaar mogelijk slachtoffer is van een ernstig zedendelict. Onduidelijk is welke afwegingen hij bij de invulling van zijn rol moet maken. Er moet in het bijzonder meer duidelijkheid komen over de maatstaven die de abortusarts moet hanteren voor het bewaren van foetaal weefsel zonder toestemming van de vrouw. Als de rol van de abortusarts niet wordt verduidelijkt, kan dat tot gevolg hebben dat de abortusarts nooit zal overgaan tot bewaren van foetaal weefsel voor strafrechtelijke doeleinden.

Risico van het vermijden van reguliere medische hulp
De Afdeling advisering wijst ook op het risico van de aantasting van de vertrouwensband tussen de vrouw en de arts als zonder haar toestemming foetaal weefsel wordt bewaard en gebruikt. Een gevolg daarvan kan zijn dat de vrouw afziet van de reguliere medische hulp en een riskantere behandeling kiest.

Waarborgen veiligheid van de vrouw
Tot slot wijst de Afdeling advisering erop dat in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld incest of verkrachting) gevaar kan bestaan dat een strafrechtelijk onderzoek zijn weerslag heeft op het gedrag van de verdachte of anderen in de omgeving van de vrouw (die jonger dan zestien jaar of wilsonbekwaam is). In dit soort situaties moet de vrouw, die zich toch al in een kwetsbare positie bevindt, tegen haar omgeving te worden beschermd. De toelichting op het wetsvoorstel moet ingaan op de vraag hoe de veiligheid voor de vrouw kan worden gewaarborgd.

Volledige tekst van het advies

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.