Samenvatting advies wetsvoorstel Experimentenwet gemeenten

Datum publicatie: maandag 19 februari 2018 - Datum advies: woensdag 25 januari 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel Experimentenwet gemeenten. Dit wetsvoorstel maakt het gemeenten mogelijk om experimenten uit te voeren bij maatschappelijke opgaven. Het advies van de Afdeling advisering is op 19 februari 2018 openbaar gemaakt.

Inhoud

Het wetsvoorstel introduceert een algemene procedure voor experimenten. Daarbij kunnen gemeenten afwijken van de wet. Daarnaast regelt het wetsvoorstel twee concrete experimenten:

  1. het mogelijk maken dat iemand van buiten de gemeenteraad een raadscommissie voorzit;
  2. het registreren van adviesvragen over huiselijk geweld en kindermishandeling bij een Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK).

Algemene procedure

Het voorstel biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om voorstellen in te dienen voor experimenten waarvoor het noodzakelijk is af te wijken van 'bij of krachtens' de wet gestelde voorschriften. De procedurele en inhoudelijke voorwaarden waaraan die voorstellen moeten voldoen, worden 'bij of krachtens' algemene maatregel van bestuur nader bepaald. Als een voorstel aan die voorwaarden voldoet, zorgt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties er samen met de vakminister voor dat de wijziging van wettelijke voorschriften wordt doorgevoerd die voor het experiment noodzakelijk is.

Juridisering

Het is nuttig om knelpunten waarmee gemeenten worden geconfronteerd periodiek te inventariseren. Voor het organiseren van een zo'n periodiek overleg is een wettelijke regeling echter niet nodig en zelfs ongewenst. Het wetsvoorstel leidt tot juridisering van de inhoudelijk gevoerde discussie over knelpunten waarmee gemeenten in de praktijk worden geconfronteerd. Bij voorgenomen wetgeving die nodig is om een experiment te mogelijk te maken, zal in elk afzonderlijk geval een keuze moeten worden gemaakt over de precieze vormgeving van het desbetreffende experiment. Daarbij zal iedere keer bekeken moeten worden welke wettelijke regels en uitgangspunten in het geding zijn, welke gevolgen een experiment voor betrokkenen in het concrete geval kan hebben en hoe het experiment moet worden ingepast in het bestaande systeem van toezicht en handhaving. Vooral wanneer bij een experiment grondrechten, rechtsbeginselen of fundamentele constitutionele uitgangspunten in het geding zijn, zal intensieve toetsing moeten plaatsvinden of een experiment aanvaardbaar is, en als dat het geval is, onder welke voorwaarden. Noodzakelijkerwijs is daarbij sprake van maatwerk. Bovendien stelt het wetsvoorstel voorwaarden aan nieuwe voorstellen die drempelverhogend kunnen werken. Daarbij kan de indruk ontstaan dat wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan, ook daadwerkelijk in de benodigde wetswijziging wordt voorzien, wat niet het geval hoeft te zijn.

Registratie huiselijk geweld en kindermishandeling

Het experiment over de registratie van adviesaanvragen bij huiselijk geweld en kindermishandeling houdt in dat ook bij de uitvoering van de adviestaken door het AMHK gegevens over daders en slachtoffers kunnen worden verwerkt, en niet pas – zoals nu het geval is – bij het doen van een melding. Dit is echter een vérstrekkend experiment dat diep kan ingrijpen in het persoonlijk leven van betrokkenen (zowel de adviesvrager als mogelijke slachtoffers en daders). Ook kan het experiment belangrijke gevolgen hebben voor de positie van de AMHK’s. Het experiment sluit bovendien niet aan op recente beleidsontwikkelingen en –adviezen over de positie van de AMHK’s.

De Afdeling advisering adviseert dan ook het wetsvoorstel niet in te dienen.

Reactie minister

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Tweede Kamer op 19 februari 2017 laten weten dat zij het advies van de Afdeling advisering opvolgt en het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer indient.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering.