Samenvatting advies over de tijdelijke uitzondering van het wettelijk minimumloon voor mantelzorgers

Datum publicatie: donderdag 28 december 2017 - Datum advies: donderdag 7 december 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het ontwerpbesluit dat een tijdelijke uitzondering van het wettelijk minimumloon voor een bestaande groep zorgverleners met een familierelatie (ook wel: mantelzorgers) regelt. Het advies is op 28 december 2017 openbaar gemaakt. 

Het ontwerpbesluit

Vanaf 1 januari 2018 gaat het recht op wettelijk minimumloon gelden voor alle personen die tegen beloning werkzaamheden verrichten op basis van een zogenoemde 'overeenkomst van opdracht'. Een onverwacht gevolg hiervan is dat ook voor zorgverlening die in het kader van een persoonsgebonden budget aan familieleden wordt verleend, het minimumloon moet worden betaald. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft aangekondigd de regelgeving aan te passen, om te voorkomen dat voor vrijwillige zorg en ondersteuning die vanuit sociale en morele overwegingen wordt verricht (bijvoorbeeld in een familierelatie) het minimumloon moet worden betaald. Deze aanpassing kan echter niet op korte termijn worden gerealiseerd. Daarom regelt het ontwerpbesluit een uitzondering op de plicht het minimumloon te betalen voor bestaande situaties waarin binnen een familierelatie voor zorg wordt betaald met een persoonsgebonden budget. De plicht het minimumloon te betalen geldt echter wèl voor vergelijkbare overeenkomsten van opdracht die ná 1 januari 2018 worden gesloten.

Ongerechtvaardigd onderscheid

De Afdeling advisering begrijpt het belang om een uitzondering te maken op de verplichting het minimumloon te betalen als in familieverband zorg wordt verleend en voor die zorg wordt betaald uit een persoonsgebonden budget. Maar er is op dit moment geen overtuigend argument voor het onderscheid dat in het ontwerpbesluit wordt gemaakt tussen overeenkomsten die vóór en die ná 1 januari 2018 worden gesloten. De uitzondering zou daarom ook moeten gelden voor overeenkomsten die na 1 januari 2018 tot stand komen.
Daarnaast ontbreekt een toelichting op de financiële gevolgen van het (per 1 januari 2018 verplichte) wettelijk minimumloon voor de vaststelling van de persoonsgebonden budgetten en de hoogte van de tarieven.  
Ook dringt de Afdeling advisering erop aan om op korte termijn een meer structurele, algemene oplossing voor het probleem te vinden, ook als persoonsgebonden budgetten niet aan de orde zijn.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.