Samenvatting advies amendementen over het sluiten van kolencentrales

Datum publicatie: woensdag 19 juli 2017 - Datum advies: maandag 10 juli 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over twee amendementen bij het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie. De amendementen hebben betrekking op het sluiten van kolencentrales. De amendementen zijn ingediend door onder andere het (voormalige) Tweede Kamerlid Vos (PvdA). Het advies van de Afdeling advisering is op 18 juli 2017 openbaar gemaakt.  

Kolencentrales

Er zijn in Nederland op dit moment vijf kolencentrales actief. Het gaat om twee kolencentrales uit de jaren negentig en drie relatief nieuwe kolencentrales die in 2015 en 2016 zijn geopend. Op 1 januari 2016 en op 1 juli 2017 zijn vijf kolencentrales uit de jaren tachtig gesloten. Sluiting van die kolencentrales was afgesproken in het Energieakkoord uit 2013. De sluiting werd bewerkstelligd door middelen van het stellen van rendementseisen aan kolencentrales in Nederlandse milieuregelgeving. De kolencentrales uit de jaren tachtig konden die rendementseisen niet halen en moesten daarom dicht.

Twee amendementen en twee vragen

Voormalig Tweede Kamerlid Vos (PvdA) heeft samen met andere Tweede Kamerleden twee amendementen ingediend bij het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie. Het doel van het ene amendement is om de twee kolencentrales uit de jaren negentig te sluiten. Het doel van het andere amendement is om alle vijf kolencentrales te sluiten. De amendementen voorzien in sluiting van de kolencentrales door de bestaande rendementseisen nog verder aan te scherpen. De rendementseisen in de amendementen zijn zodanig hoog dat die niet kunnen worden gehaald, met toepassing van wat volgens Europa de beste beschikbare technieken zijn. De minister van Economische Zaken heeft advies aan de Afdeling advisering gevraagd over de amendementen. De minister heeft daarbij twee vragen gesteld.

Richtlijn industriële emissies

De eerste vraag is of op grond van de Europese Richtlijn industriële emissies rendementseisen mogen worden gesteld die hoger zijn dan met toepassing van de beste beschikbare technieken kan worden bereikt. De Afdeling advisering antwoordt daarop dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat het sluiten van kolencentrales door onhaalbare rendementseisen te stellen niet is toegestaan, vanwege strijd met Richtlijn industriële emissies. Sluiting op die manier is oneigenlijk, omdat de mogelijkheid om rendementseisen te stellen bedoeld is om de energiezuinigheid van kolencentrales te bevorderen, niet om ze te sluiten. Als sluiting wenselijk wordt gevonden, adviseert de Afdeling advisering een meer directe manier: een nationale sluitingswet. Dan komt de Richtlijn industriële emissies niet in beeld. Er moet dan nog wel onderzocht en onderbouwd worden of een sluitingswet zich ook verdraagt met ander Europees recht, in het bijzonder het recht op de vrijheid van vestiging en het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten.

Eigendomsbescherming

De tweede vraag is hoe de sluiting van de kolencentrales zich verhoudt tot de eigendomsbescherming van artikel 1, Eerste Protocol, van het EVRM. De Afdeling advisering antwoordt dat voor sluiting van de kolencentrales niet per se schadevergoeding moet worden betaald. Van essentieel belang is dan wel dat de overgangsperioden waarin de amendementen voorzien, mede vanwege de technische en economische levensduur van de kolencentrales, een adequate mogelijkheid bieden om de schade te beperken. Uit de toelichting op de amendementen blijkt niet of dat zo is.

Conclusie

De Afdeling advisering concludeert dan ook dat de amendementen niet zouden moeten worden aangenomen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.