Samenvatting advies Wet herstel en afwikkeling van verzekeraars

Datum publicatie: woensdag 29 november 2017 - Datum advies: vrijdag 19 mei 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over de Wet herstel en afwikkeling van verzekeraars. Het wetsvoorstel is op 28 november 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel maakt nieuwe instrumenten en bevoegdheden mogelijk, voor het geval een verzekeraar in financiële problemen komt. Er wordt daarom een nieuw hoofdstuk opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Daarnaast wordt voorzien in enkele bepalingen in de Faillissementswet om de faillissementsprocedure beter af te stemmen op verzekeraars.

Afwikkelingsplannen

De toegevoegde waarde van het wetsvoorstel ligt vooral in de opdracht aan de verzekeraar om vooraf zijn bedrijfsstructuur zodanig in te richten dat een eventuele afwikkeling op een beheerste wijze kan plaatsvinden. Op die manier kunnen verschillende onderdelen als dat nodig is snel van elkaar worden losgemaakt en afzonderlijk worden afgewikkeld. De zogenoemde afwikkelingsplannen, waarin wordt vastgelegd welke afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden kunnen worden toegepast, zijn daarbij een belangrijk instrument.
Als de maatregelen die de verzekeraar wil doorvoeren niet voldoende zijn, kan De Nederlandsche Bank (DNB) de verzekeraar aanwijzingen geven. Maar die aanwijzingen kunnen een aanzienlijke invloed hebben op de bedrijfsvoering, en kunnen worden aangemerkt als een regulering van eigendom in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 17 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Er zal daarom een afweging moeten worden gemaakt tussen enerzijds het belang van een beheerste afwikkeling en anderzijds het belang van de verzekeraar bij een ongestoorde bedrijfsvoering. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt hierop echter niet ingegaan.

Regels voor afwikkeling

In het advies komen vervolgens de regels voor afwikkeling aan de orde. Een besluit tot afwikkeling wordt genomen als de verzekeraar faalt of waarschijnlijk zal falen en niet te verwachten is dat dat met alternatieve maatregelen kan worden voorkomen, terwijl de afwikkeling in het algemeen belang is. Als aan deze cumulatief gestelde voorwaarden is voldaan, moet een besluit tot afwikkeling worden genomen. Als niet aan die voorwaarden wordt voldaan, kunnen de afwikkelingsinstrumenten niet worden toegepast en is het enige beschikbare alternatief het aanvragen van het faillissement van de verzekeraar door DNB.
Omdat met de regels voor afwikkeling de rechten van aandeelhouders kunnen worden doorbroken, roepen deze spanning op met het Unierecht, in het bijzonder met de Vennootschapsrichtlijn. Er bestaat echter geen Europeesrechtelijk kader voor afwikkeling van verzekeraars, en er is ook geen jurisprudentie van het Hof van Justitie over. Vooralsnog zijn er daarom onvoldoende aanknopingspunten dat de voorgestelde aanpak in overeenstemming is met het Unierecht. De Afdeling advisering adviseert dan ook eerst met de Europese Commissie te overleggen.  
Daarnaast is het advies om het afwegingskader voor afwikkeling aan te passen, om zo tot een meer gebalanceerd stelsel te komen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.